![]() |
|
|
Op retraite geweest: een hele week luisteren naar de boodschap van het evangelie. Samen bidden en in stilte bezinnen. Ik doe het elk jaar op ’t einde van het Kerkelijk jaar. Ik vind zo’n week rust en bezinning belangrijk om een harmonie te bewaren tussen werken en rusten, tussen presteren en rusten. In een maatschappij van haast en prestatie is er voor veel mensen geen tijd meer voor rust. Werken en rusten zijn de twee bewegingen van het leven: ze zijn zo belangrijk als inademen en uitademen. We leven in een maatschappij waarin efficiëntie en prestatie het eerste en enige gebod zijn. Rust en bezinning gebeurt enkel om nog beter en meer te kunnen presteren. Dit is fout zeggen de Mystiekers. Rust en bezinning zijn evenwaardig in het leven van de mens. De Advent nodigt ons uit in ons leven vooral die andere kant te verzorgen.
|
|
|
Achter mijn tuin werd onlangs een nieuwe weg getrokken. Jarenlang hadden de mensen er al over gepraat en ernaar uitgezien, plannen werden gemaakt. Dat zou een goeie verbetering zijn. Maar het bleef bij wachten en verwachten, bij uitzien naar. Een paar maanden geleden was het zover: op een dag verschenen bulldozers: bomen, struiken en hagen werden uitgetrokken. De graafmachines groeven de bedding uit. De schaafmachines kwamen het nivelleringswerk verrichten en uiteindelijk werd het wegdek met mooie klinkers gelegd. Bijna is de weg klaar om naar de kerk of het parochiehuis te rijden. De langverwachte weg is er. 1. Wachten en verwachten, uitzien naar, was de eerste stap. 2. De weg klaarmaken was de tweede stap bij het tot stand komen van de nieuwe weg. Zo is het met vele dingen in het leven: je moet er eerst een tijd naar uitzien en verlangen, daarna moet je concrete stappen zetten. Zou het anders zijn in ons christelijk leven? Ik denk het niet. Neem nu bijvoorbeeld “Kerstmis vieren”.
1. Enkele weken geleden had ik met enkele jongeren een gesprek over de Advent. Mieke vertelde:” Voor mij is dat een belangrijke tijd, want Kerstmis is een feest waar je moet kunnen naartoe groeien, naar uitzien”. Neem nu vorig jaar bijvoorbeeld: temidden van alle dagelijkse drukte gaan werken – eten – slapen – werken was Kerstmis er voor mij gewoon te vroeg. Ik zat in de nachtmis en dacht: “Help, het zou beter zijn, dat ik deze dagen gewoon nog een weekje mocht uitstellen. Ik ben er nog niet klaar voor”. Naar kerstmis moeten we uitzien, ernaar toe groeien. Het eerste kaarsje op de Adventskrans is een kaarsje van verlangen, verwachten, uitzien naar…
2. Het tweede kaarsje dat wij op deze zondag ontsteken zet een volgende stap: De weg klaarmaken. In beide lezingen horen we de boodschap: De profeet Jesaia roept zijn volk toe: Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn; elk dal moet gevuld worden, elke berg en heuvel geslecht worden. En in het evangelie neemt Johannes de Doper de woorden van de profeet in de mond: Ik ben de stem die roept in de woestijn. Bereidt de weg van de Heer, maak zijn paden recht. De tweede stap naar kerstmis is een stap van bekering. Een weg klaar maken.
3. Wat kan dat betekenen een weg klaar maken? Hoe kan ik een weg banen voor de Heer in mijn leven?
Hoe denken wij over God en over Jezus en over zijn kerk? Als ik met jongeren hierover spreek, zegt de kardinaal, dan dient het eerste uur enkel om het puin op te ruimen. Pas daarna kan Jezus, God en de kerk voor hen weer blijde boodschap worden. Vele mensen denken en spreken heel oppervlakkig en met slogans over God, Jezus en de kerk. Durven we tijd maken om eens iets degelijks te lezen over ons geloof of te kijken naar een degelijk godsdienstig programma.
Zien we nog wel het vele mooie dat mensen doen en dat er gebeurt in de wereld en de kerk van vandaag. Dan zal er plaats zijn in ons leven voor het kind van Kerstmis, dan zullen wij ons thuis voelen in de kerk met Kerstmis.
Goede vrienden, Petrus schrijft in de tweede lezing: Voor de Heer is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag.
Voor mij betekent dat, dat voor God niet morgen belangrijk is, of gisteren of de laatste dag van je leven, maar nu! Vandaag! Vandaag wil Hij komen. Vandaag wil Hij je geluk. Vandaag wil Hij bij je zijn. Talm dus niet de weg klaar te maken. Ontsteek het tweede kaarsje op de Adventskrans, laat het branden in je kamer of je huis en in je hart. Dan is het Advent!
|
|
|
Wanneer ik deze week door de Vrijheid van Hoogstraten reed, dan zag ik overal mensen druk bezig met de Kerstversiering. Cafés en restaurants versieren hun instellingen met dennentakken en lichtjes. Personeel van de Stad heeft de Kerststal al geplaatst naast de kerk en de gebuurtes zorgen voor een aangepaste straatverlichting. Hoeveel bedenkingen wij ook mogen hebben over de commercialisering van het kerstfeest toch zeggen al deze tekenen dat wij naar iets uitzien wat anders vergeten lijkt. Kerstmis nadert en het lijkt alsof de wereld om ons heen ineens weer meer religieusgevoelig wordt. Het bewijst wellicht dat wij mensen verlangen naar de tekenen van een andere wereld. Dat er in ons door computers bestuurde en geregelde bestaan, dat verzorgd is van de wieg tot het graf, toch een opening zit. Een opening naar het onbekende geheim dat achter alles verborgen is. Waar we vaak onbewust toch naar op zoek zijn.
Deze week in Postel: een dagbezinning. Een koppel uit Minderhout. Ze kwamen naar de mis in Postel. “We hebben dat nodig eens een halve dag in de sfeer van deze abdij leven, samen de eucharistie meevieren met de gemeenschap van de paters en samen iets eten in den Beiaard”. “Het leven is meer dan geld verdienen” zei een man. Hij was nog gevoelig voor dat “meer” in het leven. En een man kwam op de pastorie vragen wanneer de boeteviering plaats had. Ik wil daarmee rekening houden bij het regelen van mijn afspraken. Mensen leven in deze tijd nog naar iets toe. Zijn het enkelingen. Ik geloof het niet. Juist in deze tijd van het jaar komt deze honger meer naar boven. In een geestelijk boek las ik deze week: De verwachting is de grondhouding van een christen. Ze moet volgehouden worden een leven lang. Het gevaar is dat wij onze verwachting opvullen met nepvullingen. Je moet je hart bewaren in deze Adventshouding. Pleeg geen aanslag op je zo kwetsbare godsverwachting. Je mag het uiteindelijk te ontvangen geschenk niet willen voor het onmiddellijk grijpbare.
De zonde van de moderne mens is juist dat hij niet God maar de mens in het centrum van het leven plaatst. Zijzelf worden dan de norm en het centrum van alles in hun leven. “Ik gerichtheid” wordt dan vlug de levensnorm. Wie God terug in het centrum plaatst, wie God laat mens worden verlegt terug de aandacht van zichzelf naar de medemens. Elke medemens wordt dan broer en zuster. Dan groeit er opnieuw eerbied voor elke mens d.w.z; zij worden opgeroepen om elke mens reële levenskansen te geven, zowel materieel als cultureel, zowel sociaal als godsdienstig. In de eerste lezing laat de profeet Jesaia horen dat zulke droom waarheid zal worden. Er komt een nieuwe tijd: arme mensen zullen goed nieuws krijgen, gevangenen zullen vrije mensen worden. Oude ruines worden opgebouwd en verwoeste steden zullen er helemaal anders uitzien
God zelf zal ingrijpen, er zal gerechtigheid heersen en eeuwige vreugde alle onrecht zal bestraft worden. Zo stelde men het zich voor 2000 jaar geleden. In het evangelie wijst Johannes de Doper naar Jezus die komende is. “Midden onder u staat Hij die gij niet kent”. Jezus die de woorden van Jesaia in de mond zal nemen. Johannes doopt met water. Jezus zal dopen met de heilige geest d.w.z. het doopsel van Johannes is een teken van bekering: de mens die terug van goede wil wordt. Maat het doopsel van Jezus vervult de mens met de geest van God. Hij rust de mens toe met die bovenmenselijke kracht waardoor mensen in staat gesteld worden zichzelf te overtreffen en daden te stellen die Gods droom werkelijkheid zal maken. Dan zullen we in staat zijn ook voor onze tijd de droom van Jesaia waar te maken. Welzijnszorg wil met haar actie ons daarbij helpen. Zorgen voor energie is een opdracht voor onze tijd. Meedoen aan het inzamelen van handtekens is een symbolisch gebaar. Het is in onze tijd zijn stem verheffen voor hen die geen stem hebben in onze wereld. Het is de politieke druk uitoefenen op het sociaal wanbeleid in ons land. Geld verzamelen voor concrete projecten is een duwtje in de rug geven aan initiatieven die onze samenleving helpen.
Het derde Adventskaarsje dat we vandaag aansteken nodigt ons uit tot gebed. Ons hart openstellen voor Gods woord zodat het mens kan worden in onze daden. Bidden is ons laten dopen, onderdompelen in Gods geest en Gods kracht. Het is ons ten diepste openstellen voor zijn komen. Ruusbroec zegt: “Wij moeten eerst de weg gaan van buiten naar binnen om door Gods geest de weg te kunnen gaan van binnen naar buiten”.
|
|
|
Overal waar ik kom zie ik dat de mensen in de weer zijn om Kerstmis voor te bereiden. In de huiskring staat de kerstboom opgesteld. In de verenigingen worden kerstfeestjes georganiseerd. In de gebuurtes werd de kerstkaart bedeeld. In de kerk oefenen de koren hun kerstprogramma, wordt een boeteviering gehouden. Zo willen de mensen Kerstmis maken tot het schoonste feest van het jaar. En toch blijft kerstmis een geschenk: iets dat we niet kunnen maken, iets dat je krijgt. Het moet ons geschonken worden. Het is geen mensenwerk, hoe sterk de mens er ook bij betrokken is. Zo is het met alle grote dingen in het leven. Ze worden ons geschonken. Zo is het met elk kind. Zeggen we niet: Wij hebben een kind gekregen, niet wij hebben een kind gemaakt. Zo ook Kerstmis: Kerstmis krijg je, het is Gods geschenk. je kan het niet maken. Dit lijken de lezingen van vandaag ook te zeggen.
Neem bv. de eerste lezing. Ze vertelt over de grote koning David. Hij kijkt trots op zijn vijanden neer. Hij heeft ze allemaal verslagen. Hij kijkt fier naar zijn paleis. Dan ziet hij dat de Ark van Jahweh onder de tent staat en hij zegt: Ik heb voor mezelf gezorgd: nu zal ik ook eens voor Jahweh zorgen. David doet alsof hij het allemaal zelf in handen heeft en naar zijn hand kan zetten. Dan treedt de profeet Natan naar voor: met een Godswoord. Met Gods kijk op de dingen. Hij begint met David eraan te herinneren hoe hij van bij de schapen werd geroepen door God. Heb ik u niet uit de steppe gehaald? Op al uw tochten zal ik u bijstaan. Ik heb al uw vijanden vernietigd en uw naam groot gemaakt. Het was vooral Gods werk, zegt de profeet. En ook in de toekomst zal dat zo zijn. Gij wilt een tempel voor mij bouwen. Een nakomeling van u zal ik verheffen met koninklijke macht en zijn troon zal voor eeuwig stand houden. Jahweh is het die het echte heil schenkt aan David. Een koningshuis, een dynastie.
In het evangelie hoorden wij het verhaal van de boodschap aan Maria. Heel dit verhaal is erop gericht ons duidelijk te maken. God is hier aan het woord. Met typisch bijbelse beelden wordt ons dit duidelijk gemaakt. De engel: In de bijbel zijn de engelen wezens die namens God optreden. Hij komt van Gods wege. De maagd: de geboorte van een kind uit een onvruchtbare vrouw zoals Elisabeth of uit een maagd zoals Maria wil onderlijnen. Degene die hier geboren wordt is niet alleen mensenwerk. Zij zijn een geschenk uit de hemel: Zij zijn vrucht van Gods geest. Met de eerste christenen worden wij uitgenodigd in Jezus te zien: de doorbraak van Gods vrede. Hij zal degene zijn die door Natan aan David werd beloofd. “God de Heer zal hem de troon van zijn vader David schenken en aan zijn rijk komt geen einde. Het echte heil wordt door God geschonken. De echte vrede is het werk van God. Maar God kan maar werken doorheen mensen die gelovig voor hem openstaan. In geloof openstaan.
Wij hebben vandaag het beeld van O.L.Vrouw midden in de Adventskrans gezet. Zo dicht bij kerstmis richt de liturgie de volle aandacht op de moeder. In de volksvroomheid is de meimaand een Mariamaand, maar in de liturgie is de Mariale maand bij uitstek: december: de Adventtijd en Kersttijd. Heel vooraan in de Advent straalt de heldere ster van het feest van Maria Onbevlekte Ontvangen. Dat zij “onbevlekt ontvangen” is betekent dat God haar vanaf de eerste ogenblikken van haar bestaan heeft uitverkoren om de moeder van zijn Zoon te worden en dat zij daarom gevrijwaard bleef van alle kwaad. Ook hier wordt eerst iets over God gezegd: God is ons altijd voor. Hij is eerst met zijn genade.
In de Advent wacht de kerk met Maria op de komst van het kind. Eigenlijk ziet de kerk Maria’s gelovige houding als een houding die gans het gelovige volk moet kenmerken. In de bijbel wordt het volk van God genoemd: “Vrouwe Sion”. Maria is eigenlijk helemaal Advent: uitzien naar: wachten zonder iets te zien, maar zeker zijn dat het komt, want zij weet: het kind groeit in haar, zeker en onstuitbaar. Maar ze kan het niet zien. Ze weet ook niet hoe het zal groeien, hoe het zal spreken en handelen. Hoe het zal eindigen. Wachten zonder te zien. dat is de rijkdom van Maria’s geloof. Want uitzien en wachten zonder te zien dat is geloven. Zal Jezus later niet zeggen: “Zalig die geloofd hebben, zonder te zien”. In deze wintertijd, als de dagen kort zijn en het licht zwakker en zwakker wordt, staat Maria in het licht van de Adventskrans.
Zij staat daar en wacht op kerstdag. Het is de tijd om haar beeld in de huiskamer te plaatsen en ernaar te kijken. Om er licht bij aan te steken en een bloem bij te plaatsen. Zo wordt het wachten van ons eigen hart gesymboliseerd: in een kaars en een bloem. Bidden wij tot Maria het eenvoudige Weesgegroet. Zo worden we er telkens aan herinnerd dat God het is die de grote dingen doet in Maria’s leven, maar ook in ons leven. En wij vragen om de eenvoudige ontvankelijke houding van Maria. Ieder mens droomt dat Kerstmis meer zal zijn dan eten en drinken, gezelligheid en sfeer. Eigenlijk dromen we dat doorheen het hele kerstgebeuren “het wonder aan ons zal geschieden” God in ons midden. Amen.
|
|
|
Beste mensen, Geen melodie is over de wereld zo verspreid, geen lied is onder de mensen zo gekend als het lied van Kerstmis, het lied van Stille Nacht, van alles slaapt en eenzaam wacht. In sfeer en woord en klank is het even vast aan deze tijd gebonden als de ster aan de stal, als de herders op hun velden. Maar hoe mooi het ook mag klinken, hoe overtuigd wij het ook zingen, het is meer werelds lied, dan bijbels lied, het is meer mensenlied, dan goddelijk lied.
Meer werelds lied en mensenlied, omdat het slechts een beeld van Kerstmis biedt. Een beeld vaak even vast, haast even stil en stadig als de stenen beelden van Maria en Jozef, van de herders en hun schapen in de stalletjes van onze tijd. Een beeld, vaak even glanzend en even blinkend als de lichtjes en de bollen aan de takken van onze opgetuigde kerstboom.
Meer werelds lied en mensenlied, omdat het, onbedoeld en ongewild, van Kerstmis een stilleven biedt.
In het lied van de bijbel, in het kerstlied van God, was het voor geen van de betrokkenen een stille nacht, een nacht van alles slaapt
Want de moeder die het kindje draagt, de vader die vergeefs om onderdak vraagt, worden door de wil en de wet van een keizer en door de harteloosheid van mensen van de bewoonde wereld weggejaagd.
In het lied van de bijbel, in het kerstlied van God, wordt aan geen van de betrokkenen een goede nacht gewenst. Want voor de herders rond hun kudde, is het een nacht van ogen open houden, van vechten tegen slaap, van hopen op morgen, in dienst van hun patroon. Maar niet alleen keizers, patroons of mensen gunnen hen geen stille nacht. Ook God laat hen niet met rust. Geen vader en geen moeder blijft onverstoorbaar kalm bij de geboorte van een kind.
Ook bij dat goddelijk kind is er geboortepijn, en angst en vrees of alles wel goed zal zijn. En ook bij de herders is de eerste noot van hun kerstgezang een tremelo, een beef-noot van angst en vrees. Voor de blijde boodschap komt, moet de engel hen eerst kalmeren en geruststellen. “Vrees niet”. En ook het goede nieuws zelf jaagt hen op, weg van hun vertrouwde, veilige plek. Ze konden niet blijven waar ze waren. Ze moesten op weg om het kind te zien.
Het lied van de bijbel, het kerstlied van God, is geen warme, gezellige kamermuziek, om rustig te beluisteren vanop vaste, veilige plaatsen. Het is een lied voor mensen op zoek en onderweg. Want het kind van God en de vrede die Hij brengt vallen niet als sneeuw uit de hemel, liggen niet als een geschenk onder een mooi-versierde boom. Wie God wil zien en vrede wil vinden, moet zich op weg begeven, moet los komen van waar hij aan vast zit.
Straks horen of zingen wij van Stille Nacht, het lied van alles slaapt en eenzaam wacht. Laten wij ook wakker en waakzaam blijven, zoals Maria en Jozef en de herders. Wellicht horen wij dan ook de tweede stem, de stem van God. Dan wordt het mensenlied van Stille Nacht, voor u, voor mij, voor elk van ons, het Goddelijk lied van Heilige Nacht. Amen.
Abij Postel
|
|
|
Een van de boeiendste boeken die ik als jongeman las droeg als titel: Peter zoekt het geluk. Het was het verhaal van een jongeman die op zoek was naar het geluk. Het was een boeiend boek voor ons jonge studenten, wellicht omdat niet alleen Peter op zoek was naar het geluk maar tegelijk al die jonge mensen op dat internaat en wellicht elke mens. Elke mens is op zoek naar het geluk. Wat wensen we mekaar in deze nieuwjaarsnacht: een gelukkig nieuwjaar. Er is in elke mens een kracht die hem vooruitstuwt….. en hem naar de toekomst drijft. We zijn gemaakt voor de toekomst, om vooruit te kijken. Ons gezicht staat aan de voorkant van ons lichaam, niet aan de achterkant. Een mens is gemaakt om vooruit te kijken. Hoe kijkt een mens vooruit?
1. Als kind droomt men dat het geluk in de dingen ligt. Men wil er zoveel mogelijk hebben; ermee uitpakken en anderen verbaasd doen staan. De voetbalschoenen, de nieuwe fiets, het computerspel en zoveel andere dingen die overal liggen uitgestald zeggen ons: neem ons mee en je zal gelukkig zijn. Maar toch ervaren we reeds heel vlug: eens dat je de dingen hebt verliezen ze veel van hun glitter en worden ze vlug gewoon. En na elke vervulling van een materieel verlangen komt er weer een ander. Veel hebben geeft wel een geluksgevoel maar toch zijn we op zoek naar een geluk dat groter is. Een geluk dat van een andere aard is. Ondertussen wensen wij u dat je niets tekort zou hebben.
2. Als we volwassen worden zoeken we ons geluk vaak op het vlak van het presteren. We willen iets realiseren in het leven. We zien uit naar het diploma dat onze studie bekroont. We zijn fier met de eerste maandwedde die we op tafel kunnen leggen. We proberen vooruit te komen in het leven: dromen van een eigen huis, een zaak opbouwen, carrière maken. We willen tevreden opkijken naar het werk van onze handen. Ook deze vorm van geluk is belangrijk. Op onze dagen beseffen velen dat niet kunnen presteren, niet mogen presteren een domper is op het geluksverlangen van een mens. Jongeren die werkloos zijn, of mensen die ziek zijn beseffen dit maar al te goed. Daarom wensen wij u dat je in het nieuwe jaar zou kunnen werken en het werk je vreugde geeft.
3. Hebben en presteren geven nog niet het volle geluk. Peter in ons zoekt een geluk dat meer is…een geluk dat iemand is: een vriend, een levensgezel, een goede relatie met je medemensen. Eigenlijk allemaal dingen die je niet kan kopen, die je niet kan veroveren maar die ons moeten geschonken worden. Een geluk dat ons overkomt… zomaar. Voel je thuis is niet enkel een programma voor gastarbeiders, maar een verlangen van elke mens. Vrienden, goede relaties: ze vergroten niet ons bezit maar wel de kwaliteit van het leven. We voelen ons gedragen door iemand voor wie we er mogen zijn. Dit geluk is kostbaar, maar ook broos en breekbaar. Een man zei mij: “Nieuwjaar! De ongelukkigste dag. Vandaag stierf onze enige zoon”.
4. De mens kan ontzettend veel betekenen voor zijn medemens, maar een mens kan ook diep ontgoochelen. Hoe sterk het houvast is dat mensen voor mekaar kunnen betekenen, tegelijk stoot een mens op de eindigheid, de broosheid van dit diep menselijk geluk. Zo komt de vraag: is er wel een geluk dat zo totaal antwoord is op de vraag van de mens. Peter zoekt het geluk: eigenlijk in al zijn zoeken is het eindstation een zoeken naar het eeuwige: naar Iemand die dat eeuwige in zich draagt en een naam heeft. God zelf. Dat in de boodschap waarmee wij het nieuwe jaar worden ingestuurd: God is er voor ons. Hij is in Christus onze metgezel geworden. Vanuit God het nieuwe jaar bekijken zal ons het jaar anders doen inzien.
Laatst zag ik een vader met zijn klein kind op de knieën. Samen keken ze in het prentenboek. Het verhaaltje leek veel boeiender, de prentjes veel mooier wanneer vader meekeek. Als het kind alleen moest kijken, was het zo uitgekeken: ‘k heb het al 10 keren gezien. Maar als vader meekeek dan was het altijd weer nieuw. Kruip eens op Gods knieën, ja doe het maar in dit nieuwe jaar en kijk dan naar de dingen en de mensen rondom u. Dan krijgt alles een nieuw gezicht. Hij maakt alles nieuw. Dat je zo met God door het nieuwe jaar mag gaan is mijn laatste wens.
|
|
|
Het verhaal over de drie wijze uit het oosten is een leerverhaal.
Mattheus die zijn evangelie schrijft voor christenen uit het jodendom wil er iets mee leren nl. dat deze Jezus die in de wereld gekomen is niet enkel voor het joodse volk is gekomen, maar voor de hele wereld. Zo worden in Jezus de woorden van de profeet Jasaia vervuld: “Sta op, laat het licht schijnen, Jeruzalem, want de zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen. Volkeren komen op u af op de luister van de dageraad”.
De zoektocht van de wijzen wil ons ook leren hoe wij door het leven moeten gaan willen we Gods openbaring ontdekken in ons leven. Zo zijn zij eigenlijk goede gidsen bij het begin van een nieuw jaar.
Er staat in dit verhaal een sterk contrast tussen de 3 wijzen aan de enen kant en Herodes en de Schriftgeleerden aan de andere kant. Herodes en de Schriftgeleerden hebben een gesloten levenswijze. Herodes heeft alleen oog voor zijn macht en ambitie. Zolang die niet bedreigd is kan het hem allemaal niet veel schelen. Hij is niet meer te bewegen voor nieuwe boodschappen. Hij gaat ook niet meer op weg. Zijn positie handhaven. Hij lijkt op vele mensen uit onze wereld die ongevoelig zijn geworden voor de tekenen van de tijd: Als zij maar hun portie brood en spelen hebben laat de rest hun onverschillig. Ze leven met een gesloten levenswijze Ook de schriftgeleerden staan niet meer open voor de nieuwe tekens. Ze kennen de waarheid, ze hebben ze geleerd en bestudeerd. Ze weten er alles van. Maar het is “gestold-weten” geworden. Zij blijven in de boeken steken. Ze worden niet meer aangeroerd en ontroerd door het leven en de feiten uit het leven. Hun levenswijze is afgesloten. Ik denk dat wij priesters en christenen soms het gevaar lopen te lijken op deze schriftgeleerden. We weten er zowat alles van: we hebben onze levenservaringen en levensontgoochelingen. En we laten het liever bij wat we hebben. Het nieuwe, het andere praten we met een zelfzekere kennis van ons weg. Zo behoeden wij onszelf ervoor opweg te moeten gaan. ’t Zal onze tijd nog wel doen. Heel anders is de levenshouding van de Wijzen. Ze leven met een open levenshouding.
We kunnen er als het ware 4 stappen van onderscheiden: Aandacht hebben – op weggaan – je laten bevragen – je overgeven. Ze zijn een vier voudige wens voor het nieuwe jaar.
Wie deze weg van de wijzen gaat, zal langs een andere weg naar het leven van ieder dag terug keren. Moge de tocht van de wijzen ook onze tocht worden in het nieuwe jaar. Dan zal het een zalig nieuwjaar worden.
|
|
|
Deze week was ik op bezoek bij een collega op pensioen. Hij onderbrak ons gesprek: Stil! De klokken luiden! Er is iemand gestorven. Ik denk dat het de lichte klok is. Dan is het een vrouw. Ja, het moet een vrouw zijn: even waren we stil. Onze gedachten gingen even naar de overledene die door de klokken werd opgeroepen. Klokken hebben een boodschap: op de luidklokken staan vaak 2 Latijnse woorden: Vox Dei! Stem van God. God spreekt langs de klokken. De vraag is of we de taal van de klokken nog verstaan? Horen we nog Gods stem wanneer de klokken luiden om ons uit te nodigen voor de zondagsviering?
Een oudere vrouw vertelde mij eens: “Als de ziekenwagen met geloei voorbijrijdt dan bid ik een onze Vader: dat hij: de zieke, behouden mag terugkomen of dat hij behouden mag thuis komen bij God. Zij hoorde in het geloei van de sirene, de hulpkreet van de zieke of gewonde medemens. Ze hoorde zelfs God stem in het geloei van de 100. Hoort de moderne mens nog de Gods stem? Hoort hij Gods roepen? Beseffen wij dat God ons roept: dat wij geroepenen zijn? In de eerste lezing hoorden we een mooi verhaal van de kleine Samuel. Het verhaal begint met te zeggen: In die dagen was een woord van Jahweh een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor. Het was een tijd die niet gevoelig was voor het religieuze: een tijd van godsverduistering. Een beetje zoals onze tijd.
De oude Eli leert de kleine Samuel hoe hij moet leren luisteren naar Gods stem en vooral hoe hij moet leren antwoorden. Het eerste dat hij moet leren is: in een stem Gods stem erkennen. Gods stem klinkt als een mensen stem of nog juister: in een mensenstem klinkt Gods stem. Het tweede dat je moet leren is: antwoorden op de stem. “Spreek Heer, uw dienaar luistert”. Met die woorden begin ik elke morgen een nieuwe dag: “Spreek Heer uw dienaar luistert”. Alleen luisteren naar de stem en er durven op ingaan. Dan wordt je een geroepene.
In het evangelie wordt verteld hoe Jezus bij het begin van zijn openbaar leven zijn eerste leerlingen roept. Dit gebeuren leert ons vooral dat God roept langs mensen: de eerste twee leerlingen worden door Johannes de Doper naar Jezus verwezen. Hij is hun wegwijzer. Het zijn zoekende mensen. Jezus vraagt: Wat verlangt gij? Wat verwacht gij? Dat is een kapitale vraag. Om leerlingen te worden, moet je het verlangen. Je kan geen christen worden als je niet verlangt. Elk leven wordt uit verwachting geboren. Ook het godsdienstige leven. De twee zijn verrast door die vraag en wat stuntelig antwoordden zij: Waar woonde gij? Het wordt wel een onvergetelijke ontmoeting in hun leven. Jaren later weten ze nog precies hoe laat het was toen die ontmoeting gebeurde. Het was ongeveer het tiende uur. Het werd de ontmoeting van hun leven. Ze bleven de hele dag bij Hem.
Aan een koppeltje vraag ik weleens op de ondertrouw: “Waar heb je elkaar ontmoet”? Ze weten het allemaal nog: plaats en tijd. Soms zelfs de muziek die gespeeld werd. Er was een verlangen en het werd een ontmoeting: een wederzijdse roeping. God roept mensen langs mensen. Het evangelie leert ook dat geroepenen op hun beurt roepers worden . Andreas die Jezus ontmoette ging het vertellen aan Simon en bracht hem bij Jezus: ook hij wordt leerling van Jezus.
Iemand vertelde mij eens:” Ik zat in de uitvaartmis van een moeder van een groot gezin. De pastoor vertelde wat deze vrouw, naast haar taak als gezin, allemaal nog deed voor de gemeenschap. Toen dacht ik: Als die dat allemaal kon, dan moet ik ook iets gaan doen voor de gemeenschap. Zo ben ik kernlid geworden van KAV. Iemand die leeft als een geroepene wordt Gods roepstem voor de medemens. In de parochie is men regelmatig op zoek naar nieuwe medewerkers in het parochieteam, werkgroepen of verenigingen. Ook dit is een roepinggebeuren in de gemeenschap.
Ik denk dat vele mensen niet durven ingaan op deze concrete roepingen omdat ze het bewustzijn dat ons leven een roeping is en iemand groot over ons denkt verloren hebben. We hebben christen zijn teveel herleid tot van alles doen: tot ethiek. Christen zijn is op de eerste plaats een zijn: mystiek. Meester Eckhout schrijft: “ Wij zijn niet geschapen voor het kleine. De grootste zonde van de mensen is dat ze vergeten dat ze koningskinderen zijn”.
|
|
|
Krijg jij ook van die speciale reclame in de bus? Uitzonderlijke aanbieding!! Dit is je geluksnummer!! Wacht niet tot morgen. Ga er vandaag op in!!
De reclame gebruikt voortdurend deze twee truckjes om hun waar aan de man of de vrouw te krijgen. 1. Ze probeert ons wijs te maken dat hun product het ideale is en onmisbaar is voor jouw geluk. Dat moet je hebben om de leegheid van je bestaan te vullen. 2. Ze probeert je wijs te maken dat het nu het moment is. Koop nu! Er is geen tijd te verliezen. Morgen is het uitzonderlijk aanbod niet meer geldig. Vandaag vinden we die twee grondregels van de reclame ook terug in de liturgie.
Hij geeft als gulden regel: Zij die met het aardse omgaan moeten er niet in op gaan: want de wereld die wij zien gaat voorbij. Ook Jezus heeft het in het evangelie over die hoogdringendheid: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in het evangelie. Het grote verschil tussen de reclame en het evangelie ligt er juist in dat de reclame ons zegt: Jouw geluk bestaat in het hebben, het bezitten: dit mag je niet missen. Het evangelie daarentegen zegt ons voortdurend: dit moet je los laten, daarvan moet je je onthechten. Je geluk zit juist in het durven prijsgeven, durven loslaten. Een ander verschil: Als je ingaat op de reclame en je laat vangen zit je achteraf dikwijls met een kater en ontgoocheling (Encyclopedie) Als je ingaat op het evangelie kies je een moeilijke weg maar ondervind je achteraf vreugde en voldoening. Waarvoor kiezen wij?? De reclame – of het evangelie?
Als je voor het evangelie kiest dan moet je 2 stappen zetten: 1. Je vertrouwen in iemand stellen. De mensen van Ninive geloofden in het woord van God. De leerlingen volgden Jezus. “Kom volg mij” zegt Jezus “ ik zal je vissers van mensen maken. Hun zoeken naar vissen zal nu een zoeken naar mensen worden. Zolang ze gewone vissers waren, was de horizon van hun leven heel beperkt gebleven. Ze leefden voor zichzelf, voor hun familie voor enkele vrienden en kennissen. Als vissers van mensen trok Jezus de horizon van hun leven open. Het vangen van vissen betekende het einde, de dood van de vissen. Het vissen van mensen betekent een nieuw begin en een nieuw leven. Evangelisch leven vertrekt van vertrouwen in iemand: God, Jezus, priester, medemens. 2. Op Gods uitnodiging ingaan betekent steeds : een keuze maken: iets prijs geven…. onszelf prijsgeven. Iets prijsgeven: de vissers verlieten hun boten en netten. De vissers verlieten hun vader.
Onszelf prijsgeven: Jona moet zijn eigenzinnigheid prijsgeven en zijn vooroordelen over de mensen van Ninive. Jezelf prijsgeven is veel moeilijker dan iets geven. Voor de reclame lijkt een van de dogma’s: Je moet jezelf zijn. Voor velen betekent dat dan: ongebondenheid, vrijheid, onafhankelijkheid, niemand nodig hebben, alles moet kunnen, alles mag. Dan lijkt de evangelische oproep tot het prijsgeven wel zinloos. Wie dieper nadenkt over het leven ontdekt al vlug het belang van de evangelische levenswet: Wie zich aan het leven hecht zal het verliezen, wie zich in dit leven durft prijsgeven zal het leven vinden. Wij leven in een beslissende tijd.
|
|
|
Op een vergadering vertelde iemand dat zij op de tv. een uiteenzetting gezien had over duivelbezweringen en bezetenheid. Al vlug kwam de vraag naar boven: meneer bestaat zo iets: bezetenheid door een duivelse macht? En is dat mogelijk dat mensen hiervan bevrijd worden? Al deze vragen komen misschien ook op in onze geest bij het luisteren naar het evangelie van vandaag. Er bevindt zich in de synagoge te Kafarnahum een man van wie Marcus vertelt dat hij in de macht was van een onreine geest. Wat betekent dat? Deze man begint in de vergadering luid te schreeuwen. Wat hij uitroept is ook al moeilijk te begrijpen. Jezus van Nazareth, wat hebt gij met ons te maken? Gij zijt gekomen om ons in het verderf te storten.
Hoe komt de man erbij? En wat kan dat betekenen: verderf en in het verderf storten? Hij vervolgt: Ik weet wie gij zijt: de heilige Gods. En wat gebeurt er? Jezus zegt: Zwijg stil. Dit is heel begrijpelijk. Maar dan: Ga uit hem weg! Wie of wat moet uit de man weggaan? De onreine geest? Maar hoe is dat te begrijpen. En dan vervolgt het verhaal. De onreine geest schudde hem heen en weer, gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg. Het is allemaal erg onbegrijpelijk. Iets kunnen we toch begrijpen. Er is een hevig gestoorde mens, helemaal buiten zichzelf, hevig schokkend in sidderende krampen, een snijdende schreeuw en daarna stilte en een bevrijde mens; bevrijd van Wat? Vraagteken…
Voor de evangelist Marcus is het allemaal niet zo onduidelijk. Hij ziet onze wereld beheerst door een dubbele macht; de macht van het goede en de macht van het kwaad. Ze slaat als twee machtsblokken tegenover elkaar en proberen de mensen in hun greep te houden. Zij zijn aanwezig in het hart van elke mens: Goed – kwaad. Met de komst van Jezus van Nazareth is voor goed het Rijk van het Goede, het Rijk Gods, zegt Marcus, binnengetreden in deze wereld en het grote tweegevecht is begonnen. Het gevecht van het goede, met Jezus als voorvechter met het kwade, met de satan als voorvechter. In de synagoge van Kafarnaum zien we deze confrontatie gebeuren tussen goed en kwaad… en Jezus behaalt de overwinning op het kwaad. Het is dan ook begrijpelijk dat de mensen van Kafarnaum vol verbazing waren over Jezus optreden. Hij leerde niet zoals de schriftgeleerden. Hij trad op met gezag. Jezus heeft niet alleen wat te zeggen; hij bezit de macht te doen wat hij zegt. Elders schrijft Marcus: er ging een kracht uit van hem die allen genas.
Blijft de vraag hoe dit zich afspeelt in onze wereld? Onlangs had ik een gesprek met iemand die verslaafd was geweest aan drugs. Verslaving is iets vreselijk, vertelde hij. In het begin heb je het nog in handen: je gaat op zoek naar de verslavingsmiddelen. Je hebt het initiatief in handen. Maar als je in de greep van de verslaving komt, heb je er gewoon niets meer aan te zeggen: je wordt gedwongen tot de verslaving. Het zit als een duivel op je rug, je krijgt hem er niet meer af en je wordt een speelbal in zijn macht. Je steelt geld. Je steelt juwelen van je moeder om geld te hebben voor drugs, er lijkt geen weg terug. Je bent erdoor bezeten. En op ’t einde van zijn verhaal zei hij: je geraakt er niet van af als je niet gelooft in een hogere macht! Iemand die groter is dan jezelf moet je eruit bevrijden.
Ik geloof dat de macht van het kwaad een realiteit is in de wereld van vandaag. We zien ze niet enkel in de verslaafde mens, maar ook in de vele vormen waarin mensen geraakt worden in hun innerlijke gaafheid. De gekwelde mens, de prestatiemens, de verkrampte mens, de productie - consumptie mens, de beangstigde mens, de geweldmens. Zovele vormen waarin het kwaad de mens in zijn greep houdt. Maar ik geloof ook dat met Jezus de hogere macht in deze wereld is binnen getreden die ook nu met gezag kan optreden in het leven van de mensen. Heel wat mensen die door de hel van de bezetenheid zijn gegaan zijn eruit bevrijd langs vele menselijke wegen, maar vooral ook door het ontdekken of weervinden van de hogere macht in hun leven.
De grote psychiater Carl Jung schreef: vele honderden patiënten heb ik in behandeling gehad. Tussen al die patiënten was er niet één wiens moeilijkheden in laatste instantie niet gelegen was in het zoeken naar een religieuze Wereldkijk en ik durf gerust zeggen dat zij zich allemaal ziek voelden omdat zij waren kwijtgeraakt wat de grote godsdiensten van alle tijden “geloof” genoemd hebben en ik voeg eraan toe dat diegene die hun religieuze Wereldbeschouwing niet terug vonden, ook nooit werkelijk genazen”.
Jezus trad op met gezag! Hij kon het goede wekken in de mens. Vandaag is het honderd jaar geleden dat Don Bosco stierf. Hij was de heilige van de straatjeugd. Hij bezat de kracht om misdadige jongeren weg te roepen naar een nieuw leven. Van hem is de uitspraak: Ook in de grootste bandiet, steekt stof voor een heilige”. Zo vinden wij in elke tijd mensen die zo sterk geworteld staan in het goede, dat zij het kwaad in de medemensen kunnen overwinnen. In de kracht van de Heer konden zij bevrijding brengen in de wereld. Misschien moeten wij ons eerst laten grijpen door de Heer om met die kracht te kunnen leven.
|
|
|
Enkele weken geleden was ik aan het wandelen in Castelree. Een rustige wandeling in landelijk en bosrijk gebied. Op een bepaald moment werd ik getroffen door een bord aan de rand van het wandelgebied. Op de plaat stond de tekst: “stiltegebied”. Ik kwam het bord nog verschillende keren tegen. Het stiltegebied was blijkbaar uitgestrekt. Al wandelend begon ik over dat bord te mijmeren. De groene jongens en de mensen van de natuur zorgen ervoor dat de vogels en de dieren in het wild een stiltegebied hebben, een plaats waar ze rustig en ongestoord kunnen leven.
Een stiltegebied draagt bij tot de gezondheid van de bewoners van de natuur. Al eerder had ik bij het begin van bepaalde dreven borden zien staan met de tekst: “verboden te crossen”. Er wordt blijkbaar veel gedaan voor de gezondheid van al wat leeft in de natuur. Daarom is en “stiltegebied” belangrijk. Al mijmerend gingen mijn gedachten naar de mensen: hebben de mensen ook geen nood aan een “stiltegebied”. Zou het voor de moderne mens ook niet belangrijk zijn dat hij een stiltegebied had; een plaats waar hij rustig kan zijn, een plaats waar hij niet voortdurend opgejaagd wordt.
Onze wereld is vol lawaai, vol gejaagdheid en drukte; de lat van de verwachtingen en prestaties wordt altijd maar hoger gelegd. Een computerspecialist vertelde mij deze week: door de computer valt heel wat fysisch werk weg, maar het verstandelijke werk neemt steeds toe. De mensen zijn niet meer moe, lichamelijk, maar overspannen door de kopzorgen. Waar vindt de moderne mens nog een stiltegebied?
In het evangelie van vandaag vertelt Marcus een dag uit het leven van Jezus. Een dag in Kafarnaum:
Jezus heeft een drukke pastorale agenda. Hij weet goed wat doen: de mensen gunnen hem geen rust.Toch schrijft Marcus: “Vroeg, nog diep in de nacht stond Jezus op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats waar Hij bleef bidden” Misschien moeten we vandaag hierover eens nadenken: Heb ik in mijn leven een stiltegebied. Waar vind in nog stilte? Maak ik nog tijd om mij terug te trekken in mijn stiltegebied. Zou ons wekelijks samenkomen in de kerk ook niet de betekenis hebben van ons terugtrekken in ons stiltegebied om tot rust te komen en weer met nieuwe krachten terug te keren naar het drukke leven. Een jonge moeder van enkele kinderen zei: “Voor mij is de zondagsmis een rustpunt in alle drukte. Hier kan ik eens eventjes tot mezelf komen.
De kerk is een stiltegebied voor de moderne mens. Geen clublokaal, maar oaseplaats. In Hoogstraten is men op zoek naar een groep vrijwilligers om de kerk overdag open te houden voor bezoekers, toeristen en mensen die op zoek zijn naar een rustig moment. Vele mensen gaan vandaag niet meer naar de mis, maar ze bezoeken wel kerken. De moderne mens is meer en meer een geestelijke pelgrim op zoek… Het is goed dat onze kerken een rustplaats zijn, lichamelijk en geestelijk. Zo zijn onze kerken niet alleen maar clublokalen, enkel open als de clubleden samenkomen, maar oaseplaatsen in de moderne woestijn waar de mens rust, stilte en lafenis kan vinden op zijn levenstocht. Moge de vriendenkring van St.Katharina lukken met dit initiatief.
|
|
|
Een melaatse ontmoet Jezus. De zieke heeft de plicht, “onrein” te roepen en te blijven staan wanneer mensen naderen. De melaatse smeekt Jezus; “Als gij wilt kunt gij mij genezen…” Jezus doet iets ongewoons. Hij steekt zijn hand uit, raakt hem aan en zegt; “Sta op en ga, je bent genezen..” De zieke staat op en keert naar zijn familie terug en wordt weer opgenomen binnen zijn gemeenschap.
Dit verhaal geeft ons een voorbeeld hoe God voor alle mensen wil zijn. Jezus heeft aandacht voor ieder mens. Hij kent grenzen, geen uitsluiting maar alleen opname en aanvaarding. Hij maakt geen onderscheid, desnoods tegen de wet in. Vertalen we dat even en plaatsen dat in onze tijd, vandaag. Melaatsheid bestaat er nog altijd. Letterlijk en figuurlijk. Mensen die uitgestoten worden, uitgestoten en gemeden. Aids patiënten, homo’s, vreemdelingen, bejaarden, ook mensen die men in de stations en op de pleinen ziet liggen, schamel gekleed met een fles in de hand. In Latijns Amerika worden ze verbannen naar de krottenwijken. Een deel van de wereldbevolking is er slachtoffer van. Al deze groepen vormen de schuldenlast die weegt op de armste landen, en die uitgesloten worden van een menswaardige levensstandaard
De moderne melaatsen, uitgesloten als ze zijn, roepen ons toe: als jullie het willen kunnen jullie ons genezen. Laat ons binnen in je gemeenschap. Wij christenen kunnen alleen deze uitsluitingsmechanismen niet afschaffen. De problemen zijn veel te groot en te gecompliceerd om daarvoor een oplossing te vinden. In onze christelijke vorming werden wij niet bewust gemaakt om zorg te dragen voor deze mensen. In ons godsdienstonderricht ging het over liefde van God, de zondagsviering, de vergeving van de zonden.
Maar over de zorg voor de armen en de inzet voor rechtvaardige structuren voor alle mensen, werd slechts de laatste tijd gesproken. Te laat en heel zeldzaam groeit het besef dat wij verantwoordelijk zijn voor deze onrechtvaardige wereldstructuur en voor de rechten van ieder mens. Als miljoenen christenen zich daarvoor daadwerkelijk inzetten, zou de wereldeconomie rechtvaardiger en menselijker zijn. “Als jullie willen”, zeggen de uitgestoten mensen. Als wij ons daarvoor daadwerkelijk inzetten leven wij in navolging van Jezus, die de melaatse de hand gaf en hem binnen de mensengemeenschap bracht.
Wim Coppieters
|
|
|
In Vlaanderen werd Damiaan de Grootste Belg In Frankrijk was het Abbe Pierre Een priester van diep in de 80 die heel zijn leven wijdde aan armen, uitgestotenen, mensen die leefden in de metro’s en sliepen in kartonnen dozen. Hij werd hun steun zelfs tot in de Franse politiek waar hij jaren in de assembléé zat. Pater Damiaan, Abbe Pierre, de grootste Een Frans krant besloot: de fransen weten ook vandaag nog onderscheid te maken tussen goud en klatergoud. Tussen sensatie en ernst. Tussen voorbijgaand succes en blijvende waarde. Hoe zou dat komen? Zou het niet zijn dat men in deze man een grootheid en een schoonheid ontdekte die leeft als een diepe hunkering in elke mens. Abbe Pierre was een man van het woord, maar ook van de daad. Hij deed wat hij zegde. En hij zegde wat hij deed. Hij nam het op voor het uitschot van de maatschappij en hij nam geen blad voor de mond als het ging over recht en onrecht in de Franse samenleving. Hij botste dan ook meermaals met het gezag. Ook de mens van de 21ste eeuw heeft bewondering voor mensen die een transparantie hebben waardoor iets Goddelijks straalt in onze wereld. Is het niet juist deze Goddelijke transparantie die de mensen in Jezus tijd ook ervaarden in zijn woorden en in zijn optreden. Jezus optreden was zo opvallend om 2 redenen:
In Hem straalde iets van het hoogste en het schoonste: iets van Goddelijke transparantie. Juist omdat Jezus zo transparant is voor de goddelijke werkelijkheid, gebeuren de wondere dingen rond deze Jezus. Daar waar Gods liefde, Gods goedheid, Gods vergeving vrije teugel krijgt in het leven van een mens daar gebeuren wonderen. Daar worden mensen ziende, daar worden lammen opgericht daar wordt de zonde-genezen. De wonderverhalen van de bijbel laten zien, niet alleen wat Jezus kon, maar vooral wat elke mens kan als hij helemaal open staat voor de liefde en de kracht van God. Ik dacht aan de helpers van de lamme uit het evangelie. Geen moeite spaarden ze om hun vriend bij Jezus te brengen. Toen Jezus hun geloof zag: een geloof dat handen en voeten kreeg toen kon hij de lamme genezen. Eerst de diepste genezing: de vergeving van de zonde. Hij zag het wellicht niet meer zitten. Hij had het geloof verloren. Zij niet. Waar mensen transparant worden voor Gods liefde daar gebeuren wonderen. Daar worden mensen opgericht tot uit de diepste put waarin ze vertoeven. Tot slot zien we dat Jezus in conflict komt met de godsdienstige leiders van zijn tijd. Ze ergeren zich aan Jezus omdat hij zegt: “Uw zonde zijn vergeven”. Voor hen is dit voorbehouden aan God. Alleen God kan zonden vergeven. Jezus wijkt niet voor hun kritiek. Hij gaat het conflict met het gezag niet uit de weg. Jezus geeft zelf de betekenis aan van de genezing van de lamme: opdat gij zult weten dat de mensenzoon macht heft op aarde zonden te vergeven zeg ik u: Sta op, neem je bed mee en ga naar huis. De genezing is een bewijs voor de vergeving. Sta op – opstaan. Het heeft te maken met het opstaan uit de dood, de zonde dood. God vergeeft de zonde. Hij is de vergevende. Maar deze goddelijke gedragshouding wordt in handen van mensen gegeven. Mensen mogen vergevende mensen worden, kunnen gestalte worden van goddelijk vergeven. God heeft het vergeven in mensenhanden gelegd. Mattheus onderlijnt dit in zijn verhaal. Toen de menigte dit zag werd zij door ontzag bevangen en zij verheerlijkte God die zulk een macht gegeven had aan de mensen. En in het Onze Vader bidden wij dat God ons zou vergeven zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. Wij kunnen Gods vergeving blokkeren. Daarom zouden we beter bidden: Vergeef ons onze schulden, opdat ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
|
|
|
Priester Jan Duchéne vertelde op de retraite dat wij maar kunnen genieten van ons gelovig zijn als wij de oude godsbeelden uit ons leven durven verwijderen. Hoe denken wij over God! In de living van oudere mensen zie je soms een prent hangen met een alziend-oog en de tekst: God ziet u! Hier vloekt men niet. God die ons in ’t oog houdt! Een Pas-op God. Als je met zo’n godsbeeld zit: durf je niet genieten. Of nog, soms lees je op oude doodsprentjes: God gaf, God nam, zijn heilige naam zij geprezen! Een God die niet te vertrouwen is daar moet je voor oppassen. Die moet je goed proberen te stemmen, met offers of offertjes, met vasten en boete. Of nog: op een doodsbrief: Het heeft de Heer behaagd tot zich te roepen. Een God die behagen schept in de dood van je geliefde. Jan Duchéne vertelde: Ik heb nog nooit op een huwelijks aankondiging gelezen: Het heeft de Heer behaagd ons bij elkaar te brengen voor het leven. God staat in verband met dood, niet met het leven. Deze opvatting is de opvatting van de Farizeeën en van vele mensen na hen tot op onze dagen. Jezus verkondigt een nieuw godsbeeld en meteen een nieuwe verhouding van de mens tot God. Gods wil de bruidegom zijn van de mensheid. Hij wil een verbond van liefde sluiten met de mensen en Jezus komt ons dit verkondigen. Hij is de gestalte van deze liefdevolle God. De nieuwe Godsdienstigheid die Jezus verkondigt is er geen van angst, van straffen, van wraak, van oordeel, zelfs niet op de eerste plaats een god van geboden en verboden. God, zegt Jezus, is als een bruidegom in ons midden. Hij wil met ons een liefdesverbond sluiten. De huwelijksliefde en de huwelijkstrouw zijn nieuwe beelden die Jezus gebruikt om onze relatie met God uit te drukken. Niet toevallig wellicht dat Jezus zijn eerste groot teken deed op een bruiloftsfeest te Kana en er is een overvloed van betere wijn. Met Jezus is het bruiloftsfeest van Gods liefde aangebroken. Daarom is de voornaamste vorm van Godsdienstigheid niet vasten en zich onthechten, maar vreugde en geluk, feest en vrijheid, lach en dans. Reeds in het oude testament is de liefde tussen man en vrouw, tussen bruid en bruidegom het beeld van de band tussen God en mens. Vaak is de mens ontrouw, Gods geeft niet op. Dat God liefde is nemen we over t’ algemeen wel aan, althans met ons verstand. Maar het duurt soms een leven lang voor het echt doordringt tot in ons hart. Jan Duchéne omschreef deze liefde van God nog verder, God is eerste liefde. Ze is er zoals de zon: je kunt de zon niet maken en ook niet verliezen. Ze is er gewoon. God is gratuite liefde, gratis, we moeten ze niet verdienen. God is overvloed van liefde: God schenkt in overvloed God is ver-gevende liefde: Hij gaat heel ver in het geven. Jezus is zich bewust dat hij met zulk een leer ingaat tegen de bekrompen en fundamentalistische opvatting van zijn leiders. Ik breng jonge wijn, zegt hij en die mag je niet in ouwe zakken doen want die doet ze barsten. De jonge wijn die Jezus schenkt moeten we met een nieuw hart ontvangen. Dan zullen wij er echt van kunnen genieten. Geen vasten dus? Jawel. We gaan op huwelijksretraite, 40 dagen met Jezus samen. Daar wordt mijn bruid weer gewillig, zegt God, zoals in de dagen van haar jeugd. Ik neem u als mijn bruid, voor altijd. Dan zult gij de Heer leren kennen. Laten wij met deze gedachte met Aswoensdag een askruisje halen en de veertigdagentijd beginnen.
|
|
|
Woensdag zijn we de vasten begonnen. 40 dagen en dan is het Pasen. Het vasten is in onze kerk verwaterd. Carnaval is in – Vasten uit! De kinderen en jongeren weten meer over de Ramadan van de Moslims dan over de vasten tijd van de christenen. Ook de volwassenen laten het afweten. Ik herinner mij nog de tijd dat mensen biechtten: “ik ben geen askruisje gaan halen”. Het was blijkbaar een must. De 40 dagentijd van de kerk heeft een lange voorgeschiedenis. 40 is een heilig getal in de Bijbel. Alle grote figuren in de bijbel hadden ermee te maken. Mozes verbleef 40 dagen op de berg Sinai. Toen ontving hij de tien geboden die hij zijn volk moest voorhouden. Elia, de profeet trok 40 dagen door de woestijn. Toen kwam hij bij de Horeb. Daar gaf God hem zijn zending als profeet. Jona riep de mensen van de goddeloze stad Nivive op tot een vasten van 40 dagen. Toen werd de stad gespaard. Het volk Israël trok 40 jaren door de woestijn. Toen kwam het aan in het beloofde land. Jezus verbleef 40 dagen in de woestijn, werd er getest door de duivel maar weerstond de verleider. Toen begon hij de verkondiging van het Rijk Gods. Een mens verblijft 40 weken in de moederschoot voor hij wordt geboren. Ook wij zijn de 40 dagentijd binnengegaan om met Pasen herboren te worden tot nieuwe mensen en betere christenen. Telkens het getal 40! Een heilig getal. We gaan dus in een lange en goede traditie staan wanneer wij de moed hebben de 40 dagentijd ter harte te nemen. Ook voor ons is de vasten en test. Met Aswoensdag worden ons de grote opdrachten voorgehouden: Bidden, vasten en aalmoezen geven. Bidden: Wie of wat is je God. Wie of wat aanbid je? Wie of wat is je diepste houvast? Let op je levenskompas. God is het noorden. Zonder God geraakt de mens het noorden kwijt. Wij hebben de levensduur met 10 of 20 jaar verlengd. Wat de mens vooral nodig heeft is “ levenszin”.(Gaillot) De grootste dienst die wij aan de moderne mens kunnen bewijzen is “zingeven aan mensen” zodat ze weer zin krijgen om te leven. We hebben jaren toegevoegd aan het leven. We moeten nu leven toevoegen aan de jaren. Bidden geeft zin aan ons leven. Zou het niet de taak van de ouderen zijn, de jongeren de weg naar zin en zingeving te wijzen door hun voorbeeld. Vasten: Wat doen mensen allemaal niet voor de lijn en voor de gezondheid? Montignakken of naar de Weight Watchers gaan. ’t Kost veel geld en ’t resultaat vaak mager. Let op de wijzer van de weegschaal! De jaarlijkse vastentijd staat op de goede plaats. In de winter zit men meer stil, men eet meer, men werkt minder hard, gevaar dat het lichaam teveel vetstoffen opbouwt. Zou de vastentijd niet kunnen gezien worden als de jaarlijkse gezondheidskuur van de kerk. Sober leven heeft voor de christenen nog een diepere betekenis. Het kan een teken van solidariteit zijn met de armste in de wereld. Als wij geen grenzen durven stellen aan onze consumptie dan maken we de toekomst onleefbaar voor onszelf en voor de wereld. Soberheid is van levensbelang voor de toekomst van de mens en de wereld. Aalmoezen geven: Wij spreken over Broederlijk delen. Een aalmoezenier was iemand die mensen bijstond. Leger, kliniek, jeugdbeweging. Vooral de gekwetste mens. Broederlijk delen zou dus meer moeten zijn dan een paar euro’s in de schaal werpen. We moeten ook broederlijk leven bv. meer tijd maken voor mekaar. Wij leven teveel op de klok. “ Onthaasting” is belangrijk in een tijd waar het altijd maar vlugger gaat. Neem eens de fiets in plaats van de auto. De wijzer van de klok moet er ons aan doen denken: niet jagen! Denk aan de mensen in Afrika en Azië: ze hebben geen klok maar ze hebben tijd
|
|
|
Enkele weken geleden was ik aanwezig op het Schaapsfeest van de Moslims in de Mouterij.
Het schaapfeest van de Moslims heeft zijn wortels in het verhaal over Abraham dat wij vandaag hoorden. God vroeg Abraham zijn enige zoon Isaac ten offer te brengen: het was een test om te zien hoever het vertrouwen van Abraham in zijn God wel was. God had grootse plannen met Abraham maar hij moest dan ook onvoorwaardelijk durven vertrouwen op zijn God. Een blind vertrouwen, ja een onmenselijk vertrouwen. Jaren hebben ze uitgezien naar een kind en nu het er is wil God het schijnbaar terug nemen. Wat een wrede God! Neen, leert het verhaal, onze God wil geen mensenoffers. Hij vraagt wel dat wij hem onvoorwaardelijk ons vertrouwen schenken.
Het verhaal van Abraham is er een van groot vertrouwen. Sinds die dag wordt hij de Vader van het geloof genoemd. Abraham is in dit verhaal de hoofdfiguur: Abraham bleef geloven dat er toekomst voor hem was, ook als heel die toekomst, zijn enige zoon, hem zou ontnomen worden. In plaats van zijn zoon ten offer te brengen, ziet Abraham een schaap verstrikt in het struikgewas. Hij greep het en bracht het ten offer. Hij noemde die plaats: “Gods zal erin voorzien”. Het is meer dan een naam voor een plaats, het is de uitdrukking van de levenshouding van Abraham: “God zal erin voorzien”. Wat is geloven? Durven vertrouwen dat “God erin zal voorzien”. God zal zorgen dat er toekomst is, God zal zorgen dat er grond onder je voeten is, dat er een weg is. Dit vertrouwen, deze overgave betekent in het Arabisch” Islam”. Islam betekent overgave. Mensen van Islam hebben een groot vertrouwen in hun God, de God van Abraham die ze Allah noemen. Ook in de donkerste momenten van het leven durven wij zeggen: “God zal erin voorzien”.
10 jaar geleden: Peiman, Iranees plots gestorven. Ik kende hem goed en zijn ouders kwamen bij mij op bezoek, ook de dag na de begrafenis. Toen ze weggingen zei de vader: “Wij verstaan de dood van onze zoon niet. Alleen Allah weet de zin. God zal erin voorzien”. Toen een Turkse vader zijn kindje kwam halen in de kliniek zei hij tot de hoofdverpleegster. Allah heeft het kind genezen en de dokter deed zijn best. Van de Islam kunnen wij christenen iets leren van die overgave, dat diepe vertrouwen dat onze stamvader Abraham laat zien in dit verhaal.
Onze spiritualiteit onderweg. Elk jaar maak ik een voettocht van 200 km met de rugzak. Alleen de plaats van vertrek en aankomst ligt vast. Onderweg zien we wel. Wij halen dan de woorden van Abraham aan: “God zal erin voorzien”. Mensen die we onderweg ontmoeten begrijpen niet dat wij geen overnachtingplaatsen vastleggen, dat we niet weten waar we zullen terecht komen. Maar wij zeggen: wij zijn op pelgrimstocht en wij geloven: “God zal erin voorzien”. En het gebeurt ook steeds en het is telkens een boeiend gebeuren als je ’s avonds ergens aankomt. Je moet natuurlijk zelf ook mee zoeken en op weg gaan. Gods doet altijd maar de helft! Maar Hij doet Zijn helft. Ik weet dat klinkt erg naïef, maar even naïef is het te denken, zoals veel moderne mensen, dat je alles kan voorzien; dat je je tegen alles kan verzekeren en dat je het leven helemaal zelf in handen hebt.
Het schaapsfeest van de Moslims wil aan dit gebeuren herinneren. Ze slachten een schaap: 1/3 bestemd voor henzelf, 1/3 moeten ze delen met de familie en 1/3 moeten ze geven aan de armen.
In deze tijd van oorlogsdreiging, Israëliërs en Palestijnen. Het christelijke westen en de Arabische wereld. Abraham is de stamvader zowel van Joden, Christenen en Moslims. Onze wortels liggen bij het Joods volk waarvan Abraham de stamvader is, het christendom is gegroeid uit het Jodendom en heeft zich in de geschiedenis van de eerste eeuwen losgemaakt van het Jodendom en zich op bepaalde momenten anti-joods opgesteld. Rond het jaar 500 is uit het christendom de Islam ontstaan onder leiding van de profeet Mohammed.
Godsdienst wordt vaak misbruikt voor politieke doeleinden en dan kan godsdienst tot wrede situaties leiden. Maar godsdienst kan ook bron zijn om mensen dichter bij elkaar te brengen en over de politieke tegenstellingen heen eenheid en verbondenheid brengen tussen mensen. De toekomst van deze eeuw ligt in de sterkere toenadering van Joden, Christenen en Moslims. Samenleven, om samen te overleven.
|
|
|
De geboden.
Velen van u zullen de woorden uit de eerste lezing herinneren. Als kind hebben we ze uit het hoofd moeten leren. Ze stonden afgedrukt in de catechismus en speelden een belangrijke rol bij het biechten. De jongeren onder ons hebben ze niet meer geleerd. Zij herinneren zich misschien de indrukwekkende beelden uit de film “ De Tien Geboden”. God die de geboden met vuur uitbrandt in de stenen tafelen. Een beeld om te zeggen dat ze onverwoestbaar in de mens zijn neergelegd. Wat moet je met de Tien Geboden? Wat betekenen ze vandaag de dag? Zijn ze ook al afgeschaft of moeten wij ze eerder onder het stof van het verleden te voorschijn halen. Ik wil gewoon vandaag enkele verduidelijkingen geven over de 10 geboden. Bij de Joden bestaat er een feest van de wet. Dan zie je de mensen dansen met de wetsrol in hun armen. Alsof de wet hun geliefde is. Zoiets komt ons natuurlijk overdreven voor. Voor ons heeft het woordje wet eerder een negatieven klank. We voelen wetten en geboden aan als van buitenaf opgelegde vrijheidsbeperking. Wetten en geboden lijken om klein te houden, onze zelfontplooiing in de weg te staan. Als er in België vandaag een wet wordt gemaakt, zoekt hij morgen al hoe hij er kan aan ontsnappen. Zo zijn wij. Wat betekenen ze dan wel voor deze Joden. Tien “geboden”. Tien woorden. Tien geboden, zouden we eigenlijk ook mogen noem Tien woorden. Het zijn woorden die Jahweh richt tot zijn volk. Bevrijdende woorden, waaraan ze kunnen groeien. Zo vinden wij het ook uitgedrukt in een lied dat wij zingen in de liturgie. De Tien geboden zijn Tien Woorden die een bevrijdende richtsnoer zijn voor de mens. De Tien geboden of Tien Woorden willen aan ons leven vaste grond geven. Zij zijn een lamp voor mijn voet opdat ik niet zou dwalen. Wat zou het leven worden als wij leefden vanuit deze grondwoorden van God zelf. De Tien Woorden mogen wij niet los zien van Gods daden. De lezing begon met de woorden. Ik ben Jahweh uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. Alvorens aan het volk te zeggen wat zij moeten doen, herinnert Jahweh eraan wat hijzelf voor zijn volk heeft gedaan. Ik heb je tot een vrij volk gemaakt. Dat is het beslissende: Weet je vrij en houd je vrij. Wordt niet het slachtoffer van nieuwe verslavingen. Als je innerlijk vrij wil blijven dan zul je niet….. Achter de Tien geboden steekt een grote belofte. Ze wijzen naar een ideaal. De bevrijding uit het slavenhuis Egypte is een beeld van elke bevrijding: Altijd weer opnieuw wil God de mens vrij maken. Gods daden gaan vooraf aan Gods Woorden. Ons handelen, is slechts een antwoord op zijn handelen. Hier komen wij bij de diepste betekenis van de Tien Geboden of Tien Woorden van God. Aan Gods Woorden is Gods liefde vooraf gegaan. God heeft zijn liefde verklaard aan het volk. Hij wil hun levenspartner zijn. Hij wil een verbond sluiten om tot diepe verbondenheid te komen. De Woorden van God verstaan we maar echt tegen de achtergrond van Gods liefdesverklaring. Ik wil uw God zijn, zegt Jahweh, gij moogt mijn volk zijn. De machtige God verklaart zijn liefde aan dat kleine volk. En toch gaat het hier om wederkerigheid. Jahweh respecteert de mogelijkheden van het volk: hij verwacht een loyaal antwoord op zijn grote liefde. Hier zien we de Tien geboden tegen de ware achtergrond: Gods liefde, Gods verbond. Alleen dan worden ze echt begrepen en van binnenuit verstaan. Zo is het te begrijpen dat Joden dansten met de wetsrol als met een geliefde. Een jong koppel dat pas gehuwd is, danst weleens rond met de trouwbloemen of hun trouwakte in de hand, want daarin ligt hun verbond besloten. Kard. Danneels zegde het ooit eens met volgend beeld. Onze wereld zou je kunnen vergelijken met een huis. Een huis met een stevige vloer en een open dak. De vloer (fundament) van het huis wordt gevormd door de tien geboden. Wie die niet nakomt, zit beneden de vloer, zit in de kelder, in de duistere praktijken. Wie de geboden miskent, ondergraaft de fundering van het huis;: het is met instorten bedreigd. Kelderpraktijken mogen het licht niet zien. (gesjoemel) Daarom gelden ze eigenlijk voor alle mensen, willen wij een menselijke wereld en samenleving opbouwen. Van christenen is er meer gevraagd. Het huis van de wereld is open naar boven, naar de hemel gericht. “Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is”. Naar boven toe kunnen we altijd groeien tot en grotere volmaaktheid. Het ideaal dat Jezus voorhoudt gaat veel verder dan de tien geboden. De tien geboden zijn het minimum programma voor elke mens. Tot de rijke jongeling zei Jezus: “Als je volmaakt wil zijn ga dan heen, verkoop je bezittingen en geef het aan de armen en kom dan en volg mij”. Een christen is iemand die probeert altijd meer te doen dan hij moet doen.
|
|
|
Het evangelie van vandaag sluit met de woorden: Wie de waarheid doet, gaat naar het licht. De waarheid doen zegt Jezus. Wij zijn gewoon de waarheid te verbinden met spreken of met zoeken. Je moet de waarheid spreken, zeggen we. En lange tijd is er tussen christenen en kerken gediscussieerd wie eigenlijk de waarheid bezat. En wat die waarheid is. Men kon er lang over discussiëren. Wat is de juiste leer? Je moet de waarheid doen, zegt Jezus. Waarheid heeft met handelen te maken. De waarheid die niet gedaan wordt is geen waarheid. Een kerk die alleen de waarheid zegt, is geen ware kerk. Ze moet de waarheid “doen”. 1. In het gesprek met de geleerde Nicodemus heeft Jezus dit duidelijk willen maken. Nicodemus wil met Jezus in een nachtelijk gesprek klaar komen met de waarheid. Maar Jezus wijst hem duidelijk aan dat gelovig worden geen kwestie van inzicht is, maar veel meer van “anders worden”. Je moet opnieuw geboren worden. God geeft ons daarin het voorbeeld: Gods liefde voor de mensen is niet een leer, een mooie verklaring, maar een hele concrete daad. Het evangelie is niet enkel Gods liefdesverklaring aan de mens, maar met heel concreet en tastbaar handelen van God. Hier ligt eigenlijk het vertrekpunt voor ons handelen en doen van de waarheid. Wij moeten ons bewust worden, ons laten aanspreken en aangrijpen door die liefde van God, dit handelen van God, pas dan zullen wij in staat zijn om ook te handelen met de ruimte, de diepte, de breedte van Gods liefde. Wie zich echter door God aanvaardt weet heeft er minder en minder moeite mee de anderen en ook zichzelf te aanvaarden. Gods liefde werkt “inweerts-uutweerts“ schrijft Ruisbroec. Van binnen naar buiten. Eerst moet ze binnen zijn, dan kan ze naar buiten treden. 2. Christenen zijn maar christenen als zij “de waarheid doen”. De waarheid doen naar de maatstaf van Jezus liefde voor ons. En in het evangelie geeft Jezus ons een duidelijke weg om te zien of we inderdaad Gods maatstaf gebruiken in ons doen van de waarheid. Het moet een liefde zijn voor iedereen. Liefde die niet universeel is, is bedreigd in haar oprechtheid. Om te weten of wij positief open staan voor alle mensen, kunnen we meten aan onze liefde en aandacht voor de “arme” en de toevallige medemens. Wie de arme bemint, bemint in principe iedereen. Want de arme is degene van wie je niets dan vriendschap kunt verwachten en die je simpelweg vriend laat zijn. Iemand vroeg mij eens: “Heb je onder je vrienden veel arme mensen”? De arme is de hoeksteen: hij kan geen voorwerp zijn dat ons voordeel bijbrengt. De arme kan de aandacht niet afleiden door oppervlakkige kwaliteiten. Als je echt van de arme mens houdt, ben je opweg te houden van iedereen. Daarom zei Jezus dat wat je voor de minste der zijnen doet, Hem persoonlijk ter harte gaat. Een tweede test voor ons doen van de waarheid is onze liefde voor de toevallige tochtgenoot. De toevallige medemens is de voorpost van de universele mensheid. De gehele mensheid komt nooit als een blok naar je toe maar altijd in concrete mensen, meestal één na een. De fransen zeggen: je moet houden van de hele wereld. De Engelsen zeggen: je moet houden van de hele wereld en uw vrouw. We geven gemakkelijk liefdesverklaringen voor de hele wereld, maar we vergeten vaak de meest naast mensen, vinden de Engelsen De Vlamingen zijn nog nuchterder en zeggen: Ge moet houden van Jan en alleman! De concrete mens is de voorpost van de universele mensheid. Alleman begint steeds met een concrete Jan, die plots in het leven van die dag voor je opdaagt en je opvordert Vrienden, vandaag worden wij gevraagd Broederlijk te delen met mensen in nood. Wij moeten de waarheid doen. Doe het dus.
|
|
|
Martin Luther King was de leider van de geweldloze strijd voor gelijke burgerrechten van de zwarten in Noord Amerika. In een van zijn boeken vertelt hij dat hij voortdurend naamloze telefoontjes kreeg om hem met de dood te bedreigen. Eerst gaf hij er niet veel aandacht aan. Maar meer en meer voelde hij aan dat het menens was. Dat zijn leven in gevaar was. Werd onzeker en banger. Op een nacht kreeg hij weer een hatelijke telefoon. Slapen kon hij niet meer. Het was alsof alle angsten ineens op hem neervielen. Uitgeput en totaal moedeloos besloot hij zijn bekommernissen aan God voor te leggen. Hij bad hardop: “Ik heb stelling genomen in een rechtvaardige zaak maar nu ben ik aan het eind van mijn krachten. Ik ben op het punt gekomen dat ik er niet meer tegenop kan”. Op dat ogenblik ervaarde hij, zo vertelt hij, Gods aanwezigheid zoals hij die nog nooit tevoren had ervaren.. Het was alsof een stem hem verzekerde: “Kom op voor de waarheid. Ik zal met u zijn”. De angst stroomde uit hem weg. De onzekerheid viel van hem af. Uiterlijk bleef alles gelijk, maar God had hem innerlijke rust en kracht gegeven om voortaan alle gevaren te trotseren. Ook Jezus heeft in zijn leven zulk moment van angst en innerlijke strijd meegemaakt toen Hij voelde dat het lijden en de dood onafwendbaar op Hem afkwamen. 3 evangelisten plaatsen dit gebeuren in Getsemine, in de hof van Olijven. Johannes plaats het vlak na de triomfantelijke intocht in Jerusalem. Voor het volk was het triomfdag. Voor zijn tegenstanders de druppel die de emmer deed overlopen. “Ge ziet dat ge niets verderkomt. Kijk maar de hele wereld loopt Hem achterna. Hun besluit staat vast: Jezus moet verdwijnen. Jezus voelt dat het uur van de grote confrontatie nakend is. Hij beseft dat zijn leven in gevaar is. Hij voelt het aankomen dat ze Hem zullen aanhouden. En Hij weet: dan is het met Hem gedaan. Hij is met zichzelf in tweestrijd. Hij heeft de dood niet uitdrukkelijk gezocht, en zijn Vader in de hemel heeft het zeker ook niet gewild. We horen zijn angst. “Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet ik zeggen: Vader red mij uit dit uur”! Jezus is bang voor wat Hem te wachten staat. Zal Hij zijn ideaal, zijn godsdroom opgeven of zal Hij doorgaan? Hij besluit door te gaan op de weg die Hij gekozen heeft: Vader, verheerlijk uw naam! Hij vertrouwt zich toe aan God. Ook in dat biddende moment hoort hij als een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken. God is de grote metgezel in het lijden die hem sterkt om door te gaan door het lijden. God gaat het lijden niet uit de weg. Hij gaat er doorheen. Vanuit het bidden krijgt Jezus een nieuwe kijk op zijn leven. Het is voor Hem als met de graankorrel: het graantje moet in de aarde vallen en sterven wil het rijke vrucht voortbrengen. De mens moet zijn leven verliezen, opdat het zou lukken. Dat is de logica van het evangelie. Wie slechts voor zichzelf leeft, doet zijn leven mislukken. Wie zijn schamel bestaan boven alles stelt, berooft het leven van zijn diepste zin. Nog voor hij sterft, is hij dood. Wie intens leeft voor de anderen en er niet meer aan denkt voor zichzelf te leven, die verliest zijn leven, maar weet dat zijn leven alle moeite waard is. Het is sterven om rijke vrucht te dragen. Vaak stellen mensen de vraag: Moest Jezus lijden en de kruisdood sterven? Hoe kon God zoiets willen?Vaak hebben we nog een heidens gedacht over God. Heidense goden moesten gunstig gestemd worden, moesten voldoening krijgen voor geleden onrecht. Eisten offers, ja mensenoffers. Zo is de God van de bijbel niet. Hij is een God van liefde en roept de mens op om trouw te zijn aan zijn roeping tot liefde voor God en de medemens. Niet God maar de boosheid van de mensen hebben het kruis op Jezus schouders gelegd. Zij weigerden een Messias te aanvaarden die in woord en daad een aanklacht was voor hun gedrag en hun godsdienstigheid. Toen de tegenstand kwam en de doodsbedreiging is Jezus trouw gebleven aan zijn levenskeuze God wil de trouw ook doorheen het lijden. Van deze trouw getuigt Jezus in zijn lijden. Hij heeft onder luid geroep en geween gebeden om redding schrijft de brief aan de Hebreeën. Maar hij gehoorzaam tot het einde toe. Niet het kruis maar de gekruisigde heeft ons verlost: hij heeft ons laten zien hoe de mens doorheen alle zinloosheid van het lijden trouw kan blijven aan de diepste gerichtheid van het leven. Hij is voorbeeld…. voorafgaand beeld. Daarom is Hij bron van eeuwig heil voor hen die hem gehoorzamen. Het kruis wordt zijn verheerlijking. De schandpaal wordt zijn eretroon. Het kruis laat zijn diepe trouw en totale liefde voor de mensen zien. Op het kruis trekt Jezus alle mensen tot zich: Hij biedt ons de mogelijkheid de weg van de liefde te gaan. De graankorrel sterft en brengt veel vrucht voort in zoveel mensen “ die meer dan gewoon” goed zijn, in mensen die loskomen van eigenbelang en berekening, in mensen die beschikbaar willen zijn voor vele anderen. Niet het kruis maar de gekruisigde heeft ons verlost. Daarom geven wij aan het kruisbeeld een bijzondere plaats in onze woning. Daarom versieren wij het met gewijde Palm, teken van blijvende hoop. Daarom vereren wij zijn kruis met Goede Vrijdag. De kruisdood is het laatste, niet het allerlaatste. Op Goede Vrijdag is Pasen gevolgd. Het dieptepunt is meteen het keerpunt geworden dank zij God. God heeft de vernederende Christus hoog verheven. Daardoor geeft God een nieuw perspectief aan het leven, een perspectief van hoop
|
|
|
Allen laten Jezus in de steek! Judas verkoopt Hem Petrus verloochent Hem De leerlingen vluchten Pilatus wast de handen, neemt geen stelling Het volk verkiest Barabbas De priesters willen hun positie beschermen
Toch gaat het niet alleen over hen Eigenlijk gaat het ook over ons.
Als in ons leven geld belangrijker is dan ons geloof, doen we zoals Judas. We verkopen Hem voor geld.
Als wij uit menselijk opzicht niet meer durven consequent christen zijn, ervoor uitkomen op school, op ’t werk, in ons dorp dan zijn we niet beter dan Petrus.
Als wij ons terug trekken in onverschilligheid om geen stelling te moeten nemen; dan zijn we niet beter dan Pilatus
Als wij ons laten meeslepen door wat men zegt, denkt en doet, door de hardste roepers dan zijn we niet beter dan het volk van toen dat meeheulde om Barabbas te vragen.
Als wij het heil van de concrete mens niet durven stellen boven instituten dan zijn we niet beter dan de priesters van toen.
Het gaat over ons. Wij moeten verlost worden door de Heer. Daarom is het goed dat wij zijn levensoffer vieren in brood en wijn opdat wij het leven zouden hebben.
|
|
|
Pasen is de dag van God. “Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt”. Pasen moeten we over ons laten komen; zoals mooie muziek, als een alleluja van Haendel, opdat het ons zou raken tot in het diepst van ons leven. Mensen proberen met woorden en tekens te laten aanvoelen wat niet te verwoorden is. Daarom al deze symbolen in de kerk.
Pasen en bloemen. Dat hoort samen want Pasen is de lente. Zeg maar ja tegen het leven. Het is de moeite. Paasmensen zijn als bloemen. Ze sluiten zich niet af: ze komen open. Ze bloeien open naar andere toe. Ze bloeien zomaar als bloemen. Paasmensen dragen de lente uit.
Pasen en licht. Het is fijn al deze kaarsjes in de kerk. Het geeft een gevoel van warmte: kleine lichtjes naast elkaar samen een zee van licht. Paasmensen zijn als licht. Geen duistere praktijken. We hebben ze afgelegd in de boeteviering of biecht. Geen zwartkijkers, geen criticasters, geen negativisten. Zijn als het licht dat door God is ontstoken in ons leven als een diepe levenskracht.
Pasen en Jezus. Geen echte Pasen zonder Jezus. In Jezus heeft God Pasen voor ’t eerst gerealiseerd. De weg van Jezus is de juiste weg zegt God. De weg die niet doodloopt op het graf. Geen overlijden. Maar over-lijden-heen overleven. Mensen die die weg gaan, zijn op de juiste weg. Heel deze levensweg staat hier uitgetekend aan het altaar. Palm: de weg van de Vrede Brood en druiven en de kruik: Weg van het breken en het voeten wassen: de dienstbaarheid. Kruis: De weg doorheen het lijden, vernedering, onmacht, mislukking Kaars: Licht dat de duisternis van de dood overwint. Witte doek: Opstanding uit het graf: overwinning op de dood. Wie deze weg gaat zal niet wandelen in duisternis. Op de graven van onze dierbare die deze weg gingen leggen we paasbloemen of plaatsen we paaslichtjes.
Zijn Pasen houden is kiezen voor de weg van Jezus. Wij wensen u hiervoor geluk. Zalig paasfeest! Zalig die vanuit Pasen willen leven. Door de hernieuwing van onze doopbeloften drukken we uit dat we kiezen voor de levensweg van de Heer. We tekenen weer een jaar bij. Laten we het eerlijk en oprecht doen. Houd goed uw Pasen. Pasen houdt u goed
|
|
|
Thomas Een oude man vertelde mij onlangs dat een van zijn kleinkinderen vroeg: “Bompa vanwaar komen die strepen op uw voorhoofd?”. Een ander kleinkind zei: “Zwijg, dat hebben toch alle oude mensen”. Oude mensen mogen rimpels hebben, vinden kleinkinderen. Rimpels zijn een beetje de littekens van het leven. En littekens zijn belangrijk. Iemand heeft ooit gezegd: “Als je me van iets wil overtuigen, zeg me dan wat je ervoor geleden hebt. Toon mij je littekens”. Op gelijkaardige manier verbindt Thomas zijn geloof in de Verrezen Jezus met de littekens van zijn lijden: Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven. Jezus wordt voor Thomas maar geloofwaardig door de littekens van zijn lijden. Er is blijkbaar een verband tussen verrijzenis en lijden, tussen opstanding en dood, tussen wonder en wonde. Littekens tekenen een mens. Ze kunnen een mens verminken, maar ze getuigen ook van een diepgaande ervaring. Je kan eraan zien dat een mens heel wat heeft meegemaakt. Denk maar aan een oorlogsinvalide of iemand die in de gevangenis gefolterd werd. Een litteken spreekt niet enkel van strijd, maar ook van genezing. De wonde is langzaam dichtgegroeid, de tijd heeft de pijn geheeld, maar een onuitwisbaar spoor nagelaten. Eigenlijk draagt elke mens zijn littekens mee, ook al werd hij nooit letterlijk gewond. Denk maar aan het gegroefde gelaat van een bejaarde vrouw of aan de handen van een oude man. Er zijn ook onzichtbare littekens van het hart. Als je een vertrouwelijk gesprek met iemand hebt dan vertellen ze over hun littekens: dingen die gebeurd zijn en die ook na jaren nog pijn doen. Het zijn dingen die niet overgaan. Meestal zijn het droeve dingen, soms ook blijde dingen. Ze verjaren niet. Ook een gezin, een groep of gemeenschap zoals de kerk draagt haar littekens van het verleden mee. Eerste lezing: Idyllisch verhaal over de eerste kerkgemeenschap: een van hart, een van ziel en er was geen enkele noodlijdende onder hen. Zulk een kerk blijft een ideaal. Maar het zal strijd en lijden kosten, strijdende, lijdende, zegevierende kerk. We moeten ons over littekens niet schamen. Ze horen bij het leven. Ze spreken over wonden, maar ook over wonder: het wonder der genezing. We moeten ze durven tonen en bij anderen durven zien. Zo doet ook Jezus. Zie mijn handen, zie mijn zijde… Met deze woorden richt Jezus zich tot Thomas. Zijn wonden verwijzen naar het wonder. De verrijzenis betekent niet dat Jezus terug van weggeweest is. Het is geen biologisch herstel van wat met Goede Vrijdag teloor ging. Verrijzenis betekent verheffing tot een gloed nieuwe bestaanswijze: een verheerlijking. De lijdende dienaar is tot Heer gepromoveerd. Door de littekens van zijn trouwe liefde is Hij meer mens geworden: Verheerlijkte mens. Dit is niet alleen voor Jezus waar maar voor ieder mens die in zijn spoor durft treden en de littekens van de liefde durft dragen. Als er ergens een wonder gebeurt dan zijn daar vaak wonden vooraf gegaan. Als je grote dingen ziet van mensen dan weet je dat ze pijn gehad hebben. Je kan niet verrijzen tot een mooier, een verheerlijkte mens, zonder te sterven want er is geen wonder zonder wonde. Wonder en wonde horen bij elkaar. Wij willen nog wel in het wonder geloven, maar liefst zonder wonde. Er is in elk leven een vorm van lijden dat onontkoombaar is: die van het consequente, volgehouden engagement. Een aantal goede dingen kunnen maar geboren worden, ten koste van lijden en pijn. Paulus heeft het over allerlei beproevingen die de eerste christenen ontmoeten. Die zijn nodig om de deugdelijkheid van uw geloof. Uw geloof is als kostbaar goud, het wordt door het vuur gelouterd. Christen zijn heeft te maken met standvastigheid. Is dit niet een belangrijke opgave voor de zachte generatie zoals onze tijd weleens genoemd wordt. Lopen huwelijken en andere levensengagementen niet spaak op de eerste desillusies, of de eerste uitdaging? Onheilssituaties kunnen maar omgebogen worden tot heil via littekens. Misschien is het belangrijk dat wij ons, in deze wereld die stoer wil doen, elkaar durven ontmoeten vanuit onze littekens.
|
|
|
Deze week bracht ik een bezoek aan heel wat ouders van de eerste communicanten. Pratend over dat gebeuren voel je aan dat het voor de ouders vanzelfsprekend is dat hun kinderen daaraan meedoen, dat het bijna voor de hand ligt dat er gefeest wordt in de familie, dat het duidelijk is dat het een bijzondere dag is voor de kinderen. Je zou dat je kinderen toch niet willen ontzeggen. De kinderen van hun kant zijn er vol lof over, maar, zegden sommigen ouders, het toppunt voor ons kind is toch dat het die dag een hostie krijgt. Dat het echt Jezus ontmoet is voor het kind “het van het”.
Daar hebben de volwassenen het heel wat moeilijker mee. Als we daarover proberen te praten gaat het gesprek met horten en stoten en worden de stiltes langer. Hoe moet je het allemaal vertellen? Ze kunnen zo’n directe vragen stellen. Als het over het gelovig gebeuren gaat is het allemaal niet zo vanzelfsprekend.
Geloven dat je de Heer Jezus kan ontmoeten is niet van zelfsprekend. Geloven dat Hij je tegemoet treedt in het hostiebrood ligt niet voor de hand. In het evangelie van deze zondag wordt ons duidelijk gemaakt dat het ook voor de leerlingen niet vanzelfsprekend was dat de Heer leefde, dat Hij nog levend in hun midden was. Ze hadden er heel wat moeite mee. Wanneer de heer in hun midden komt zijn ze vol schrik en verbijstering, er is twijfel in hun hart.
Jezus doet alle moeite om hen te laten verstaan dat hij dezelfde Jezus is van voor Pasen. Kijk naar mijn handen en voeten Betast mij, zegt Jezus Het is geen inbeelding, het is geen spookbeeld, ik ben hetzelf. Ook dan zijn de leerlingen ’t onderste boven: Vreugde, Verbazing en niet kunnen geloven maken zich van hen meester Jezus wil als het ware nog een duidelijker bewijs geven dat Hij het is. Heb je iets te eten? Ze reikten hem een stuk geroosterde vis aan. Hij nam het en at het voor hun ogen op.
Zo wil Lucas op een beeldrijke wijze onderlijnen: De leerlingen hadden er veel moeite mee te geloven in de aanwezigheid van Jezus De Jezus van na Pasen is dezelfde Jezus als deze van voor Pasen De verheerlijkte Jezus zet zijn levenswerk verder na Pasen. Voor de leerlingen is het een moeilijke weg geweest te geloven dat de Heer als verheerlijkte Heer hen nabij was. Stilaan zullen zij zich zijn woorden herinneren en beter begrijpen.
Een vrouw, wier man onlangs gestorven is vertelde mij: Het is alsof hij nog aanwezig is of zijn geest nog in ons huis rond waart, en nu begrijp ik plots heel wat uitspraken die hij vroeger deed heel anders en de kunstwerken die hij maakte en die in het huis staan spreken nu precies een andere boodschap. Hieraan dacht ik terug toen ik in het evangelie dat vers las; Hij maakte hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de schriften. Plots zien ze in dat wat met Jezus gebeurd is, eigenlijk door hemzelf was aangekondigd. Zo worden deze woorden een houvast en gaan zij van hem getuigen.
In plaats van het leven van Jezus nog langer te zien als een uiteindelijk fiasco, wordt juist het levenseinde van Jezus de kern van de boodschap waarvan we Petrus horen getuigen in de eerste lezing. De winnaars worden de verliezers, de overwonnene wordt de overwinnaar.
Jezus hebt gij overgeleverd en voor Pilatus verloochend; God heeft hem verheerlijkt. De heilige en gerechte hebt ge verloochend, de vorst des levens gedood. God heeft Hem uit de doden doen opstaan.
Langs zijn vervolgers heeft God in vervulling doen gaan wat door de profeten was voorspeld. God heeft als het ware zijn vijanden gebruikt om zijn overwinning tot stand te brengen. In deze tussentijd tussen Pasen en Hemelvaart worden wij uitgenodigd de weg te gaan van de leerlingen: de weg van aarzelend geloof, van zoeken naar de Heer; een uitnodiging om te leren luisteren naar de woorden van de schrift en ons te durven toevertrouwen aan dat woord. Zo moet ook in ons leven het geloof groeien in de aanwezigheid van de afwezige Jezus, het geloof in de tekenen die verwijzen naar zijn aanwezigheid. Zijn Woord en zijn Zijn brood blijven het belangrijkste teken van de Verrezen Heer. Zo wordt elke eucharistie het vieren van het mysterie van ons geloof tot dat Hij wederkeert. Daartoe worden we elke eucharistie uitgenodigd na de consecratie. Verkondigen wij het mysterie van ons geloof.
En wij zingen: Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijn.
|
|
|
De Goede Herder
De zes weken na het sterven van mijn moeder ging ik elke zaterdagavond naar de zeswekendienst in Loenhout. In Loenhout was er geen ter plaatse wonend priester. Elke week kwam er een priester uit de buurt om de mis te doen. Enkele leken van ter plaatse hielpen in de viering. De gemeenschap was erg afwezig, zowel in aantal als in actief meedoen. Het was allemaal wat vreemd.
De priester die de mis deed, deed wel zijn best, maar ook hij was vreemd en een vreemde voor deze gemeenschap. Hij kende de mensen niet, hij had weinig tijd voor de mensen want hij moest nog naar een andere parochie. Ik dacht bij mezelf: "Is dat nu de kerk van morgen, is dat de toekomst voor de priesters?" Spontaan dacht ik aan het evangelie van deze zondag: het evangelie van de Goede Herder. Niet toevallig is het vandaag ook roepingen zondag. De goede herder werd ons als voorbeeld gesteld hoe wij als priester herders moesten zijn voor de mensen.
Zijn dat de “goede herders” van de toekomst. Ze lijken mij meer op de “huurling” uit het evangelie. Een huurling doet zijn ”job”, maar hij kent de schapen niet, hij is niet met hen begaan, hij geeft zijn leven niet voor zijn schapen. Priesters worden managers, geen herders meer. Ze groeien meer en meer weg van de mensen. Ze gaan voor in vieringen voor mensen die ze nauwelijks kennen. Ze hebben geen tijd meer voor persoonlijk contact. Zou dit Gods droom zijn over zijn kerk. Zou dit Gods droom zijn over de priesters? Ik betwijfel het.
Een ander verhaal. Tijdens onze reis in Zuid Engeland stonden we een zondagavond rond 7u. aan een klein dorpskerkje. Mijn reisgenoot had alles boven gehaald om de warme maaltijd klaar te maken. Geen gas meer! Alle duivels aanroepen maar de gas was op. Wij aan het huis tegenover de kerk gaan bellen. Ons probleem – en of er ergens gas te vinden was. Op zondagavond, in zo’n dorpje: neen. “Kom hier maar koken” zei de vrouw. Wij met onze potten en pannen naar binnen en aan ’t koken. We namen een fles wijn mee uit dank. Terwijl we in de keuken bezig waren zegt mijn maat: “Mijn reisgenoot is pastoor”. Even verwondering. Zegt die man: “Mijn vrouwke ook”! Niet te geloven! We waren aangeland op de pastorie, en sinds twee jaar was de vrouw, moeder van 4 kinderen, pastoor van het dorpje. Dat het nog een gezellige avond geworden is, hoef ik niet te zeggen.
Maar sinds enkele jaren heeft de Anglicaanse kerk ook vrouwen toegelaten tot het ambt. In hun bisdom waren 300 priesters actief. 30 daarvan zijn vrouwen. De Anglicaanse kerk vertrekt vanuit het princiep: Elke gemeenschap heeft recht op een herder die de zorg voor de kudde kan dragen en die dicht bij de mensen kan staan en hun leven delen. U ziet maar hoe christenen vanuit hetzelfde evangelie een totaal ander antwoord geven op de vraag: Wie zullen de herders van morgen zijn? Zullen het priesters zijn die meer en meer tot een rol van huurling gedoemd worden of zullen nieuwe wegen geopend worden om echte herders voor de kudde te bezorgen.
|
|
|
Met dit stukje evangelie voelen we ons meteen op de heerlijke heuvelflanken van gekende wijnstreken, veraf of dichtbij. Het beeld van de wijngaard met zijn wijnstokken en ranken was alleszins een vertrouwd beeld voor het volk van Israël. Een beeld dat Jezus gebruikt als een oproep tot blijvende verbondenheid bij zijn nakend heengaan. Dit stuk evangelie komt trouwens uit de afscheidsrede van Jezus op de drempel van zijn lijden en dood.
Wijnstok en ranken……. beeld van verbondenheid. Ik weet niet of u ooit een wijnstok van dichtbij bekeken hebt. Bij andere struiken zijn de takken duidelijk onderscheiden van de stam. Bij een wijnstok is het gans anders, daar lopen de vezels van de stam verder door in de ranken zelf. Met andere woorden stam en rank zijn niet te onderscheiden van elkaar. Je kan niet zien waar de stam ophoudt en waar de rank begint. Prachtbeeld van wat Jezus bedoelde met verbondenheid. Zoals de wijnstok en de rank met elkaar verbonden zijn, zo moeten wij individueel en als Kerkgemeenschap verbonden zijn met Jezus en met elkaar. Vandaar de heel sterke oproep van Jezus die zegt: “Blijft in Mij…” Tot zeven, acht keer toe herhaalt Hij deze oproep in dit kleine stukje evangelie.
Het kernwoord in deze beeldspraak is dan ook het woordje “blijven”. In Jezus blijven is de fundamentele voorwaarde om vrucht te dragen. Bij Hem blijven, een thuis hebben bij Hem, je helemaal laten bruinen in de zon van zijn liefde: dat is wat de oproep van Jezus inhoudt voor elk van ons. En heel sterk koppelt Jezus er nog een besluit aan vast waar Hij zegt: “Los van Mij kunt ge niets”. Zulke uitspraak klinkt op het eerste gezicht misschien wat contadictorisch voor ons mensen van deze tijd. Moderne mensen hebben immers een hekel aan afhankelijkheid en gaan liever groot op eigen kunnen. Blijkbaar beschikken we toch over alle mogelijkheden om het geluk zelf in handen te nemen. Spreken we trouwens in een moderne taal niet van een zelfmaakbare wereld, los van hogere instanties. Leven we trouwens niet in een sterk geseculariseerde wereld waarin God zijn plaats is kwijtgespeeld. Zoveel dingen waarvoor we vroeger God toch zo nodig hadden, kunnen we schijnbaar altebest zonder Hem realiseren. Duizend en één technische snufjes op alle vlakken van het leven hebben dan ook de plaats van God ingenomen of hebben Hem alleszins zogezegd overbodig gemaakt. Enkel wanneer het levensschoentje nijpt, wanneer de nood aan de man of aan de vrouw is, kan God niet snel genoeg hulp komen bieden. Vraag is: wordt God dan niet een soort stoplap om enkel en alleen nog de gaten te vullen in het leven. Wordt Hij dan niet precies het nummer 100 enkel op te roepen, bij dringende noodsituaties.
Het Godsbeeld dat Jezus ons vandaag meegeeft is toch wel gans naders. De God die Hij verkondigt is een altijd nabije God in alle omstandigheden van het leven. Een God die heel ons leven leidt, een God met wie wij altijd, en niet enkel in noodsituaties, vrijmoedig mogen omgaan, zoals Johannes ons in de eerste lezing kwam verkondigen. Het gaat om een God zonder wie wij niet kunnen leven en tot wie wij ook in vertrouwen mogen bidden zoals Jezus zelf aangeeft in dit evangelie waar hij zegt: Als ge in Mij blijft, vraag dan maar wat ge nodig hebt en ge zult het verkrijgen”.
Mag dit zondagsevangelie een sterk pleidooi zijn om onze verbondenheid met Jezus te hernieuwen, opdat wij als ranken verbonden met de wijnstok rijke vrucht mogen dragen als enthousiaste christenen in deze tijd.
|
|
|
Liefde tot God
Jongeren op ondertrouw vertellen mij wel eens hoezeer hun leven is veranderd door dat iemand, een liefhebbend iemand in hun leven binnentrad. Heel hun leven kreeg een andere betekenis. Ze ontdekten een Gij in het leven. Hun leven speelde zich voortaan af tegenover iemand, een Gij. Zoals in een lied “The Raison” bezongen wordt. Jij bent de reden waarom mijn leven zo veranderd is. Zo is God ook voor mij op een bepaald moment Iemand, een liefhebbend iemand geworden. Een Hij kwam in mijn leven en heel mijn leven kreeg een andere betekenis. Voortaan speelde het zich af, niet meer rond mijzelf maar tegenover Iemand – een Gij. Het grondwoord van mijn bestaan is Ik – Gij; Natuurlijk kende ik God al lang voordien, zoals jongens al lang meisjes kennen voor dat ze dat meisje - die jongen leerden kennen. Maar op een dag kregen ze kennis en toen werd dat meisje of die jongen: hun meisje – haar jongen. Zo werd God op een bepaald moment mijn God: een God waarmee ik kennis kreeg. Kennis betekent bij St.Jan meer dan iets van het verstand. Het is iets van het hart. Het heeft te maken met overgave en vertrouwen.
Misschien zul je mij vragen: hoe ziet je God eruit? Hij is voor mij een stem die mij toespreekt, die mij oproept, die mij wegroept om vooruit te kijken, vooruit te gaan, naar de toekomst. Ik herken hem in al wat mooi is en waardevol, in wat opbouwend is en verheven. God wat ben je mooi zeg ik dan. Ik herken hem ook in al wat lelijk is, in de ellende en de ziekte. Daar is Gods gelaat lelijk en afschuwelijk. het is besmeurd maar ook hier spreekt Hij mij toe. In alles is Hij aanwezig, in alles is Hij alles. Als ik naar de Pax ga en ik zie de bomen die door jonge mensen zijn afgeknakt dan raakt dat mijn God; ik ben verontwaardigd: Hier is onwaarde gebeurd en dat is in strijd met mijn God. Ook in de natuur is Hij aanwezig: spreekt Hij mij aan. Als ik de beelden zie van moordpartijen en geweld raakt dat mijn God. Ik ben verontwaardigd. Hier gebeurt onwaarde en dat is in strijd met mijn God.
Hoe ga jij om met je God zul je mij vragen. Zoals twee geliefden zou ik zeggen.
1. Ze spreken veel met elkaar en luisteren veel naar elkaar. Ik probeer elke dag te spreken met mijn God en naar hem te luisteren. s’ Morgens begin ik mijn dag met: - Spreek Heer, uw dienaar luistert - Leg uw woord in mijn mond, uw kracht in mijn daden, uw liefde in mijn hart. - En samen zien we wat er die dag allemaal te doen is. - En ik vraag zijn hulp om het allemaal te kunnen doen. - Zo wordt elke dag een opdracht die ik toevertrouwd krijg. - Zo worden mensen voor mij mensen die mij worden gegeven.
2. Twee geliefden lezen elkaars brieven. De bijbel is voor mij Gods liefdesbrief en daarin probeer ik elke dag te lezen. Zoals vandaag wanneer Hij zegt: Gij zijt mijn vrienden. Wij zijn Gods vrienden, misschien is God nog niet onze vriend.
3. Twee geliefden proberen veel voor elkaar te doen. Er was eens een man: hij hield van zijn vrouw. Van de morgen tot de avond deed hij alles voor haar. Hij werkte en wroette. Bouwde een huis, deed overuren en weekendwerk. Allemaal voor zijn vrouw. Hij dacht nu zal ze wel gelukkig zijn. Maar op een dag kwam hij van zijn werk wat vroeger thuis. Zijn vrouw was nog niet slapen. Ze zat verdrietig in de zetel en zei: “Wanneer krijg ik een plaats in je leven en maak je tijd voor mij”? Eigenlijk had hij het leven altijd vanuit hemzelf bekeken. Echte liefde vraagt het leven vanuit de andere te bekijken.
Zo ook met God. Je kan leven voor God. Alles voor Hem doen, maar dat is nog niet de echte liefde. Je kan ook leven vanuit God. God “God” laten zijn in je leven dan zal Hij je leren zien wat je moet doen; dan zal Hij je de wegen doen vinden om het te doen. Dan zal Hij het door je doen. “ik leef nier meer maar Christus leeft in mij”. Vele jaren heb ik voor God geleefd: en ik was vaak ontgoocheld om het kleine resultaat. Hoe kon het anders: ik stond op de voorgrond. Nu probeer ik te leven vanuit God en dat maakt mij veel rustiger en vredevoller in mijn leven.
Dit is meer een droombeeld, dan een dagelijkse realiteit. Maar juist het droombeeld verandert de realiteit.
|
|
|
Vliegtuig: Alles verbonden met elkaar. Een dieptezicht op de wereld: mens, natuur, dingen.
St.Jan evangelist: Hoogvlieger genoemd; beeld dat Johannes voorstelt is de Adelaar. Hij vliegt hoog door de lucht. Johannes geeft in zijn evangelie een dieptezicht op het leven van Jezus en zijn leerlingen. Vandaag zowel in het evangelie als in de lezing. Hoe ziet Johannes vanuit de hoogte ons leven? Hij laat Jezus aan het woord die op het einde van zijn leven als het ware in zijn testament weergeeft wat Hij belangrijk vindt. Hij spreekt het uit als een gebed: Bidden is vanuit God spreken, vanuit de goddelijke hoogte neerzien op de mens.
1. Hij ziet de mensen als degenen die de Vader hem heeft toevertrouwd. Hij bidt voor eenheid: één zijn zoals wij. Deze eenheid is een geschenk dat wij moeten bewaren. In God zijn we één, daarom moeten we ook in het leven trachten één te zijn. Ze blijven in de wereld maar mogen niet van de wereld worden. Ze moeten de eigen waarden bewaren en niet leven volgens de goddeloze wereld. God heeft hen in de wereld geplaatst en daaruit mogen zij niet uitwijken. “Wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in onze wereld” zal Augustinus schrijven. Dit is de eigen roeping van de christenen.
2. St.Jan in zijn brief: God heeft ons liefgehad; Wij moeten elkaar liefhebben. Als we elkaar liefhebben dan blijft God in ons. Zijn Geest is God in ons.
3. De buitenkant en de binnenkant. Er is in de kerk een buitenkant en een binnenkant. De buitenkant betreft het zichtbare instituut, de structuur, de grote krijtlijnen en gedragsregels waarbinnen wij ons bewegen en werken. De binnenkant betreft het hart, de polsslag, daar waar mensen geraakt worden door de adem van Gods Geest.
Tussen Hemelvaart en Pinksteren bidt de kerk negen dagen lang om de komst van de heilige Geest. Zij doet dit in navolging van Maria en de apostelen in het cenakel, de dagen voor Pinksteren. Dit gebed van de kerk maakt haar terzelfder tijd sterk en deemoedig: te beseffen dat niet alles afhangt van haar eigen organisatie en inzet. Neen, het wezenlijke wordt haar geschonken: de Adem van Gods Geest. Die Geest is de stuwkracht, de eigenlijke motor van de kerk.
Bidden wij in deze dagen: Kom, Heilige Geest, Vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde Zend Uw Geest en wij worden herschapen en de hele aarde wordt nieuw.
|
|
|
In de metropool van Mechelen zag ik een mooi kunstwerk staan bij de paaskaars: “Paassymbool” stond erbij geschreven en de naam van het kunstwerk was: “De komma”. Het was inderdaad een houten schelp in de vorm van een komma.
Dit is dus Pasen, dacht ik niet goed begrijpend. Tot plots mijn frank viel. Inderdaad: een komma is het teken dat zegt: het verhaal is niet gedaan; er komt nog iets achter. De zin gaat verder. Met Pasen zet God geen punt achter Jezus leven, maar een komma. Het is niet gedaan, ook al lijkt het lege graf een punt… gedaan! Pinksteren is het vervolg van Pasen. Het vertelt ons dat Jezus verhaal verder ging. De leerlingen zitten bang bij elkaar. De deuren van de zaal zijn goed gesloten uit vrees voor de joden. Ook de deur van hun hart is gesloten. Alles is voorbij. Een bange toekomst wacht hen Plots staat Jezus in hun midden en blaast over hen: Hij hen blaast als het ware nieuw leven in. Ze ontvangen de H.Geest. En Lucas vertelt dat de Geest was als een rukwind: die hen mee sleurde: een wind die hen naar buiten dreef. Dat de geest een vuur was, vurige tongen, die hen vurig maakte en hen met vuur deed spreken.
Dat de geest als het ware een talenwonder tot stand bracht tussen alle aanwezigen, zodat ze elkaar verstonden. Om mijn staptocht naar Compostella sta ik er steeds van te kijken hoe mensen van alle landen, alle huidskleuren en talen, elkaar verstaan en in verstandhouding met elkaar omgaan. Het is omdat er een speciale geest hangt over de camino. De Pinkstergeest. Zo begint er met Pinksteren een nieuwe periode in het Jezusverhaal. De tijd van de kerk is aangebroken. Pinksteren is juist het feest van de innerlijke kracht. In de Vader is God boven ons. In Jezus is God naast ons. In de H.Geest is God in ons. Altijd zijn wij door God omgeven.
Bidden wij om de Geest van Pinksteren. Heer Jezus, zonder uw heilige Geest zijt Gij zo ver en lijkt alles zo lang voorbij. Zonder uw Geest is het evangelie dode letter, uw kerk gewoon een instituut
zoals er zoveel andere zijn. zo gemakkelijk heersen, wordt missie misschien marketing met geestelijke waar of gewoon propaganda, en is de liturgie niet veel meer dan theater.
Maar met uw Heilige Geest komt Gij heel nabij. Gij leeft en spreekt en handelt onder ons, in ons, het evangelie wordt een krachtig, vitaal woord, dat leven brengt, de Kerk één grote familie, gezag wordt dienst en missie een nieuw Pinksteren, de liturgie een maaltijd echt met U en de hernieuwing van uw kruis.
Ja, Jezus, zend overvloedig over ons uw heilige Geest want die maakt alles anders, maakt alles nieuw. Veni sancte Spiritus.
(naar een tekst van Ignatios van Lattaquié)
|
|
|
Als ik aan ieder van u zou vragen: “wie is God en hoe stelt gij u God voor”, dan zou ik zoveel verschillende antwoorden krijgen als hier aanwezigen zijn. Voor het volk van God, voor de Israëlieten in het oude testament was God een voortdurende aanwezigheid. Ze leefden met God, ze weten en zijn er zeker van dat God overal met hen meegaat en samen met hen het dagelijks leven maakt. In alles ontdekken ze hem, in de natuur, in de mensen, zelfs in het oorlogvoeren. Zij geloven ook dat God hen verlost heeft uit de slavernij van Egypte en hen geleid heeft naar het beloofde land. Hij leidt heel hun leven… Elke morgen begin ik mijn dag met het kruisteken. Eigenlijk druk ik daarmee uit dat God mij deze dag geeft en dat Hij met mij en ik met Hem deze dag wil doorbrengen. Uit de bijbel heb ik geleerd God te zien in mijn leven als een god die met mij geschiedenis schrijft. Mijn leven is een gewijde geschiedenis. God is als mijn schaduw: soms voor mij, soms achter mij, soms naast mij. Een voorstelling van God kan je niet maken want elk beeld van God wordt een afgodsbeeld.
Gelukkig hebben wij in Jezus een concreet beeld gekregen van die God. Toen Filippus aan Jezus vroeg: “Toon ons de vader, dat is ons genoeg”, antwoordde Jezus; wie mij ziet Filippus, ziet de vader. Door het optreden van Jezus komt God de mensen heel dichtbij. Hij toont ons een nieuw beeld van de Almachtige God. Een beeld van liefde, barmhartigheid en goedheid, het beeld van de goede herder, de barmhartige Samaritaan, de Abba Papa. De levensopdracht van Jezus bestond erin die geweldige liefde van zijn Vader voor elke mens zichtbaar te maken. En in zijn afscheidsrede zegt hij ons wat onze roeping is: Zoals de vader mij heeft liefgehad, zo heb ook ik u liefgehad. Blijf in mijn liefde. “God is liefde”, is de nieuwe naam die Jezus geeft en toont. En onze opdracht: Die liefde gestalte te geven en navolgen in ons leven. Gaat dus en maak alle volkeren tot mijn leerlingen in de naam van de Vader, Zoon en H. Geest. Zie ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld. Is de vader voor mij God boven mij: dan is Jezus voor mij god naast mij. Ik betrek hem op mijn eigen leven elke morgen wanneer ik bid: Spreek Heer, uw dienaar luistert. Leg uw woord in mijn mond, uw kracht in mijn daden uw liefde in mijn hart.
Op het kruis gaf Jezus zijn geest, schrijft St. Jan. Het betekent niet alleen dat hij stierf maar dat hij zijn geest doorgaf aan zijn volgelingen van zijn kerk. In het Pinkstergebeuren vertelt de bijbel welke kracht er uitging van Jezus geest. Het is zijn geest die levend maakt en die zijn kerk en ook ons nog altijd verder stuwt. Mijn Geest, zei Jezus, de heilige geest zal u alles leren en alles in herinnering brengen wat ik u gezegd heb. Zonder die heilige geest van Jezus hebben we geen kerk, geen sacramenten. De heilige geest is God in ons. Zo bid ik elke morgen om die geest met de woorden: Kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Wij vieren vandaag het feest van god onder de drie verschillende namen: de Vader die aan de oorsprong staat van alles, de Zoon, die in Jezus het concrete beeld werd van die Vader en de H.Geest, die in ons goddelijke kracht en aanwezigheid is. Al ons bidden begint in de naam van de Vader, Zoon en H.Geest en is gericht tot de Vader door Jezus Christus in de kracht van de Geest. Al ons bidden is gericht tot God die gemeenschap is en die ons oproept te werken aan de gemeenschap op aarde zoals in de hemel.
|
|
|
Terwijl de boer slaapt. Terwijl de boer slaapt, zo zouden we het evangelie kunnen betitelen. Een man bezaait zijn land: hij slaapt en staat op. s’ Nachts en overdag en onderwijl kiemt het zaad en schiet op maar hij weet niet hoe. Deze kleine parabel van het zelfkiemende zaad vind ik heel erg boeiend en wij kunnen er veel uit leren. Wij willen allemaal direct de vruchten van ons werk zien, wij willen alles zelf doen, wij kunnen zo moeilijk wachten en de dingen laten gebeuren. Wij leven in een tijd van instant koffie, instant soep, instant foto’s. We weten wel dat de kwaliteit eronder lijdt maar dat nemen wij erbij, als we maar niet moeten wachten. We kunnen onze auto in vijf minuten laten poetsen, we kunnen onze schoenen laten lappen terwijl wij erop wachten. We weten dat dit soms maar half werk is, maar dat hindert niet, als we maar niet moeten wachten. Heel ons leven is eigenlijk zo ingericht dat we maar op een paar knopjes hoeven te drukken. Knop van het licht, van de koffiezet, van de vaatmachines en de garagedeur. We hebben het wachten afgeleerd. En toch, de diep menselijke problemen lossen wij zo niet op. Je kunt je kinderen niet opvoeden door op een knopje te drukken. Je kunt je man en vrouw niet leren kennen met een knopdruk. Alle dingen die in het leven de moeite waard zijn, vragen veel geduld en uithoudingsvermogen. Als je een boom plant moet je kunnen wachten, totdat hij vruchten voortbrengt. In deze parabel zegt Jezus, dat God kan wachten. Hij vraagt geen direct resultaat. Hij geeft de mens de ruimte om zichzelf te kunnen worden. Terwijl de boer slaapt groeit het zaad. De man weet niet hoe. Het groeien ligt niet in zijn macht. Wij moeten ook kunnen wachten en geduld hebben met onszelf, met de anderen, met Gods kerk. Ook het Rijk Gods, Gods werk in deze wereld groeit als het zaad dat ontkiemt terwijl de boer slaapt. Voor mij betekent dat: Als er in onze kerken nieuwe inzichten groeien (bv. taak van de vrouw in de kerk) die mensen meer tot hun recht laten komen dan zal deze groei niet door mensen of instellingen kunnen geforceerd worden, maar ook niet door mensen of instellingen kunnen tegengehouden worden. Aan mensenwerk kunnen mensen paal en perk stellen. Aan Gods werk niet. Aan de ene kant zullen wij respect moeten hebben en het nodige geduld voor het groeiritme van het Rijk Gods. Aan de andere kant mogen wij vertrouwen hebben dat het goede dat wij zaaien en dat ontkiemt in onze wereld en onze kerk ook wasdom zal kennen op het uur dat alleen God kent. Over de groei heeft God het laatste woord: “Hij kan een sappige boom doen verdorren en een dorre boom tot bloei brengen” zegt de profeet Ezechiël in de eerste lezing. Maar dat laten groeien, dat wachten totdat wij bij de anderen de vruchten zien, valt zwaar. Ik kan zo moeilijk tegen een ander zeggen: Je mag zijn wie je bent, om te worden wie je zou moeten zijn, op jouw tijd en op jouw wijze. Veel moeilijker is het aan gezagdragers en instellingen dit zelfde te zeggen. Wij lijken vaak op Petrus in de hof van olijven. We grijpen naar het zwaard om er op los te slaan. Maar Jezus lijkt ons te zeggen: wacht maar, ga maar rustig slapen, vanzelf kiemt het zaad, het is niet tegen te houden. Ondertussen moeten we geloven in dat andere parabeltje van het mosterdzaad. Het Rijk Gods gelijkt op een mosterdzaadje onooglijk klein, maar met een geweldige groeikracht. Een groeikracht niet tot uiterlijke praal, pracht of machtsvertoon meer een groeikracht die een tak biedt waarop kleine mensen kunnen rusten en een nest van geborgenheid aan opgejaagde mensen; Dat parabeltje kunnen wij doen en ligt in onze macht en ondertussen de hoop bewaren van een boer die slaapt.
|
|
|
Storm op het meer.
Het mislukken van kinderen en jongeren in hun studies plaatst heel wat gezinnen voor een nieuwe situatie. Ze moeten met een nieuwe realiteit weer op weg en leren leven. Een man die met pensioen ging vertelde: “Ik had als leraar altijd tussen de jeugd gestaan op school. Toen ik met pensioen ging stelde ik vast dat ik ineens in een groep oude mensen terecht kwam. Ik had heel veel moeite me daaraan aan te passen”. En een ander zei: “Sinds mijn man gestorven is, is het leven stil gevallen. Ik heb voor niets meer goesting. Ik wil altijd terug naar wat voorbij is”. Ik dacht aan dat alles terug toen ik in het evangelie van vandaag Jezus tot zijn leerlingen hoorde zeggen: “Laten we oversteken”. Ze mochten niet blijven op het vertrouwde Joodse grondgebied, ze moesten oversteken naar de onbekende streek van de Heidenen. Ieder mens moet in het leven voortdurend oversteken. Leven is immers voortdurend veranderen, voortdurend opstappen en oversteken naar een situatie die nieuw en vaak onbekend is. Reeds voor een kind is dat zo: van de huiskring naar de kleuterschool, van de kleuterschool naar de lagere. Van de lagere naar de middelbare. Telkens oversteken van het vertrouwde naar het onbekende.
Ook als gelovige moet je meermaals oversteken. Je kan niet blijven geloven met je kindergeloof. Het leven confronteert ons met situaties en vragen die ons dwingen over te steken naar het onbekende. Ook als gelovige kan je meemaken dat heel wat zekerheden wegvallen en je voor nieuwe vragen en uitdagingen staat.
Toen de leerlingen overstaken kwamen ze in de storm terecht. Wie met Jezus opweg gaat gaat geen rimpelloos leven tegemoet. Hij zal door de storm moeten.
1. Wat is dat een storm. Iets dat niet enkel op zee of in de natuur gebeurt, maar iets dat plaats grijpt in het leven: Materieel, relationeel, existentieel. Een situatie die je overspoelt, die je niet onder controle hebt. Een situatie die niet te overzien is en waarvan je dreigt ten onder te gaan. Een situatie waarin al je weten je niet helpt. Iemand zei: “Ik heb al zoveel mensen kunnen helpen, maar nu ikzelf in de miserie zit geraak ik er niet uit”. We zitten dus met ons evangelieverhaal midden in de menselijke realiteit. Een realiteit waaraan we niet voorbij kunnen.
2. Hoe gedragen zich de leerlingen in de storm. Angst: Ze zien de golven en de boot die vol loopt. Paniek: Ze maken hem wakker en schreeuwen: Meester! Verwijt: Raakt het u niet dat wij vergaan. Angst, paniek, verwijten, het zijn menselijke reacties in de storm. Tegenover al deze menselijke reacties plaatst het verhaal iemand: Jezus.
3. Wat doet Jezus?
* Hij slaapt: Op het eerste gezicht betekent dit slapen van Jezus: afwezig zijn, niet deelnemen aan, in de steek laten. Eigenlijk betekent het slapen van de Heer meer: Jezus slaap toont dat Hij vooral vertrouwen heeft in zijn leerlingen. Hij laat hen de verantwoordelijkheid over de boot. Zij mogen in alle verantwoordelijkheid handelen en zo blijft Hij hen nabij. Dit is de situatie na Pasen. Uiterlijk een afwezige Jezus en toch, in geloof een aanwezige Jezus. Dat juist wordt uitgedrukt in de slapende Jezus. Jezus slapen nodigt uit tot vertrouwen. Hij is er. Dat is genoeg. Onlangs vertelde mij een vader van een groot gezin: “het eerste wat de kinderen vragen als ze thuis komen van school is: Waar is ons Moeke? Als ik zeg: Moeke is boven op de naaikamer, dan is het goed. Ze weten dat ze er is en gaan rustig spelen”. Aanwezig zijn is voldoende. Dat wil het evangelie zeggen met Jezus die slaapt. Hij is er. Maak je niet angstig. Doe maar wat je kan.
* Jezus spreekt: Hij gebiedt zelfs. Hij gaat de golven te lijf alsof het duivelse machten zijn. Mensen kunnen soms zo spreken dat de storm luwt dat de wind gaat liggen. Iemand zei: “Mijn man moest regelmatig naar de kliniek op controle. Daar was daar een verpleger…... die kon mijn man zo opvangen. Hij kwam altijd weer heel anders terug”. Mensen die kunnen bidden ervaren dat Jezus spreekt, zodat er rust komt in hun leven.
* Jezus nodigt uit tot geloof. Hoe is het mogelijk dat je nog geen geloof bezit. Waag het toch om te geloven. Ook dat is oversteken in het leven: Waag de tocht van het geloof. Laat je angst los en bidt dat een diep levensvertrouwen je hart mag vervullen. Ook Job heeft in de storm van het lijden geleerd, dat je niet moet willen begrijpen; dat je God niet moet uitdagen. Alleen vertrouwvolle overgave. Met dit verhaal nodigen de eerste christenen ons uit tot vertrouwvol geloof. Ze vertellen hoe ze zelf in de storm hebben gezeten en hoe ze dachten dat Jezus onverschillig toezag, maar hoe zij er uiteindelijk doorkwamen dank zij hem.
Maar het is een lange weg van “Wie is hij toch” naar “Gij zijt de Christus de zoon van de levende God”.
|
|
|
In de lezingen van vandaag horen w e twee belangrijke gedachten: Jacobus vermaant ons: Weest uitvoerders van het woord, niet enkel toehoorders, anders bedriegt ge uzelf. Woorden en daden verwacht hij van de christenen Daadwerkelijk geloof: Medeverantwoordelijkheid in het geloof. En Jezus pleit voor een godsdienstigheid van het hart. Geen lippendienst, maar dienst met het hart. Godsdienstigheid die hartelijk is. Hartelijkheid.
Vandaag start het nieuwe werkjaar, op school, in de organisaties en wijken,
in de jeugdbewegingen, op het werk, ook in de kerk. Zovele groepen waar
mensen samenkomen om iets te doen voor anderen. Velen van hen doen dat
vanuit een christelijke bezieling.
Opdracht tot hartelijkheid Opdracht tot medeverantwoordelijkheid.
Deze twee grondlijnen moeten eerst en vooral te vinden zijn in de kerk. Daar waar wij ons verzamelen rond de Heer. Hier klinkt het woord van de Heer direct tot ons: elke zondag. Vindt het ook weerklank in ons leven?
1. Zijn we een hartelijke kerk. Leeft er een hartelijke sfeer in ons kerkgebouw. Bidden zingen wij van harte mee? Het zou in onze kerk moeten zijn zoals bij die grootouders die heel de week zitten uit te kijken naar de zondag: dan komen ze weer thuis: de kinderen en kleinkinderen. Misschien zijn wij als priesters niet hartelijk genoeg wanneer jullie hier thuis komen. Enkele tijd geleden zei iemand me: jullie kunnen niet beseffen wat er allemaal vooraf gaat voor wij eindelijk in de kerk komen. Kleine mannen die lastig zijn, de vrouw die nog wat met het eten moet werken enz… Je moest eens weten hoeveel moeders er in de kerk zitten en dan ineens denken: heb ik het vuur wel afgezet of op klein vuur gedraaid! We hebben wat tijd nodig om op adem te komen. Een hartelijke kerk zijn hier bij de Heer. Voor sommigen betekent het misschien gewoon eens rustig kunnen zijn. Voor anderen daarentegen het gevoel van samen te zijn. Samen zitten – samen bidden – samen zingen kan mensen het gevoel geven van hartelijkheid. Samen praten na de mis en mensen aanspreken. Een hartelijke kerk door het besef: we zijn meer dan een verzameling van mensen. We zijn samen rond Iemand die van harte tot ons spreekt en die zich breekt en geeft met heel zijn hart, met zijn liefde voor ons. Vanuit een hartelijk samenzijn in de kerk, mee bouwen aan een hartelijke wereld. - Gaat het er hartelijk aan toe bij ons thuis op zondag - Gaat het er hartelijk aan toe in onze verenigingen en jeugdbewegingen - Proberen we hartelijk om te gaan met de mensen uit de buurt? - Hebben we nog hart voor ons werk, de mensen op ons werk?
2. Een tweede grondtrek van de parochie zou moeten zijn: het besef van medeverantwoordelijkheid. Het besef: het zal in onze kerk goed gaan als ik mijn deeltje bijbreng., als ik meebid, als ik meezing, als ik een zangboekje neem, als ik de kleine taken die er te doen zijn help dragen. Als de kinderen en kleinkinderen s’ zondags bij moemoe samen zijn dan moet moemoe toch niet alles alleen doen. De kerk op zondag is toch ook een soort familie samenkomst tenminste een samenkomst in familiesfeer Vanuit het beleven van onze medeverantwoordelijkheid in de kerk zullen we ook stilaan groeien tot medeverantwoordelijkheid buiten de kerk. - Proberen we de taken te verdelen in onze verenigingen en bewegingen - Proberen we nieuwe mensen aan te spreken - Proberen we onszelf aan te bieden Moge het nieuwe werkjaar gedragen zijn door die dubbele Bijbelse opdracht: hartelijkheid - medeverantwoordelijkheid
|
|
|
Toen ik enkel jaren geleden op vakantie was in het binnenland van Brazilië, waar mensen alleen Portugees spreken en verstaan, voelde ik mij een beetje als een doofstomme. Ik zag en hoorde de inwoners met elkaar staan praten maar verstond er helemaal niks van. Ik hoorde hen lachen maar wist niet waarom. Een bijzonder vreemde gewaarwording. Ze spreken je aan en je kan niets terug zeggen. Je bent onder de mensen, maar toch in je eigen klein wereldje opgesloten. Je oren en mond zijn uitgeschakeld om contact te maken. Je bent in zekere zin een doofstomme.
Aan deze persoonlijke ervaring word ik herinnerd als ik vandaag het evangelie lees van de doofstomme die door Jezus genezen werd. In een gezelschap zitten ze er vaak wat eenzaam bij. Zij staan vaak buiten het sociale leven van de mensen die normaal kunnen horen en spreken. Vaak vinden we het maar zielige mensen: “Kinderen van de mindere God”, zoals ze in een film worden genoemd.
Jezus neemt het op voor zulke mens: Hij heelde hem niet enkel lichamelijk maar bracht hem terug in de gemeenschap van de mensen. De woorden ‘Effeta Ga open’ hebben niet enkel betrekking op de zieke zelf, maar ook op zijn omgeving. Wij moeten de weg open maken opdat deze mens ten volle zou opgenomen worden in de gemeenschap. Zo had de profeet Jesaia de Messiaanse tijd aangekondigd: als een nieuwe schepping. “Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen, zal de tong van de stomme”. De omstanders uit het evangelie erkennen dat in Jezus deze Messiaanse heilstijd is aangebroken Met woorden ontleend aan Jessaia jubelen zij: “Geweldig wat Hij allemaal heeft gedaan. Doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken”. Toch gaat het hier om meer dan om een zieke mens. Het verhaal heeft ook een symbolisch niveau en op dat niveau gaat het ook over ons.
Er zijn mensen die elkaar stom voorbij lopen: medemensen, familieleden, huisgenoten aan wie ze een hekel hebben of met wie ze een stevige ruzie gehad hebben. Ze zijn er vaak zelf niet gelukkig om, maar ze krijgen geen woord over hun lippen. Er zijn mensen die zo van zichzelf vervuld zijn en zo met zichzelf ingenomen zijn dat ze doof zijn voor hun omgeving. Ze leven in hun eigen wereldje en hebben alleen aandacht voor hun eigen verlangens en wensdromen. Zij zijn doof voor de noodkreten van hun medemensen. Soms voelen we ons machteloos om een woord van troost te spreken bij een zieke of in een huis waar verdriet is. De woorden van Jezus ‘Effeta’ zouden ook en gebed kunnen zijn. “ Heer Effeta” Maak open, laat open gaan onze oren, onze mond. Dan bouwen ook wij mee aan het Godsrijk op aarde en helpen wij het droomgezicht van Jesaia tot werkelijkheid maken.
Ten slotte gaat het nog om een diepere onmacht in ons leven: de onmacht om Jezus te verstaan en met Hem te spreken. Jezus zelf beklaagt er zich vaak over dat zijn toehoorders Hem niet verstaan: “Jullie hebben toch oren, hoor je dan niet?”
Geloven is op de eerste plaats “horen”. “Hoor Israël, hoor”. Geloven is een
manier van luisteren die ons in staat stelt achter menselijke woorden
Goddelijke realiteiten te ontdekken. Ook spreken over Jezus is geen
gemakkelijke opdracht. Mensen die bezig zijn met catechese weten hoe
moeilijk het is om over Jezus te spreken zodat Hij verstaanbaar wordt. Voor
kinderen, jongeren volwassenen. Heb jij dat ook: dat je op het einde van de
mis niet meer weet waarover het evangelie ging? Het ene oor in, her andere
uit. Maar soms heeft een woord of verhaal je zo geraakt dat je het jaren
nadien nog kan herhalen. Het heeft je hart geraakt…. en je vertelt het graag
opnieuw. Dat woord of voorval ging niet het ene oor in, het ander uit. Het
daalde af tot in je hart en daar bleef het bewaard. Horen doe je met je
oren, luisteren met je hart.
Moge Jezus ook ons vandaag zo leren luisteren en spreken dat ons hart vervuld wordt en wij het hart van anderen mogen raken. Amen.
|
|
|
Moest een verkiezingskandidaat bij de voorstelling van zijn programma beginnen met de woorden die Jezus zegt tot zijn leerlingen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en mij volgen”. Hij zou wellicht niet veel succes kennen. Zelfs een gematigd soberheidsbeleid heeft weinig kans aanvaard te worden. Want zelfs wij, die zich volgelingen van Jezus noemen, hebben niet alleen uit onze woordenschat, maar ook uit ons leven alles gebannen wat iets te maken heeft met zelfverloochening, soberheid en versterving. Toch staan we juist met het evangelie van vandaag op een keerpunt in Jezus verkondiging.
De acht eerste hoofdstukken van Marcus gaven ons een zeer hoopvol portret van Jezus. Marcus beschrijft Jezus als iemand die de blinden heeft doen zien, de doven doen horen. Zieken heeft Hij genezen en het leven terug geschonken aan hen die ontmoedigd en uitgeput zich voortsleepten langs de weg. En voor hen die in de duisternis zochten, was hij een licht en openbaring. Een nieuwe wereld is met Hem begonnen. Een wereld waar alle dode en dodende krachten door Gods liefde worden overwonnen. Een hoopvol perspectief.
Voortdurend hebben de mensen zich afgevraagd: Maar wie is deze Jezus toch? De belijdenis van Petrus is het antwoord op deze vraag: “ Gij zijt de Christus, de Zoon van God”. Dit lijkt de juiste visie te zijn. Maar verrassend genoeg gaat Jezus daar niet op in. Integendeel: Hij verbood hen nadrukkelijk hierover te spreken.
Belangrijker dan de leer, het weten, is de praktijk van het volgen van Jezus. Onmiddellijk toont Jezus de weg die mensen moeten volgen in zijn spoor. Het is een verrassend perspectief: dienaar zijn de minste van allen. Het is en perspectief dat helemaal niet in de verwachtingen ligt. In Petrus woorden horen we de verontwaardiging van alle leerlingen. “Neen, Heer, zoiets kan niet gebeuren”. Toch nodigt Jezus, zonder terughoudendheid ons uit te durven leven met Gods perspectief. Wie zijn leven wil redden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie zal het redden.
- Reeds in onze gewone menselijke contacten en relaties is het zich durven prijsgeven een belangrijke leefregel. Een groep gehuwden vertelde dat een van de moeilijke en altijd nieuwe opgave in het huwelijk is: Zich aan elkaar durven toevertrouwen. Niet alleen “vertrouwen” maar toevertrouwen in heel de diepte van hun wezen. Wij hebben er vaak schrik voor omdat het betekent: zich kwetsbaar durven maken voor elkaar. Men moet zich durven verliezen aan elkaar.
- Ook in de opvoeding en de ontwikkeling van de menselijke persoon stellen we de groeiende noodzaak van onthechting vast. Verwende kinderen groeien vaak scheef in het leven. Mensen kunnen maar groeien en zich ontwikkelen als ze zich niet krampachtig hechten aan eigen persoon, maar durven buiten zichzelf treden, zichzelf loslaten voor de medemens. En zo zichzelf vinden.
- Ook in deze welvaartswereld horen wij de laatste jaren stemmen opgaan dat de mens dreigt zichzelf te verliezen door zijn overdreven gehechtheid aan bezit, macht en aanzien. We zien jongeren en ouderen op bewuste wijze afstand nemen van overdreven gehechtheid aan bezit en een burgerlijk bestaan.
Een figuur van Franciscus van Assisi wordt weer actueel in deze tijd: Hij wilde persoonlijk niets bezitten omdat zovelen bezeten waren door hun bezit. En zo werd hij een profetisch teken van een nieuwe tijd waarin alles aan iedereen zal behoren en waarin iedereen voldoende zal hebben.
|
|
|
Onze gemeentes komen stilaan in de verkiezingskoorts. Er is heel wat gepalaverd over wie op de eerste of de beste plaatsen zal staan. Over de vraag wie de grootste en voornaamste zou zijn. We hoorden in het evangelie dat het in Jezus tijd niet anders was en daar waren maar 12 portefeuilles te verdelen. Terwijl Jezus zijn leerlingen probeert een beetje inzicht te geven in het programma en de manier waarop het zal moeten gerealiseerd worden, zijn de leerlingen ijverig aan het woordenwisseling houden over wie de grootste was.
In de gemeenschap van Jacobus waarover de tweede lezing spreekt ging het er al niet minder onfraai aan toe. Het broeit er van naijver en eerzucht en allerlei minderwaardige praktijken. Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies vandaan? Toch alleen van eigen hartstochten die u niet met rust laten. Voor sommigen zijn alle middelen goed om de dingen te krijgen die ge begeert.
In de eerste lezing gaat het er nog straffer aan toe. Er is zelfs sprake van doodsbedreigingen aan het adres van de rechtvaardige die de wantoestanden in zijn tijd aanklaagt. Er is sprake om met folteringen hem te testen en hem tot een schandelijke dood te veroordelen.
Dit gebeurde in het Oud Testament maar ook op onze dagen zijn moordaanslagen of mensen die het onrecht aanklagen in sommige Zuid-Amerikaanse of Afrikaanse landen nog harde werkelijkheid en realiteit. Wat zal het worden in Kongo: tussen Kabila en Bemba.
Dit is een beetje de situatieschets zoals de bijbel ze ons tekent in de lezingen van deze zondag. Ook daarover gaan de lezingen van vandaag.
1. De gelovige jood in het beloofde land stond door zijn levenshouding rechtlijnig tegenover de louter menselijke wijsheid van de Grieken die vele joden volgden. Hij was een levend verwijt voor zijn landgenoten. Hij heult niet mee met de massa. Hij laat zich niet indommelen door heidense gebruiken of materieel en sexgebied. Daarom komt hij onverdraagzaam over bij de grote massa. Jezus heeft hetzelfde meegemaakt in zijn tijd. Als christenen in deze tijd geen levend verwijt meer zijn voor onze moderne heidense wereld kunnen we ons de vraag stellen of wij niet de kern van ons gelovig zijn hebben laten verwateren. Christelijke politici zouden af en toe een aanklacht moeten zijn tegen de lauwheid van onze wereld en tegen de geestelijke en materiële verloedering van het leefklimaat. Er is de dag van vandaag vaak spraak van een duidelijker profilering van de politieke partijen. Hoe kan dit gebeuren als ik geen man of vrouw beken die dit in zijn persoonlijk leven durft doen?
2. Jacobus wijst in de tweede lezing op een andere wortel van veel kwaad. Hij heeft het over een dubbele wijsheid de wijsheid van de wereld en de wijsheid van hierboven. Wijsheid van de wereld vertrekt van de mens. Wijsheid van hierboven vertrekt van God. Wijsheid die vertrekt van de mens, vertrekt meestal van het kleine ik van elke mens; wat voor mij belangrijk is, is belangrijk. “Ik “ komt op de voorgrond en leidt vaak tot naijver en eerzucht zegt Jacobus. Het algemeen belang wordt dan vlug het algemeen eigenbelang. Vooral in onze tijd viert deze wijsheid hoogtij. Als ik mijn belang maar krijg dan ben ik content. De wetten zijn gemaakt voor het algemeen belang maar worden ontkracht door de vele achterpoortjes van vriendjespolitiek. Daaruit vloeien ruzies en partijdigheden voort. Daartegenover plaatst Jacobus de wijsheid van omhoog: Zij is voor alles rein (propere handen) maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, onpartijdig en oprecht.
3. Ook het evangelie geeft ons een goede richtingwijzer voor de samenleving. Wie is de grootste? Wie de voornaamste? Jezus plaats een kind in hun midden! Een kind is weerloos, is het beeld van de zwakke en kwetsbare mens. Die moet centraal staan in de opbouw van een wereld naar Gods hart. En als iemand de eerst wil zijn, zal hij dienaar van allen moeten zijn. Verantwoordelijkheden zijn geen persoonlijke voorrechten, het zijn dienstfuncties. Diensttaken ten bate van allen. Maar hoe moeten christenen zich gedragen in zo’n wereld?
Onze gemeente hebben politici nodig - die kunnen ploeg vormen - die onkreukbaar zijn - die op langere termijn kunnen denken.
Zo werd onlangs door de Media gezegd. Als dat voor alle politici geldt, dan geldt dit zeker voor christenen in de politiek. Zij zien hunwerk niet enkel als een job maar als een roeping door God aan hen toevertrouwd.
|
|
|
Elke zondag komen wij vanuit het leven naar de eucharistie, en vanuit de eucharistie keren wij terug naar het leven. In die eucharistie wordt dat leven geconfronteerd met het woord Gods en door de eucharistie wordt het opgenomen, op niveau gebracht van Jezus’ leven zelf. Het wordt er geconsacreerd. Vanuit de eucharistie keren wij, gesterkt door Jezus woord en brood weer terug naar het leven. Laten we proberen vandaag die beweging te maken.
Van het leven naar de eucharistie. Hoe is het leven op onze dagen? We zitten volop in de verkiezingsstrijd. Een tijd waarin vaak tegenstellingen tussen de mensen naar voren komen. Een tijd ook van onverdraagzaamheid en blind zijn voor het goede in de andere. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Dat is vaak verkiezingstaal. Wat zien we nog? Foto’s van alle formaten. Lijsten met kandidaten. Namen die vooraan of achteraan staan. Zij zullen het gaan doen. Zij zullen het waarmaken. Zij worden boven de massa uitgetild en in de kijker geplaatst. De grote massa staat in de schaduw. Zij zijn enkel goed om het bolletje zwart of rood te kleuren.
Met dat stuk leven wil ik jullie uitnodigen naar de eucharistie te komen en te luisteren naar de lezingen. En dan hoor ik daar het volgende: In het evangelie wordt ons een mooi verhaal verteld. Er is iemand die niet van Jezus ‘ groep is, niet tot zijn partij behoort, die een duivel heeft uitgedreven d.w.z. hij heeft iets goeds gedaan voor een mens. Johannes heeft dat gezien en hij gaat naar Jezus toe en zegt dat hem en hij voegt eraan toe: We hebben getracht het te beletten omdat hij geen volgeling van ons was. Omdat hij niet tot de onze behoort. Heel verassend krijgt Johannes te horen: belet het hem niet. Wie niet tegen ons is, is voor ons.
Dit woord van Jezus geeft ons toch te bedenken: Spontaan, zonder het zelf te weten, zijn wij geneigd de wereld te bekijken door onze bril: collega’s, makkers of vrienden te meten naar onze maat. Opzij te zetten wat ons niet ligt, voorbij te gaan aan wie niet denken zoals wij. Wij zijn toch zo zeker van ons zelf! Wij zijn zoals de leerlingen van Jezus, die, vol ijver en edelmoedigheid, alleen aan zichzelf het brevet van apostel willen geven. Enkel vanuit hun groep was iets goeds te verwachten, zo dachten zij althans. Jezus zet hen op hun plaats.
De geest kan ook werken langs mensen buiten onze enge kring. In de eerste lezing wordt een ander verhaal verteld Mozes zit met zijn volk in de woestijn. Hij kan het niet meer aan en hij roept de 7 oudsten samen in de verbondstent en stelt hen aan om hem te helpen. In zijn naam mogen zij spreken en optreden. Nu waren er twee ouderen. Eldad en Medad die niet op de samenkomst waren: ze hadden geen mandaat gekregen. En deze twee staan midden het volk op te treden en te spreken. Jozua een trouwe volgeling van Mozes zei: Mijnheer, dat moet u hen verbieden”. En dan komt dat opmerkelijk woord van Mozes: Ik zou willen dat heel het volk van de Heer profiteerde! En de Heer zijn geest op hen legde. Ik vind dat een opmerkelijk woord. Mozes wil dat heel het volk, dat elk lid van dat volk, zijn profetische verantwoordelijkheid zou opnemen. In de kerk zowel als in de maatschappij lopen wij gevaar dat wij onze verantwoordelijkheid afschuiven op enkelen. Die op de lijst staan die moeten het maar doen. Die bij het bestuur zijn, die moeten het maar opknappen. Neen , zegt Mozes, ik zou willen dat gans het volk profiteerde….. We moeten ons bewust zijn dat ieder van ons een onvervangbare taak heeft binnen de kerk en binnen de gemeenschap.
Ik zou willen dat gans het volk van God profiteerde: zouden wij niet een mooie kerk zijn als elke gedoopte zou zeggen: ik mag en moet door mijn manier van leven en spreken duidelijk laten zien dat ik voor God kies en voor de evangelische waarden die Jezus ons verkondigd heeft.
Zouden wij niet een andere wereld opbouwen als iedereen zich bewust zou zijn: ook ik moet mijn deel bijbrengen, mijn stuk verantwoordelijkheid dragen. Vanuit de eucharistie keren we terug naar het leven. Moge het woord van God wortel schieten in ons leven en het brood van de Heer ons sterk maken het goede in elkaar te waarderen en onze verantwoordelijkheid in kerk en maatschappij op te nemen.
|
|
|
Kinderen waren aan t spelen in t’ stadspark. Oude mensen, zaten er twee aan twee op een bank. Jonge koppeltjes: met twee: ze speelden hun spel. Mama, waarom spelen wij kinderen altijd graag met velen en grote mensen altijd met twee? Dit vroeg het kind toen het thuis kwam na zijn spelen in ’t stadspark. Een filosofische vraag: waarom zoeken mensen een levenspartner en trouwen zij. Een vraag zo oud als de mensheid, als de bijbel. Ook te tijden van de bijbel leefde deze vraag: waarom trouwen mensen. En de schrijver van het boek der schepping antwoordt hierop met een verhaal: Toen God de mensen had geschapen plaatste hij hen in het paradijs; hij mocht er omgaan en spelen met dieren en vogels. Hij mocht ze zelfs namen geven: een beetje zoals kinderen bij ons namen geven aan hun poppemie of troeteldier of speelgoedtreinen. Hij deed dat, maar na een tijdje verveelde het hem. Een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen heeft God de vrouw geschapen, uit de rib van de man. Uit de rib: gij zijt mijn rib = mijn hartendief Uit de rib: een rib tekort: de man loopt scheef: de vrouw helpt de mens recht te lopen Niet uit het hoofd: over zijn hoofd zien. (baas) Niet uit de voeten: slaaf aan zijn voeten Uit zijn zijde: evenwaardig, ter-zijde-staan. Toen sprak de man: “eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees”. Waarom twee aan twee? Zo komt het dat een man zijn Vader en moeder verlaat…. Eigenlijk gaat het verhaal niet enkel over het zoeken van een huwelijkspartner, maar over de meest fundamentele nood van de mens. Er staat niet: het is niet goed dat de man alleen blijft maar “Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ook als een mens niet trouwt of niet meer getrouwd is, steeds blijft deze Bijbelse zin: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft”. Hij heeft nood aan een medemens of medemensen “die bij hem past”. Veel alleenstaande mensen zijn op zoek naar iemand die bij hen past: een vriend, een vriendin. Iemand waarmee ze kunnen optrekken. Soms hoor je vrouwen zeggen: Ik zou wel naar die vergadering willen maar ik heb niemand om mee te gaan. Iemand waarmee de verstandhouding “klikt”.
In het sprookje De Kleine Prins staat dat mensen meer gelukkig zijn als er “verbondenheid” komt in hun leven. Dat klinkt in de oren van de moderne mens heel ongewoon. Zegt de moderne mentaliteit niet: - Geluk betekent van niemand afhangen, niemand nodig hebben. - Geluk is doen wat je wilt: geen rekening moeten houden. - Geluk is je eigen god zijn: niemand boven mij. En we zien hoe nefast deze mentaliteit is: - Huwelijksbanden en familiebanden vallen uiteen - De mens verknoeit zijn eigen leefmilieu - De mens gaat ten onder in wanhoop en zelfmoord.
Verbondenheid tussen mensen is van levensbelang: niet alleen voor de mens, ook voor de gemeenschap. Het verlangen naar verbondenheid is door de schepper in de mens weggelegd, zegt Jezus in het evangelie. “Wat God derhalve verbonden heeft mag de mens niet scheiden”. De verbondenheid tussen man en vrouw in het huwelijk is wellicht de diepste verbondenheid die er bestaat tussen mensen. Juist deze verbondenheid staat in de wereld van vandaag ter discussie en is een van de meest bedreigde waarden. Je kan nog nauwelijks een familie tegen komen waar niet het drama van de scheiding aanwezig is. Dat dit ook in Jezus tijd een moeilijke opdracht was blijkt uit het evangelie, waar mensen met de vraag bij Jezus komen. “Staat het een mens vrij zijn vrouw te verstoten om welke reden dan ook?” Jezus spreekt geen oordeel uit over mensen die dit meemaken. Ook aan ons is geen oordeel toegestaan. Wel verwijst hij naar de droom van God: “God heeft bij de schepping het verlangen naar trouw en verbondenheid weggelegd in de mens”. Hij nodigt de mensen van zijn tijd uit te kijken, niet naar de statistieken over echtscheiding, maar veeleer naar wat God aan mogelijkheden heeft weggelegd in de mens. Vandaag is het Nationale ziekendag met de slogan: “Een zorgzame gemeente, daar kies ik voor” vraagt zij aandacht voor verbondenheid tussen zieken en gezonden, tussen hen die meekunnen in deze prestatiewereld en zij die uit de boot vallen. Maar vooral voor verbondenheid tussen God en mens, man en vrouw, ouders en kinderen moeten wij zorgen. Moge deze viering en ontmoeting met de Heer ons daarin sterken.
|
|
|
Ik ontmoette deze week een wijze vrouw. Ze had haar huis gekocht via een tussenpersoon die er dik geld wilde aan verdienen. Alleen geld verdienen telde voor hem. Ze vertelde: Ik pakte hem aan en zei hem: “Meneer, als je alleen maar vanuit geld het leven bekijkt, dan mis je 90% van het leven”. Hij wist niet wat zeggen…. hij voelde zich in zijn hemd gezet. En “gedwongen” werd hij redelijk.
Dat is wijsheid: de dingen in het leven op hun juiste plaats zetten. Wijsheid kan je niet kopen en wijsheid leer je niet in de boeken. Wijsheid wordt je geschonken: “Ik bad en inzicht werd mij geschonken. Ik smeekte en de geest van wijsheid kwam over mij”. Van daaruit worden alle andere dingen op hun juiste plaats gezet: macht, geld, gezondheid, schoonheid, licht. Dat zijn op zich geen waardeloze dingen, integendeel: ze zijn belangrijk maar ze mogen niet het doel zijn in het leven slechts een middel. “Als je alleen geld ziet, mis je 90% van het leven”. Als je alleen“macht” nastreeft… Als je alleen “schoonheid” wil…
Wijsheid is de levenskunst om aan alles de juiste plaats te geven in het leven en beseffen dat het doel van het leven meer is dan geld, macht, schoonheid, gezondheid en licht. Het doel om van te leven heeft met God te maken of met het Rijk Gods waarover Jezus spreekt, met het “meer” in het leven, met de zin van het leven. Het verhaal van de jongeman uit het evangelie gaat nog een stap verder. Met geld kan je het geluk niet kopen zegt het boek der wijsheid. Maar ook onze verdiensten en prestaties kunnen ons beletten het echte leven te vinden. De jongeman uit het evangelie was niet alleen rijk, hij had ook heel wat verdiensten. Hij onderhoudt de geboden, en doet niemand iets te kort. Het is een chique tip over heel de lijn.
Jezus bewonderde zelfs al deze goede kwaliteiten en nodigt hem uit tot de beslissende stap: “ga verkopen wat ge bezit en kom dan terug om mij te volgen”. Hij moet niet alleen zijn bezit prijsgeven, maar vooral zichzelf durven loslaten en Jezus volgen. Het gaat over loslaten, prijsgeven. Iemand zei: “Voor de apostelen was niet het moeilijkste hun boten achterlaten, hun carrière die ze opgebouwd hadden, maar wel zichzelf te verlaten, om zich helemaal te verlaten op het woord van Jezus”.
Op het einde van het evangelie lezen we: Wie kan nog gered worden? Dit ligt niet in de macht der mensen, maar wel in die van God want voor God is alles mogelijk. Ik sprak onlangs met de aalmoezenier van het grote gevang in Leuven. “Hoe praat je met gevangenen over het evangelie”? vroeg ik. Die mensen kunnen niet uitpakken met hun deugden of verdiensten. Hun emmer is leeg. Voor de mensen zijn ze afgeschreven. Voor de maatschappij ook. Hij zei:” Ik vertel hun dat alleen God niet te koop is. Die kan je niet omkopen met geld, noch met deugden of verdiensten: die kan je alleen maar vinden als je vertrouwvol met je armoe naar Hem durft te gaan. God kan houden van een mens met een lege emmer. Ja zelfs van een mens met een emmer vol misdaden. Want voor God is alles mogelijk.
Wijsheid kan je niet kopen, je kan erom bidden. Het Rijk Gods, het diepste geluk, verdienen we niet, we ontvangen het.
|
|
|
Heeft missioneren nog zin? Het is een pertinente vraag, zeker nu de oudere missionarissen met trosjes terug keren naar hun moederland en de afreis van nieuwe krachten een steeds zeldzamer verschijnsel worden. Hebben we het recht de deur dicht te slaan? Omwille van de liefde tot Jezus, de verrezen Heer, die noodzakelijk de medemensen insluit die hij ons toevertrouwde, moet de menselijke en religieuze band behouden blijven, in diep respect en vertrouwen met onze lokale opvolgers. Dit is niet alleen een zaak van missionarissen die er gewerkt hebben, maar ook van de kerk die hen lang geleden heeft gezonden. Het gaat erom te blijven getuigen dat God tegenwoordig is op aarde door onze broederlijke verbondenheid.
Mijn antwoord op deze vraag luidt: missioneren heeft méér dan ooit zin. Maar versta het woord in de diepste betekenis; de liefde tot Christus en zijn kerk gebied u: “blijf mijn schapen weiden”. Blijf de deur open houden voor respect, vertrouwen en menselijke waardering en ook waar mogelijk voor materiële steun. Maak dat de jonge kerken van hier uit kansen krijgen. De inlandse priesters en catechisten doen er mooi werk, op hun eigen manier, met hun mogelijkheden begeesterd vanuit een liefdevolle overtuiging. Missie is immers deelnemen aan Gods bevrijdend handelen in de geschiedenis van de mens. Men kan dit het best ervaren door het te doen. Door zich in te zetten voor zijn medemens.
De speciale aandacht van Jezus ging naar de armen, naar hen die van de anderen de mogelijkheid niet krijgen zichzelf te zijn. Deze mensen geeft Hij nieuw leven. Jezus zegt zelf; “Ik ben gekomen opdat jij het leven zou bezitten en wel in overvloed. Onze tijd heeft nood aan bevrijding een bemoediging. Vanuit Japan horen we dat jonge mensen samen bidden, het evangelie overwegen en zich dienstbaar maken bij bejaarden en gehandicapten. Omwille van Jezus Christus.
De kerk in Afrika, geboren uit de liefde en het geloof van duizenden missionarissen. Zij is nu voor ons een beeld van Gods liefde. Zij leven in christelijke gemeenschappen voor elkaar. Omwille van Jezus Christus.
De kerk in India leert ons stil worden voor God, leert ons bidden, leert ons eerbied hebben voor het leven dat God schept.
De kerk van Latijns Amerika, de kerk van de martelaren. Zij bekeren ons tot een kerk van de armen, de kerk van de bevrijding die ten dienste staat van de gewone mens.
Deze bijzondere missiezondag 2006 heeft van de paus het thema “liefde als ziel van missie” meegekregen. Missie en liefde horen bij elkaar. Ze vinden hun diepere bron in God. Is dus meer dan een menslievende of sociale actie.
De liefde van God die het leven geeft aan de wereld is de liefde die ons gegeven is in Jezus, de volmaakte icoon van de hemelse genade. De boodschap van heil kan bondig worden weergegeven in de woorden van de evangelist Johannes; “Hierin toont zich de liefde van God die voor ons, dat Hij zijn enig geboren zoon in de wereld heeft gezonden opdat wij leven mogen vinden in Hem”.
Van elke christelijke gemeenschap wordt gevraagd om God, die Liefde is, kenbaar te maken aan de wereld. Missie is zorg dragen voor elkaar. Wie liefheeft met het hart van Jezus zet niet het eigen belang voorop, maar de liefde en medeogen voor zijn naaste. Daarin ligt het geheim van het missie werk dat grenzen en culturen overschrijdt en uitstrekt naar alle mensen, met respect, eerbied en menselijke waardering.
Wim Coppieters Koningshooikt.
|
|
|
Iemand zei me eens: “een preek moet je voorbereiden met in de ene hand het evangelie en in de andere hand de krant”. Hij bedoelde dat je het evangelie moet plaatsen in de actualiteit van vandaag
Er zitten wel geen roepende blinden langs onze Vlaamse wegen maar er zijn een groeiend aantal mensen die niet meer meekunnen met de welvaartsstroom van onze tijd maar aan de kant geraken of aan de kant gezet worden. Mensen die in onze wereld roepen vanuit een persoonlijke nood of een nood in de gemeenschap en die wensen gehoord te worden. Mensen die het niet meer zien zitten. Ze lijken een beetje op de blinde Bartimeus uit het evangelie. Hij zat langs de weg, aan de rand van de feeststoet die met Jezus optrok naar Jeruzalem. Jericho was de laatste halte. In Jeruzalem zou de ontknoping plaats vinden.
Als we zo dit evangelie tegen de achtergrond van de actualiteit houden dan rijst de vraag: Wat doen wij met al die hulproepers langs de weg van onze welvaartswereld. Een eerste houding kan zijn: doen alsof ze niet bestaan. Zo doen de mensen die met Jezus meetrekken naar Jeruzalem. Ze slaan geen acht op de blinde Bartimeus langs de weg. ’t Is maar een blinde. Hij ziet het toch niet. Het evangelie waarschuwt ons echter voor zulk een houding. Meermaals zegt het evangelie dat de blinden beter zien dan de zienden. “De zienders zijn blind, de blinden zien”. Het lijkt mij erop te wijzen dat deze roepende blinden langs onze Vlaamse wegen, zomaar niet kortzichtige mensen zijn, maar dat zij aandacht vragen voor belangrijke dingen, dingen waaraan wij zomaar niet voorbij mogen gaan.
Een tweede houding kan zijn: hen proberen het zwijgen op te leggen. Hen als rustverstoorders te beschouwen en ervoor te zorgen dat de tocht van de groten der aarde niet gestoord wordt.
Het is wat letterlijk gebeurt in het evangelie. “Velen snauwden hem toe te zwijgen”. Jezus met zijn gevolg is op weg naar Jeruzalem voor ’t paasfeest. Daar gaan ze hun held vieren! Hij mag zeker niet gestoord worden door de armoezaaiers doe overal langs de hoofdwegen van Palestina zitten. Velen snauwden hem toe te zwijgen. Maar hij riep nog veel harder. En wat hij riep is niet onbelangrijk. “De zoon van David” zou geen aardse machthebber zijn, maar een lijdende dienaar. De blinde ziet het, de massa niet. Dat is de tweede houding/ Intimidatie, proberen het zwijgen op te leggen. De houding van Jezus is verrassend anders. Tegen de verwachting van heel het gezelschap in, laat hij zich in met deze roepende blinde. Hij onderbreekt zijn tocht, “roep hem eens hier” zegt Jezus. Hij geeft hem als het ware een privé audiëntie. En hij stelt hem de vraag: “Wat kan ik voor u doen”?
Wat Marcus met dit verhaal vooral wil laten zien is: dat er met Jezus een nieuwe wereldorde begonnen is, een nieuwe politieke cultuur zou men kunnen zeggen. Jezus ziet zijn missie, zijn zending: Niet zo vlug mogelijk aan de macht komen of zoveel mogelijk in de kijker te lopen. Hij is gekomen opdat mensen leven zouden hebben, leven in overvloed. Daarom gaat zijn aandacht naar de mensen langs de weg. Mensen die niet meetellen in de maatschappij of mensen die aan lagere wal geraakt zijn. Wat kan ik voor u doen? Luisteren naar de signalen van de samenleving en erop ingaan. Zo komt er een nieuwe wereld waar de blinde ziet en de bedelaar zijn bedelmantel wegwerpt en mee optrekt naar het nieuwe Jeruzalem, de stad van vrede.
Dit verhaal is ook op ons leven geschreven. Soms zijn we de roepende blinde, die hulp vraagt voor zichzelf of voor anderen. Soms zijn we als het gevolg van Jezus, dat niet wil zien en het zwijgen oplegt. Altijd worden we geroepen te kiezen voor Jezus en zijn houding tot de onze te maken: zien, tijd maken, en vragen: wat kan ik voor u doen? Misschien moeten we beginnen met zoals de blinde te bidden: Heer, maak dat ik zien kan.
|
|
|
3 pijlers: mezelf, de medemens, God.
1. Hou van jezelf "egoïsme"of aanvaarding
Soms hoor je over iemand zeggen; wat wilt ge dat hij van de mensen houdt,
hij houdt niet eens van zichzelf. Hij ziet zelfs zijn eigen niet graag. Er
bestaat een gezonde eigenliefde: het aanvaarden van onszelf. Het in vrede
kunnen leven met jezelf ondanks je gebreken en tekorten. Wie zichzelf kan
aanvaarden, zal ook anderen kunnen aanvaarden met begrip, met geduld.
2. Hou van de mensen: Humanisme of naastenliefde
Ook humanisten zetten zich in voor hun medemens. Dat kan ons alleen maar tot
vreugde stemmen. Maar daarmee is nog niet alles gezegd: medemenselijkheid
vertrekt van de mens. Naastenliefde vertrekt van de liefde en echte liefde
heeft met God te maken. Het gaat om beminnen in de diepte.
3. Hou van God: met gans je wezen
Schijnbaar heeft de moderne mens God niet nodig; waartoe dient nog de band
met God boven mij? Hij lijkt een beetje op de spin uit het verhaal. "Een
spin had hard gewerkt aan haar spinnenweb in de hoek van de kamer. Tussen
twee muren had ze ijverig haar spinnenweb geweven. Nu was haar net klaar en
vanuit het hart van haar spinnenweb keek ze naar haar prachtig spinsel. Toen
merkte ze een lange draad die vertrok recht naar het plafond. Die vond ze
storend: haar net hing immers goed vast aan de zijmuren van de kamer. Ze
klom naar boven en beet de draad door. Maar heel het net stortte in elkaar
en ze verstikte in de chaos van draad. De draad naar boven bleek van
levensbelang te zijn.
|
|
|
Het treft mij dat Jezus vandaag, zoals vaak in het evangelie niet de grote machtige rijke mens tot voorbeeld stelt maar de kleine en zwakke mens. Van hen is volgens Jezus veel te leren.
- Vandaag zijn het twee weduwen. Weduwen waren in Jezus tijd kwetsbare mensen. Door het feit dat ze geen man meer hadden, hadden ze in het openbare leven geen verweer. Ze waren aan de goodwill van anderen overgelaten. Ze hadden geen plaats in het maatschappelijk leven. Hoewel materieel de situatie voor de weduwe op onze dagen wel verbeterd is, toch hoor ik hen vaak vertellen hoeveel moeite het kost om in de gemeenschap hun eigen plaats terug te vinden. Zo vaak voelen ze zichzelf terug geworpen en in gezelschap zo vaak het vijfde wiel aan de wagen.
- Zulke weduwen worden ons vandaag tot voorbeeld gesteld en wel om een bijzondere reden.
Zij geven alle twee van hun armoede, van datgene wat ze zelf nodig hebben, van het levensnoodzakelijke. Heb je het gezien, zegt Jezus, aan zijn leerlingen; de anderen hebben gegeven van hun overvloed; zij heeft gegeven van haar armoede. Ze heeft gegeven van zichzelf. Inderdaad ze openbaart ons dat haar diepste bron van vertrouwen niet in het hebben ligt, niet in de dingen. Haar diepste vertouwen ligt in God, of in het woord van de profeet. Omwille van haar vertrouwen in God, in de profeet offert ze wat ze zelf nodig heeft; maakt ze van het laatste handvol meel dat ze nog heeft een broodje klaar voor de profeet. Zij geeft zichzelf, ze openbaart dat haar diepste vertrouwen in God ligt; Hij die gever is van alles.
De houding van de weduwe steekt schril af tegen de mentaliteit van onze samenleving, daar is het erom te doen zijn toekomst veilig te stellen. Dat is geen wonder in crisistijd. Je wordt er gewoon toe gedwongen je bestaan te verzekeren, voorzorg te nemen, of zeker te spelen. Mensen maken zich zorgen voor de dag van morgen. Dat is normaal. Maar er steekt ook een gevaar in; het gevaar dat men zich daar zozeer door laat opslorpen dat tenslotte je hele bestaan door angst beheerst dreigt te worden. Zien we vaak niet dat hoe meer mensen hebben, hoe minder zij kunnen missen. En het spreekwoord zegt: elke euro heeft zijn gierigheid. Een mens die meent dat hij zijn bestaan zelf moet veiligstellen leeft vaak krampachtig en angstig. Een mens die zijn diepste vertrouwen in God kan stellen vindt hierin een bron van levensrust en blijft de betrekkelijkheid van de dingen ervaren.
- Ik herinner mij hoe een missionaris vertelde over de massa armen in Guatemala: hoe hij niet kon begrijpen dat ze met zo weinig konden leven, maar nog wonderlijker is hoe zij spijts hun armoede altijd nog iets kunnen delen en in hun armoede vaak een levenskunst bewaard hebben waar wij stil bij worden.
- Een Pools meisje kwam op vakantiebezoek in België. Op 14 dagen had ze zoveel gezien en meegemaakt. Toen men haar op het einde vroeg of ze in België zou willen wonen was haar antwoord duidelijk: neen! Toen men haar vroeg: waarom niet? kon ze het niet goed verwoorden maar het had te maken met de jacht van de mensen, het werken en wroeten, veel hebben maar niet kunnen leven. Vanuit haar armoede, maar diepe godsdienstigheid deelde zij iets van zichzelf aan onze rijke wereld die haar 14 dagen verwend had.
- Van je armoede meedelen doen we niet alleen met materiële dingen. Ergens is een kind gestorven. Je bent een vriend van de familie. Je zou er naartoe willen gaan maar wat moet je zeggen: hoe je gedragen. Je voelt je armoede. Wat ga je doen? Ga je er naartoe? Doe het maar want van je armoede meedelen geeft een diepe vreugde.
- Het treft mij dat mensen die zelf veel hebben meegemaakt vaak anderen het best kunnen helpen en troosten. Ik denk dat het is omdat zij aan den lijve de onmacht in het leven hebben ervaren en vanuit deze onmacht het dichts kunnen staan bij mensen die getroffen worden in het leven. Door het delen van hun onmacht, hun armoede kunnen zij anderen weer op weg helpen.
Geloven en godsdienst willen ons onze diepste rijkdom laten aanvoelen om vanuit die rijkdom te leven. Wie die diepste rijkdom heeft ontdekt vindt altijd nog tijd om iets voor anderen te doen: heeft altijd nog iets dat hij met anderen kan delen. In deze levenshouding van zelfvergeten liefde is de Heer ons voorgegaan. Hij heeft zichzelf ontledigd en gegeven ten einde toe. Zo is hij geworden een bron van leven voor alle tijden.
|
|
|
1. De dood vindt de mens op alle plaatsen en alle uren. We worden geconfronteerd met het einde. Het leven is eindig. Op het einde van het kerkelijke jaar spreekt de liturgie over het einde. Opvallend is dat zij op een dubbele wijze spreekt over het einde. Enerzijds als iets onherroepelijks, iets onafwendbaar: aan de andere kant als iets voorlopigs, als een overgang naar iets nieuws. Het einde is niet te vermijden, maar het is niet definitief. Eindig wordt vervolgd in oneindig. Vandaar dat men de dood wel eens voorstelt als een opnieuw geboren worden. Geboren worden sluit je eerste leven af, het leven in de moederschoot en is tegelijk een begin van een nieuw leven. De dood is het afsluiten van het leven op aarde en geboren worden tot het eeuwige leven. De liturgie spreekt over het einde als over iets hoopvols. Ook dat is een blijde boodschap.
2. Dit geloof is stilaan gegroeid in Israël. a. Het boek Daniël is geschreven in een tijd van vervolging. Vele mensen stierven voor Jahweh en hun trouw aan de wet. Rees de vraag: zijn zij verloren? Delen zijn niet in de belofte van Jahweh? Daniël: Zij zullen schitteren b. Ook Jezus spreekt over het einde: het is iets schrikwekkend. Het is alsof alles ineenstort. Toch is er toekomst . Kijk naar de vijgenboom, nieuw leven kondigt zich aan. c. De kerk spreekt haar geloof uit in het eeuwige leven. Kerklied: Eens komt de grote zomer waarin zich ’t hart verblijdt God zal op aarde komen met groene eeuwigheid De hemel en de aarde wordt stralende en puur God zal zich openbaren in heel zijn creatuur.
Dit geloof en deze boodschap klinkt vaak onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig voor de moderne mens. Hij wil alles verstandelijk begrijpen.
1. Daarom is het goed dat wij niet enkel luisteren naar de woorden van de bijbel: ook naar onszelf, naar het diepe gevoel dat in elk mensenhart aanwezig is. De vraag en het verlangen naar toekomst is in het mensenhart onuitwisbaar geschreven. In ieder mens leeft het verlangen naar het betere. Als we gelukkig zijn, willen we dat dit geluk zou voortduren: “mocht het zo blijven”. Als we ongelukkig zijn zien we uit naar beterschap, naar betere tijden, morgen gaat het beter. Bij twijfel: Geluk: vrees dat het niet blijft duren. We zullen maar hout vasthouden Ongelukkig: zal het nog wel beteren? Ook in de gemeenschap en in de ordening ervan leeft een verlangen en streven naar het betere. Marxist: gelooft in een betere maatschappij. Wetenschap: gelooft dat de problemen opgelost worden Volksmensen: na regen komt zonneschijn.
2. Wij moeten de vraag naar de toekomst durven stellen. Een mens is een wezen dat toekomstgericht gemaakt is. Stel je voor: vader zegt ’s middags aan tafel: We stappen om 2u in de auto en zijn weg. Spontaan vragen de kinderen: waar naartoe? Mensen in een vliegtuigkaping betrokken: het ergste is de onzekerheid. Waar gaan we naartoe? Wat staat ons te wachten? Dokters beweren: heel wat psychische problemen komen voort omdat mensen op deze laatste vragen geen antwoord vinden. De mens is het enige wezen dat weet dat hij sterven zal. Hij heeft derhalve de plicht de dood in zijn leven op bewuste wijze tegemoet te zien.
Elly Hillesum: Joodse vrouw, concentratiekamp:
|
|
|
Een legendarische koning Timorty Radilippe, een Britse Dominicaan. Andrea Riccardi, Italiaanse historicus en stichter van de Egidiusgemeenschap. Nicolas Buttet, Zwitser en stichter van de broederschap Eucharistein. Enzo Bianchi, Italiaan en stichter van een oecumenische en gemengde monastieke gemeenschap.
Het waren vier buitenlandse sprekers op Brussel-Allerheiligen 2006. De ene over Verkondiging, de andere over dienstbaarheid, de derde over liturgie en de vierde over gebed. De grote opdrachten van de kerk voor onze tijd en voor elke tijd. Alle vier nodigden zij hun toehoorders uit om alvast vanuit het evangelie cultureel tegendraads te durven zijn. Geen kerk die zich aanpast aan de moderne wereld, maar een kerk die de moderne wereld confronteert met het evangelie.
“Cultureel tegendraads”. Misschien past deze boodschap goed bij het feest van Christus Koning. Hij was ook geen koning naar de normen van zijn tijd. Hij was minstens tegendraads in zijn woorden en nog meer in zijn daden. Voortdurend lag hij dan ook in de clinch met de leiders van zijn tijd. Ja zelfs met zijn dorpsgenoten en familieleden. Ze zegden dat hij gestoord was. Hij was een tegendraadse koning.
Christus Koning is op vele plaatsen nog het feest van het christelijke middenveld. Jeugdbewegingen en volwassenenorganisaties met een K-inspiratie. Zelfs in onze individualistische wereld en met politici die rechtstreeks met de burger willen handelen, wordt het belang van een sociaal middenveld duidelijk. Een gezonde samenleving kan niet zonder een gezond middenveld van verenigingen en organisaties allerhande die de verzuring in de samenleving moeten tegengaan. Ook de kerk is het noodzakelijke middenveld tussen God en de individuele gelovige. Zeker in een wereld waar kerk en geloof zoveel tegenwind krijgen is het van levensbelang dat men contact houdt met elkaar. Het blijvend samenkomen op zondag is tegendraads zijn in een wereld van elk voor zich en is levensnoodzakelijk voor de individuele christen.
Ons land staat bij de koplopers van het aantal zelfdodingen onder de jongeren. Zou het niet een noodkreet zijn van de geestelijke leegte waarin onze wereld verzinkt? Moeder, waarom leven wij? Zou het ook niet het gevolg zijn dat jonge mensen met hun dromen zo botsen op een zelfgenoegzame wereld dat zij eruit stappen. Hun tegendraads aanvoelen is maar vol te houden als het gedragen wordt door een bredere gemeenschap en door een gelovige band met Jezus, de tegendraadse koning, ook voor vandaag.
|
|
|
|