|
|||
![]() |
|
|
Een donkere kerk
Toen je daarstraks de kerk binnenkwam, was het er schemerdonker en in die donkerte heb je je plaats gevonden. Het heeft niets met besparingen te maken. Het wil alleen maar oproepen dat we met het begin van de Advent, meteen het begin van het kerkelijk jaar, vertrekken vanuit de donkerte van het leven. Ook in de natuur zijn de donkere dagen van december aangebroken. De dagen gaan maar eventjes open, en vlug weer toe. Ook in onze wereld leven veel mensen in de donkerte.Welzijnszorg staat stil bij mensen die wonen in een erbarmelijke toestand. Ze leven deze dagen in de donkerte van onze hel verlichte en feestelijke straten. Ook ieder van ons heeft in zijn eigen leven zijn donkere vlekken: onopgeloste problemen of conflicten, zorgen in het gezin of in je persoonlijk leven. Ook de donkere vlekken van het kwaad dat in ieder mens leeft. Met al deze donkerte mogen wij hier vanavond samen zijn en opweg gaan. We gaan opweg naar een licht punt. Boven het altaar brandt het licht uit de hoge. Er komt licht ons tegemoet van Godswege. Het heeft concrete vorm gekregen in Maria Ster der Zee. Maria die het kind draagt op haar arm en als het ware toont aan de wereld. Zij is het beeld van de mens die durft openstaan voor Gods Woord. Zodanig dat het in haar “vlees geworden” is. Het goddelijk licht dat moeder en kind in ons midden brengen moet in de Adventtijd groeien in ons leven Van week tot week; daarom ontstak een kind vandaag het eerste kaarsje en bidden we samen het Weesgegroet: het mooie Adventsgebed. Laten we het ook thuis bidden, vooral met de kinderen. Wellicht is het u ook opgevallen dat de liturgische kleur aangepast is aan deze tijd. Paars is een stille kleur, een kleur die spreekt van innerlijkheid en uitnodigt tot bezonnenheid en soberheid. De Advent noemde men vroeger “de kleine vasten”. Ook de Adventsliederen die we zingen drukken dit ingehouden verlangen uit: vooral de hoop. Deze week was ik op retret in Postel. De predikant had het over de Hoop De Hoop: wij mensen van vandaag zijn sterk gericht op het nu: nu leven, nu genieten en toch heeft de mens ook nood aan een venster op morgen. Op een technofuif lijkt de wereld eventjes perfect. Jonge mensen gaan uit de bol, zoeken de trance in de tecknomuziek. Ze willen het heden uitpersen omdat ze geen of weinig perspectief hebben voor morgen. De hoop is onmisbaar voor een evenwichtig leven. Een bejaarde in het rusthuis zei het op haar manier: mensen die niet kunnen bidden begaan stommiteiten in het leven. De Adventtijd wil de hoop in ons leven levendig houden. We hoorden het in het Adventslied dat we zongen: Advent is dromen dat Jezus zal komen, dromen van vrede voor mensen van heden. Het is geen wegdromen in een onbestaande werkelijkheid, niet leven in het verleden, maar midden in het heden staan als een vrede-vorst zodat er nergens meer verdriet en pijn zal zijn. We zongen het in het lied: God wil komen Niet als een kind en niet in een kribbe maar als een vredevorst hier in ons midden dan is er nergens meer pijn dan zal het altijd Kerstmis zijn. Hoe deze tijd beleven? 1. We moeten wakkere mensen zijn! Onlangs was ik bij een jong gezin. Ze verwachtten hun eerste kindje. In de hoek van de living stond het wiegje klaar. Het is een familiestuk, zei de vrouw. Ik heb er zelf nog ingelegen. We hebben er heel wat werk aan gehad om het aan te kleden en in orde te maken. En in de familie wordt er gebreid voor het klein kind opkomst. De zorgeloosheid waarmee de mensen ten tijde van Noach leefden had als gevolg dat ze verrast werden door de zondvloed. Leef niet oppervlakkig en zorgeloos 2. De tweede houding geeft ons de 1ste lezing Jesaia Laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de Tempel van God: Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot sikkels. De actie Welzijnszorg moet verbonden zijn met een sterkere verbondenheid met God. Uit een onderzoek onder de studenten in Leuven bleek dat studenten die regelmatig naar de kerk gaan zich vaker inzetten voor vrijwilligerswerk en vooral voor vrijwilligerswerk dat offerbereidheid en belangloze inzet vraagt. Laten we zo proberen te wandelen in het licht van de Heer.
|
|
|
Aanhoudend geweld tussen Israël en Palestijnen. Niemand die als een vredevorst boven het geweld staat. Een samenleving die meer en meer uit elkaar valt, terwijl iedereen met een gsm in de hand met iedereen contact kan hebben. Zelfs bij mij thuis in t’ kiekenskot moet de zwakste eraan geloven: zij wordt uit de bak weg gepikt. De grote wereld – de kleine wereld – de wereld van de dieren – overal ambras. Tegenover deze situatie wordt ons vandaag een visioen verkondigd door de profeet Jesaia. 1. Jesaia belooft een leider voor alle volkeren. Hij zal een tijdperk van rechtvaardigheid en vrede inleiden. Hij zal een licht zijn. 2. Ook in de kleine wereld zal alles anders worden. De kleine zal hij recht verschaffen en de geringe een eerlijk proces geven. De uitbuiter zal hij striemen met de gesel van zijn mond en de boosdoener zal zijn straf niet ontlopen. 3. Tot in het dierenrijk zal godsvrede voelbaar zijn. De wolf en het lam huizen samen De panter vleit zich naast een lekker geitje Een kalf en een leeuwenjong verslinden elkaar niet maar eten samen gras. Het tegen natuurlijke wordt mogelijk en het onmogelijke werkelijkheid. Hoe dromerig en onrealistisch dit alles ook lijkt toch is dit Gods droom. Ja Gods belofte. Hij belooft ons zulk een vredevolle wereld. Maar het evangelie wijst ons de weg daar naartoe. Joannes de Doper is onze gids: Hij wil de weg klaar maken. Hij doet twee dingen: hij roept en hij wijst. Vandaag horen wij hem roepen: oproepen tot bekering Van Gods droom komt niets in huis als wij ons niet afkeren van de goddeloze wegen die wij gaan. Stel je leven open voor God en maak plaats voor God in de samenleving. Hou rekening met God in je leven, in je denken en je relaties, in de cultuur en de politiek, in de wetenschap en de economie. Als mensen geen plaats geven aan God, kan Hij ook niet geboren worden en kan Hij niet in onze wereld komen. In Engeland gaan stemmen op om een andere kerstdag voor de geboorte van Christus te kiezen. 25 december is een heidensfeest geworden. Het is compleet verziekt door de economie. De sociale druk om dure cadeaus te kopen en vreten op aarde in plaats van Vrede op aarde. Het veroorzaakt heel wat ellende bij de zwaksten. Zulk een taal klinkt een beetje als de radicale taal van Johannes. Elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen en het kaf zal verbrand worden in onblusbaar vuur. Laten we ons deze zondag een beetje wakker schudden door Johannes en ons afvragen wat zulk een taal voor ons concreet betekent. Daarover spreekt Johannes volgende zondag.
|
|
Met de Europese top in Brussel en alle manifestaties daarrond staat ons land in volle media belangstelling Toch is het meer dan een media gebeuren. Zijn de beelden van de Top niet het beeld van de werkelijke situatie van onze wereld. Aan de ene kant de groten en de machtigen der aarde, verzameld in koninklijke paleizen en aanzittend aan rijk gevulde tafels en buiten op de straat duizenden vooral jongere mensen die opkomen voor een Europa waar niet de economie en het geld alles te zeggen heeft maar een socialer Europa, waar ook de rechten van de zwaksten aan bod komen. Een Europa dat zich niet opsluit in zijn macht en rijkdom maar op wereldvlak een rol wil spelen om de kloof tussen het rijke en arme deel van de wereld te dichten en de nog bredere kloof tussen oorlog en vrede te overbruggen. Globaliseren. Ja maar “anders”zijt Gij de komende of hebben wij een ander te verwachten? Deze vraag van Johannes de Doper aan Jezus is ook de vraag van vele mensen op onze dagen. Wordt hier de toekomst voor de mens gemaakt of moeten we andere wegen gaan! Gaat onze wereld de goede richting in of moet het anders? Opvallend is dat Johannes geen plechtige verklaringen van Jezus te horen krijgt, ook geen teken uit de hemel. Jezus verwijst alleen naar wat er concreet gebeurt op het terrein: Wat ziet ge gebeuren? Wat hoor je verkondigen? Enkele sobere maatschappelijke vaststellingen zijn het “ waarmerk dat de nieuwe tijd begonnen is. “ Blinde zien, lamme lopen, melaatsen worden genezen, doven horen en doden staan op en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd”. Dat is revolutionaire taal. Dat is een totale omkeer van de normale gang van zaken. Het is een wereld die niet vertrekt vanuit de sterksten, de vlugsten, de gezondsten, de rijksten maar die durft vertrekken vanuit de armen, de zieken, de zwaksten. Vandaag op Welzijnszorg worden wij uitgenodigd mee te werken aan deze nieuwe wereld. Gebeurt het Rijk Gods hier in ons midden? Op ons terrein? Onze verenigingen vieren deze dagen hun kerstfeestjes: ziekenzorg brengt zieken bij elkaar. Ons zangkoor gaat in de kliniek in Antwerpen zingen voor de zieken en bejaarden Het is goed dat mensen worden samengebracht, maar we mogen niet vergeten dat het meestal de mensen zijn die nog het best meekunnen die we bereiken. De zwaksten en de kwetsbaarsten bereiken we meestal niet. Onze zorg moet ook naar hen gaan. Ze lopen meestal niet door de hel verlichte kerststraten, maar leven in de donkerte van de zijstraten, van appartementjes en zolderkamers. Daarom Kerstkaart in elk huis. Onlangs werd in Hoogstraten een man begraven. Hij stierf op een huurkamertje, verbleef vroeger in de kolonie, had geen contact meer met de familie. Een buurman en enkele schaarse vrienden hadden voor hem gezorgd De deken vertelde mij: “ Plots wordt je geconfronteerd met de armoede en ellende vlakbij”. En bij den offer zag ik op ’t einde een hele groep mensen naar voren komen die duidelijk kerkvreemd waren, het waren de vrienden van de overledene. Lotgenoten en tochtgenoten. Welzijnszorg nodigt ons uit om de aandacht voor de zwaksten in onze wereld niet te verliezen Ze vraagt vandaag onze solidariteit voor hen: onze KBG bracht op het Kerstfeest 150 euro bij elkaar. Vandaag krijgen wij de kans ook onze bijdrage daaraan toe te voegen. Wij kunnen ook onze steun geven aan de politieke actie van Welzijnszorg door het tekenen van de petitiemuur aan de toontafel na de viering. Het derde kaarsje dat we vandaag ontstoken hebben is dit van de solidariteit. We maken plaats voor God in ons leven door plaats te maken voor de armen in onze wereld.
|
|
|
Als kind gingen wij in Loenhout rond kerstmis naar de winkels kijken in het dorp want in alle uitstalramen kon je het kerstgebeuren bewonderen. Er was zelfs een wedstrijd tussen de handelaars en winkeliers om de mooiste kerstuitbeelding. Wie nu langs de winkelstraten wandelt kan de meest verscheiden kerstversieringen tegenkomen: wie je wellicht niet tegenkomt is het kind in de kribbe. Het is verdrongen door de kerstboom, de welvaartsboom, beladen met licht en pakjes. Ook in de huiskring zie je meer en meer alleen de lichtjes in de boom en de pakjes. Geen kind meer. Het goddelijk geschenk is niet meer vandoen. En als er in de gemeenschap hier en daar toch een mooie kerststal wordt geplaatst dan is hij niet zelden het slachtoffer van vernielzucht of vandalenstreken.. Neen het goddelijk geschenk is niet meer welkom. Er is geen plaats voor hem, toen niet, nu niet. Dit is erg. Want waar het goddelijk kind niet meer welkom is, is er minder en minder plaats voor het kind. Zonder heilig kind, geen veilig kind. 1. In een wereld van berekening zijn kinderen vaak het kind van de rekening. Het begint al in de moederschoot: geen heilige wet, geen veilige wet Ook na de geboorte: Een onthaalmoeder vertelde: Dit kindje is heel veel hier. het heeft hier leren lachen. Echt: het kon niet lachen toen het hier kwam. Nu is het een echt lachertje. Een moeder vertelde: als 20 jaar geleden ouders uit elkaar gingen, vochten ze voor de kinderen. Nu gebeurt het dat ouders scheiden en geen van beiden wil de kinderen. Waar gaan we naartoe! Geen heilig kind, geen veilig kind. Een andere moeder vertelde: de kinderen komen regelmatig thuis van school met verhalen van vriendjes en vriendinnetjes die weg en weer moeten gaan tussen hun papa en mama. En als wij thuis eens onze stem verheffen komen ze angstig af: Mama; jullie gaan toch niet scheiden, Zelfs het kankerpatiëntje Andres dat smeekte om zijn papa nogeens te mogen zien voor hij stierf, kreeg geen gehoor. Je zag wellicht de beelden. Geen heilig kind, geen veilig kind. In een wereld van berekening betaalt het kind vaak de rekening. 2. Gelukkig zijn er ook andere verhalen Zo was ik in een gezin die het voorbije jaar heel wat zorgen hadden. Toen ik zei: het is voor jullie een donker jaar geweest, repliceerde de vrouw: maar er was één lichtpunt: we kregen een kleinkind. Dat heeft al dikwijls licht gebracht in de donkere dagen. En ik ontving dezer dagen een dankbriefje voor de mooie viering bij het huwelijk van hun dochter. Het geluk van de kinderen heeft al gevolgen: ze verwachten een tweeling. Beide families kijken blij uit naar de kindjes. Op een avond ging ik mee-eten in “’t Home” en we zaten rond de tafel, groot en klein. De kleinste Ryan, 5 jaar ging slapen maar eerst ging hij naar het stalleke; nam het kribje met het kindje eruit en ging ermee de tafel rond: iedereen moest het kindje goede nacht zoenen. Dan zette hij het terug in het stalleke en ging rustig slapen. Als iedereen het kindje gezoend heeft, is men verzoend en kan men vredig slapen gaan: Heilig kind, veilig kind. Goede vrienden, Het heilig kind is niet zomaar iets bijkomstig. Het is het hart van het kerstgebeuren. Het is het hart van het christendom. Het is het hart van een nieuwe wereld. Dit wil het kerstverhaal ons juist zeggen: Onze God is geen God veraf, hoog in de hemel Onze God is ons rakelings nabij “Geen ander teken ons gegeven geen licht in onze duisternis dan deze mens om mee te leven een God die onze broeder is”. Dit kind is het hart van het heelal. Het hart van een menselijk gezin: uit Gods kracht en mensenliefde geboren Het hart van de mensheid: daarom komen onze herders en rijke koningen het begroeten; ze knielen en geven hun gaven Het hart van de dierenwereld; de lastdieren en trekdieren,, de os en de ezel Het is het hart van het heelal, hemelse wezens zingen het lof en een ster blijft ervoor stille staan. Wie vanavond met dit kind op weg durft gaan, zal langs andere wegen huiswaarts keren Wij wensen elkaar deze dagen van alles toe: gezondheid, geluk, vrede, vreugde, vriendschap en zoveel meer. Ik wens je toe: meer geloof in dit kind en in zijn boodschap want dan zullen al deze gaven je gegeven worden.
|
|
|
|
Heilige familie anders bekeken
Op de lagere school moesten de kinderen een tekening maken van de vlucht naar Egypte. Een meisje tekende een vliegtuig: daarin zag je Jozef aan het stuur, achter hem Maria, daarachter de kleine Jezus. Maar waarom een vliegtuig vroeg de juffrouw? ’t Is toch een vlucht antwoordde het meisje. Kinderen hebben inderdaad de laatste weken veel horen praten over vliegtuigen en vluchten van Sabena. Het plaatste dus het bijbels verhaal in de kinderlijke voorstellingswereld waarin het leefde. Wanneer de evangelisten over de kindsheid van Jezus schrijven dan doen zij dat ook vanuit de culturele wereld waarin zij opgegroeid zijn en leven. Zo hebben we twee bijbelverhalen over Jezus geboorte en kindertijd. Het ene is geschreven door Mattheus , het andere door de evangelist Lucas. In het verhaal van Mattheus staat de figuur van Jozef centraal. Mattheus begint met de stamboom te geven Jezus en die eindigt niet bij Maria maar bij Jozef. Jacob was de vader van Jozef. Jozef is de stamvader die ervoor zorgt dat Jezus tot het geslacht van David hoort. Bij Mattheus is het Jozef die in de problemen zit als hij verneemt dat zijn verloofde zwanger is. Een engel verscheen aan Jozef en Jozef gedraagt zich als een rechtschapen man en stuurt Maria niet de deur uit. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid. Ook vandaag met de vlucht naar Egypte is het weer aan Jozef dat de engel verschijnt en later als de kindermoordenaar Herodes gestorven is verschijnt opnieuw een engel aan Jozef om zich te vestigen in Nazareth. In het verhaal van Mattheus staat de figuur van Jozef centraal. Hij leidt het gebeuren, zoals het kind de papa aan het stuur van het vliegtuig plaatste. De man heeft de leiding. In het evangelie van Lucas is dat anders: daar is Maria, de vrouw de centrale figuur. De engel Gabriel verschijnt aan Maria met de boodschap: Maria zal niet zonder aarzelen de rol aanvaarden die de engel openbaart: Zie de dienstmaagd des Heren mij geschiedde naar uw woord. Zij nam haar verantwoordelijkheid. Op haar eentje besluit Maria dan op reis te gaan naar haar nicht Elisabeth. En in het geboorte verhaal lijkt Jozef wel afwezig: alle aandacht gaat naar Moeder en kind. Van Maria wordt gezegd: zij bewaarde alles in haar hart. Ook bij de opdracht in de Tempel richt de oude Simeon zich tot Maria. Een zwaard van droefheid zal uw hart doorboren. En toen de kleine Jezus teruggevonden werd in de tempel was het Maria die hem naar zijn voeten gaf: Kind, waarom hebt ge ons dit aangedaan! Weer Maria. Jozef staat op de tweede rij. Maria zit aan’t stuur, zouden we kunnen zeggen. Vanwaar dit verschil? Mattheus schrijft zijn verhaal voor Joden, voor mensen die uit het jodendom komen. Hij schets het verhaal in de joodse cultuur en dat was een mannen cultuur, een mannen maatschappij. Vrouwen hadden niet veel te zeggen. Ze waren moeders aan de haard. De man, hier Jozef, heeft het roer in handen. Lucas daarentegen schrijft zijn verhaal voor Grieken, heidenen die zich bekeren. Zij hebben een cultuur waar heel anders naar de vrouw gekeken wordt. Zij kennen niet het mannenpatroon van het jodendom. Daarom is het begrijpelijk dat in zijn verhaal de vrouw een veel grotere rol speelt. In de westerse wereld en in de kerk werd dat patroon van de man die domineert overgenomen van het jodendom. En zo bleef het eeuwen door tot in de moderne tijd. In begin vorige eeuw kwamen in en rond de grote steden grote verandering in het relatiepatroon. Vrouwen gingen buitenhuis werken. Vakbonden werden opgericht, politieke partijen kwamen op voor het stemrecht van de vrouw. De vrouw was niet langer moeder aan de haard. Ze ging studeren, niet enkel snit en naad, maar humaniora, zelfs universiteit. Dit was een revolutie. In het jaar 21, dus 80 jaar geleden, stelde Rome het feest van de H.Familie in. Het was een poging om die moderne ontwikkeling tegen te gaan. Het moest blijven zoals het heilig huisgezin was geweest. Kind en moeder onderdanig aan de Vader. De man aan het stuur, de vrouw bezig met de 3 K: keuken, kinderen en kerk. Maar de kerk heeft de ontwikkelingen niet kunnen tegen houden. Vrouwen werden bewust van hun eigen inbreng en mogelijkheden. Ze hadden diploma’s, bekleedden belangrijke taken in de economie, in de politiek, tot zelfs in het leger. Dit moest een weerslag hebben op het gezinspatroon; man en vrouw worden gelijkwaardige partners. De vrouw heeft haar eigen wagen, haar eigen bankrekening, haar eigen gsm. ’t Beeld van moeder aan de haard is voorbij. Voor de mannen betekent dit ook dat zij niet meer man kunnen zijn zoals hun vader of grootvader. Ze moeten zich bewust worden van de beperkingen en de gevaren van de vroegere dominantie. In de “Raak” van KWB lees ik regelmatig artikels over: samen sterk in huishoudelijk werk. De KWB deelde dit jaar : een nieuwe man trofee uit. Oudere mensen zeggen weleens: alle miserie is begonnen met het buitenhuis gaan werken van de vrouwen. Ik denk dat dit niet helemaal juist is. Natuurlijk heeft die geweldige verandering in het relatiepatroon grote gevolgen gehad. Toch denkt geen enkele ouder er aan zoals in Afganistan zijn dochters niet te laten studeren.Misschien moeten we in deze evolutie het werk durven zien van de H.Geest. Hij veroorzaakt wel meer schokkende dingen. Misschien breekt nu in deze tijd de visie van Lucas door waar de vrouw Maria de hoofdrol speelt en gaat het Mattheus beeld, met Jozef in de hoofdrol wat moeten inleveren. Dat ook de kerk met deze nieuwe trend heel wat moeite heeft, horen we regelmatig. Laten we bidden voor de gezinnen en ook voor het grote gezin van de kerk.
|
|
|
Even een grapje: Wist je waarom de 3 koningen niet getrouwd waren? Dat waren wijzen! Een Nederlander zei:”Weet je waarom er geen Vlamingen bij waren”? Die hebben geen wijzen! De Vlaming antwoordde: “Weet je waarom er geen Nederlanders bij waren”? Die hebben niets bij! Ik zie het: de frank valt. Een grapje wordt maar mooi als bij de toehoorders de frank valt. Soms moeten we even nadenken alvorens…. Bij sommige mensen valt hij nooit. Bijbelverhalen: zijn niet zomaar verhalen. Het zijn verhalen die onze frank willen laten vallen. We hebben ze maar verstaan als de frank valt. Geen geldstuk maar de “zin” van het verhaal. Weet je welke frank er bij mij valt als ik het verhaal van Driekoningen lees? Ik vind dat er een mooie nieuwjaarswens in steekt…. en daarom zou ik mijn nieuwjaarswens willen verpakken in het mooie verhaal van de Drie Koningen. 1. Ik wens je dat we in 2005 aandacht zouden hebben voor de hoopvolle tekens en lichtpunten in het leven. De wijzen hebben de ster gezien. Midden het duister van de nacht hebben zij een lichtpunt opgemerkt. Onze eerste wens staat in die ster geschreven. Kijk naar de sterren aan de hemel, maar ook naar de lichtsterren in het leven en niet enkel naar tv. sterren Dat zijn maar vuurpijlen. Bestaat het gevaar niet dat wij als onheilsprofeten overal het sombere, het onzekere, en het verkeerde zien? Hoe rap worden we zwartkijkers. Doemdenkers. Er zijn nog zoveel goede mensen, maar we moeten ze leren zien. Denk maar aan de mensen die zich inzetten in organisaties, gebuurten en werkgroepen. Jongeren in de jeugdbewegingen, acties voor kinderen in de vieringen. Wij denken aan de huismoeders die heel eenvoudig dag na dag groot zijn in het vervullen van hun dagelijkse taak, vaak verbonden met buitenhuiswerk. In deze tijd dat huwelijken mislukken zijn er ook heel wat gezinnen waar men echt probeert samen te leven en bewust te werken aan een dieper geluk. Gescheiden mensen die proberen echte co-ouders te zijn voor de kinderen. Ze zijn als de ster der wijzen, teken van hoop, tot ons gezonden en aan ons gegeven. Laten we proberen de ster van de hoop te blijven zien. 2. Onze tweede wens van dit verhaal: Samen op weg. De wijzen gingen samen op weg. Dat wij zoals de wijzen samen op weg gaan. Wijs, niet eigen wijs. Eigen wijzen zeggen: ik heb niemand nodig. De legende vertelt dat er een vierde wijze was: een eigenwijze. Een man rijk aan talenten, vol initiatief en bruisend van dynamisme. Hij wachtte niet op de anderen. Hij vloog weg. Hij gunde zich onderweg geen tijd om te eten, geen tijd om te rusten, geen tijd om eens met anderen te praten over de richting van de tocht. Hij rende altijd maar voort: helemaal alleen. Hij rende Bethlehem voorbij, zegt de legende. Hij heeft het kind nooit gevonden. Hij rent nog altijd…… in jou? De drie andere wel: ze deden het samen. Mochten wij in 2005 elkaar vinden om samen te zoeken en te plannen om elkaar te ondersteunen, ons aan elkaar op te trekken om het amen vol te houden onderweg. 3. Er zit nog een derde frank in dit verhaal: het is mijn derde wens. “Neem de bijbel als wegwijzer”. De drie wijzen met al hun goede wil, met al hun aandacht voor de lichtende ster; ze raken het spoor kwijt; ze verliezen de ster uit het oog. Gelukkig dat er Jeruzalem was. Gelukkig dat daar de hogepriester en schriftgeleerden woonden. Vooraanstaanden met al hun fouten en gebreken, naijver en kortzichtigheid (zoals vandaag); want bij hen vinden ze de schat van de bijbel. Zo worden ze weer op weg gezet naar Bethlehem, de stad van het heil. Goede vrienden, mensen raken ook nu het spoor kwijt. Ze zien het niet meer zitten. Gelukkig dat er een kerk is, waar we wekelijks mogen samenkomen. Daar wordt de bijbel weer open geslagen. Vanuit het Woord en het Brood van de Heer worden we weer op de goede weg gezet.O K. We weten het allemaal. Die vieringen zijn niet altijd ideaal en de mensen vooraan hebben ook hun fouten en gebreken. En toch zijn onze samenkomsten als het Jeruzalem voor de wijzen uit het oosten: Wegwijzers naar de Heer. Voor elkeen is onze wens dat we elkaar wekelijks mogen terug vinden rond de bijbel. Alleen zo kan ook dit jaar een echte ontmoeting groeien met God. Zal er een nieuwe bezieling groeien in ons. Zullen we zoals de Wijzen weer durven andere wegen gaan in het leven. Dan wordt het dit jaar een: een jaar des Heren, Openbaring des Heren. Zalig Nieuwjaar!
|
|
|
Deze week werden de kerststallen afgebroken, de beeldjes opgeborgen en vanavond de kerstbomen verbrand. Hiermee wordt de idyllische tijd van Kerstmis en het nieuwe jaar afgesloten. Voor vele mensen is het hiermee gedaan tot volgend jaar. In de liturgie is dat helemaal niet zo; met het doopsel van Jezus dat we vandaag vieren begint Jezus zijn openbaar leven. Hij treedt naar buiten uit de verborgenheid van Nazareth. In onze kerk hebben wij in de zijbeuk een mooi glasraam over het doopsel van Jezus: Jezus staande in de Jordaan wordt door Johannes gedoopt en Gods geest daalt over hem neer als een duif. Het evangelie van Mattheus leert ons twee dingen over Jezus. 1. Jezus staat aan de kant van de mens: vooral van de verdrukte mensen die toen leefden in het gebied van Galilea. Hij sluit zich aan bij de vernieuwingsbeweging van Johannes. Hij zal optreden zoals Jesaia voorspelde: Het geknaakte riet zal hij niet breken De kwijnende vlaspit niet doven In waarheid zal hij gerechtigheid laten stralen. 2. Jezus staat ook aan de kant van God. Dit getuigt de stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in hem stel ik mijn welbehagen”. Hij is een man naar Gods hart. Tot die opdracht wordt Hij gedoopt, door Johannes met water, door God met het vuur van de geest. Het doopsel van Jezus is een heel persoonlijk gebeuren, maar tegelijk een binnentreden in een gemeenschap, een groep die volgens een nieuwe levensstijl willen leven: verbonden met elkaar en verbonden met God. Het voorbije jaar werden een 22 tal kinderen gedoopt in onze kerk. Voor elk van deze kinderen en hun ouders was dit een persoonlijk gebeuren en tegelijk een gemeenschapsgebeuren. Als ouders een kind laten dopen dan betekent dit eigenlijk: - Dat zij dit kind willen leren een solidaire mens te zijn: geen egoist, geen individualist, maar een mens die verbonden wil zijn met anderen en die het beste van zichzelf wil delen met anderen. - Dat zij hun kind ook willen spreken over God en hopen dat hun kind ook een mens naar Gods hart zal worden. Het doopsel is dus veel meer dan een dankfeestje voor de geboorte, of een familiefeest voor het nieuwe lid. Het kindje wordt nog veel meer opgenomen in een andere familie, in Gods familie en in een christelijke familie, de kerk. Met deze nieuwe gemeenschap wil het in de wereld van morgen de nieuwe en vernieuwende stroming van Johannes, van Jezus en van zovele andere christenen verder zetten. En hoe zit het met ons doopsel ?: gedoopt zijn in Jezus betekent kiezen voor solidariteit. Doen gedoopten meer aan solidariteit dan niet gedoopten. Zijn ze verdraagzamer voor vreemdelingen. Hebben ze meer aandacht voor zieken, alleenstaanden? Hebben zij meer zorg voor het leefmilieu en de natuur, maar ook in de omgang met elkaar? Roddelen bv. is ook het leefmilieu verpesten. In dit alles zouden gedoopten het voortouw moeten nemen: want gedoopt zijn betekent kiezen voor solidariteit. Gedoopt zijn betekent ook leven naar Gods welbehagen. Voor vele gedoopten telt God niet in het leven. Ze leven alsof God niet bestaat. Er is geen tijd voor gebed; geen tijd voor zondagsviering. Ze leven als heidenen. Pastoor in 3de leerjaar op bezoek: over de zondag: Wat doen de mensen op zondag? De kinderen antwoordden: Naar de voetbal gaan kijken, op familiebezoek gaan, met de auto rijden…… en wat nog in insisteerde de pastoor? “Dan gaan de oude mensen naar de kerk” zei een kind. We leven in een tijd van vervlakking, in een maatschappij die alles neutraal wil maken: leven als iedereen, in een wereld waar alles kan, alles mag. Een samenleving waar iedereen hetzelfde is. Eigenheid moet verdwijnen. Sommige politici noemen dat netvervaging, ontzuiling. “Eenheidsworst voor onze kinderen”. Neem de zuilen weg uit dit gebouw en ge krijgt het dak op uw hoofd. Alles grijs. Stel je voor dat wij allemaal in het grijs gekleed gingen. Het zou een begrafenissfeer zijn. Christenen zijn geroepen kleur te geven aan de samenleving en kwaliteit aan het leven. Dat vraagt in deze tijd soms tegen de stroom in varen van de mensen. Kardinaal Danneels zei ooit: “Christenen zijn geen goudvissen: die drijven mee met de stroom. Ze moeten zijn als forellen die tegen de stroming in zwemmen. Dat maakt hen sterk en gezond….. en smaakvol voor het leven”.
|
|
|
Aan een Chinese wijze werd de vraag gesteld: “Wat zou jij doen als je alle macht in handen zou hebben in je land?” De wijze antwoordde: “Aan de woorden de betekenis terug geven die ze oorspronkelijk hadden”. De wijze wilde zeggen: een vernieuwing of hervorming kan vaak alleen slagen als de mensen de juiste betekenis van de woorden begrijpen. Vele misverstanden tussen mensen ontstaan omdat men elkaars woorden niet verstaat of anders begrijpt. Ook in ons geloven is dat zo. In het evangelie lezen we de uitdrukking: “Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt”. Lam Gods St.Jan de Doper met een Lam afgebeeld. Processie: Jezus en St.Janneke met een lammeke. In de mis: 3 maal Lam Gods gezongen, voor de communie: Zie het Lam Gods. In die tijd zag Johannes Jezus naar zich toekomen en zei: “Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt”. We willen even stilstaan bij de rijkdom van dit woord. Het woord “ Lam” komt in de bijbel meermaals voor. 1. Het Paaslam: Bij de uittocht uit Egypte slachtten de joden een lam en bestreken de deurposten met het bloed. In de huizen van de Egyptenaren werden alle eerstgeborenen met de dood getroffen. Aan de deur van de Israëlieten ging het onheil voorbij. Het bloed van het Lam had hen gespaard. Zo, zegt Johannes, zullen wij gered worden van de eeuwige dood door het bloed van Jezus. 2. Het Lam van de verzoening. Elk jaar werd er bij het Joodse volk een grote verzoeningsdag gehouden. Bij dat feest werd er een schaap, symbolisch met alle zonden van de wereld beladen, de woestijn ingestuurd. Het was letterlijk het zwart schaap dat alles te verduren kreeg. Jezus is het zwart schaap van de mensheid. Hij is het vrijwillig. 3. Het lied van de lijdende dienaar: Jesaia. Daarin lezen we: “Gedwee als een Lam dat naar de slachtbank wordt geleid….. heeft hij zijn mond niet geopend”. Dat was voor Jesaia het beeld van de Messias: Jezus die weerloos de dood voor anderen heeft willen ondergaan. 4.Vandaag: Johannes de Doper: zie het Lam Gods. Zie op naar Jezus en besef Hij heeft ons bevrijd Hij heeft ons zondig bestaan op zich genomen Hij heeft vrijwillig zijn leven gegeven. Hij is het verheerlijkte Lam voor Gods troon. 5. Dit laatste beeld vinden wij in het boek van de openbaring. We vinden het prachtig uitgebeeld in het glasraam boven het orgel in de kerk van Hoogstraten. Het Lam geslacht, maar staande als een overwinnaar op het boek met de zeven zegels. Het zegevaandel tussen de poten. Het Lam dat gehuldigd wordt door de mensen, Adam en Eva, en de engelen. Hij is de overwinnaar van het kwaad. In het beeld van het Lam vinden we dus een zeer rijke traditie van ons geloof terug. Hij heeft het onrecht niet overwonnen met macht en geweld. Hij heeft het overwonnen in geduld en verdraagzaamheid. In elke eucharistieviering nodigt de priester voor de communie ons uit: Zie het Lam Gods: als een oproep: sluit u aan bij Hem, communiceer in die gezindheid die was in Hem. Probeer te doen wat hij ons heeft voorgedaan. Probeer te leven in zijn geest. Probeer op uw beurt het leed van de mensen mee te dragen Probeer op uw beurt de zonde uit de wereld te dragen.
|
|
|
Er waren eens drie blinden. Ze ontmoetten een olifant en begonnen hem te betasten. De eerste betastte de slurf en zei:” Een olifant lijkt op een slang”. De tweede voelde de poten en zei: “Welnee, volgens mij lijkt een olifant helemaal niet op en slang. Hij lijkt veel meer op de zuilen van de tempel. Maar de derde betastte de oren en zei:” Jullie zijn allebei mis, een olifant is als het grote blad van een woekerplant in het bos”. Ze begonnen ruzie te maken, ieder beweerde dat hij gelijk had. Toen ze elkaar te lijf wilden gaan gingen plots hun ogen open. Daar stond de olifant. Ze werden beschaamd, bogen het hoofd, want elkeen zag zijn klein stukje gelijk, en zijn groot stuk ongelijk. Goede vrienden, zou het zo ook niet vaak onder mensen zijn? We zien een stukje van de waarheid en menen heel de waarheid te zien en we gaan mekaar te lijf, we maken ruzie, soms jaren lang omdat we gelijk hebben of menen te hebben. Vaak zijn mensen als de drie blinden uit het verhaal: ze beseffen niet dat ze slechts een stukje van de waarheid zien. Zo is het vele eeuwen geweest tussen de christenen van de verschillende kerken. Ze beweerden allen de volle waarheid te hebben en gingen elkaar in naam van de waarheid in woord en daad te lijf. In onze eeuw en vooral de laatste jaren is hierin verandering gekomen. Er is een beweging ontstaan die op zoek is naar eenheid: oecumenische beweging genoemd. De verschillende kerken zijn heel wat bescheidener geworden waar het gaat over de waarheid of de ware kerk. Men ziet de waarheid als een dynamische werkelijkheid, als een nooit voltooide opgave. Men kan de waarheid zomaar niet in pacht hebben. Zelfs niet met een Universele Catechismus. Zij is geen monopolie van een bepaalde kerkgemeenschap, ook niet van de R.K. kerk. Ook wij zijn nog niet de volmaakte kerk, Gods bruid zonder vlek of rimpel. De ware kerk is de kerk zoals Christus ze gewild heeft. Tot deze kerk moeten wij ons allen bekeren vooral in gebed en evangelisch leven. Hieruit volgt dat wij het werk van de oecumene niet moeten zien als het sluiten van een compromis, noch als een terugkeer tot de R.K. kerk; verscheidenheid is rijkdom ook in het christendom, maar wel als de vrucht van een innerlijke en uiterlijke bekering van alle christenen tot de waarheid die Christus is. Zo is het ook vaak in onsdagelijks leven. Als er in een familie onenigheid ontstaat dan is het vaak zo dat men in ’t begin denkt: ik heb gelijk, de andere heeft ongelijk. Na een zekere tijd en bezinning begint men in te zien dat ikzelf ook wel een beetje ongelijk heb en de ander een beetje gelijk. Als mensen op dat moment de bescheidenheid opbrengen om in te zien dat zij door hun ruzie een veel grotere waarde van familie-eenheid aan ’t verspelen zijn, dan zijn zij op weg op te groeien naar een diepere eenheid. Een houding van bescheidenheid is een spoor dat leidt tot eenheid. De veiligste weg om tot de christelijke eenheid te groeien is de weg van de bijbel. De H.Schrift, zowel het OT. als het NT is geheel geïnspireerd door de gedachte van eenheid. Het hoofdthema van het boek der boeken is immers de verzoening tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling. En wat is verzoenen anders dan bijeenbrengen van wie uit elkaar zijn gegroeid. Zo naar elkaar toegroeien dat ze elkaar zoenen. Daarom noemt men de bijbel met recht het boek van de eenheid. Daarom lezen wij uit de schrift. Ook vandaag. In de kerk van Corinthe heerste grote verdeeldheid en allerhande kliekjes binnen de christenen. De ene was voor Paulus, de andere koos voor Petrus, een derde volgde Apollos. Wij zouden zeggen: de enen conservatief, de anderen progressief of links of rechts. Dat is niet de kerk van Christus, zegt Paulus. Is Christus dan in stukken verdeeld? Wij zijn allen van Christus. Hij is het fundament. Op Hem moeten wij de gemeenschap uitbouwen. Hoe dichter wij bij Christus staan, hoe dichter wij bij elkaar staan. De eerste lezing en het evangelie hebben een heel andere boodschap. De profeet Jesaja voorspelt dat Gods licht niet zal opgaan in Jeruzalem, het bolwerk van godsdienstigheid; maar in het door Juda verfoeide Noordrijk. Daar waar Joden en Heidenen onder en door elkaar leven. Dat duister volkske, dat land dat in de schaduw leeft, zal drager zijn van Gods licht en Gods heil. En Mattheus onderlijnt in het evangelie dat Jezus precies zijn optreden niet begint in Juda, in Jeruzalem, maar in Naftali en Zebulon: het Galilea van de heidenen. Daar rekruteert Hij zijn eerste volgelingen, daar komen de mensen in grote getale naar hem toe. Jeruzalem moet het einde zijn: het zal ook zijn einde worden. Beste vrienden, zou Jezus ook nu niet zo te werk gaan als het gaat over de eenheid. Dat Hij ook nu verkiest niet te vertrekken met zijn werk in Rome, het bolwerk van godsdienstigheid, maar dat Hij er de voorkeur aan geeft te vertrekken aan de basis, in Naftali en Zebulon, ongekende plaatsen in onze wereld. Daar waar christenen en niet-christenen, gelovigen en ongelovigen samen wonen en door elkaar leven. Zou Hij niet vooral daar zijn boodschap van verzoening willen laten klinken. Laten wij dan het grote werk van de dialoog niet overlaten aan Romeinse kommissies maar zelf de hand aan de ploeg slaan om op de plaats waar wij staan de aarde om te woelen zodat ze de vruchten kan dragen van eenheid, vrede en gerechtigheid.. Amen.
|
|
|
Het is weer Auto – Salon. Je kan het overal zien en lezen. Koop nu aan salon voorwaarden. De wegen naar de Heizel zullen weer vol stromen. Het status symbool van dit jaar is “de Terreinwagen”. Dat is de nieuwe god van deze tijd. Daarvoor stromen duizenden mensen samen in de zalen van de Heizel. De kerk is vervangen door het Autosalon. Daar worden ze aanbeden. De goden van de weg. Er heerst een paradijselijke toestand: alles mooi versierd. Het glimt allemaal. Mooie tapijten en vloeren. Mooie vrouwen, op de wagen, in de wagen, langs de wagen.
Het autosalon doet aan sociale verheffing: Je kan laten zien dat je iets
waart bent. Dat je geen gewone jongen bent. Dat je het zelf goed hebt en je
iets duur kan kopen. Bovendien, we doen er een goed werk mee. Hoe meer
auto’s, hoe beter voor de schatkist. Temidden van al die glitter en glamour staat een bijzonder standje: een soort spreekgestoelte, wat verheven, zodat iedereen de spreker kan zien. Hij heeft een korte boodschap: slechts acht lijntjes. Hij herhaalt ze altijd opnieuw: enkele helpers delen pamfletjes uit met diezelfde acht lijntjes. Na een tijdje ken je ze van buiten want ze beginnen allemaal met hetzelfde woord: Zalig zij die… De spreker is ook een V.I.P. en hij heeft het over de VIP in gods ogen. De meeste mensen lopen aan het standje voorbij. Sommigen nemen achteloos een briefje aan dat hun wordt toegestoken. Enkelen lijken toch geïnteresseerd en blijven staan. Ja, lijken wel geboeid door het verhaal van de spreker. Een wat opvallend allegaartje is het. Een meisje in verwachting voor ze trouwt. Spoedbestelling. Herders op wie wordt neergekeken. Vissers die aan lager wal geraken. Tollenaars die collaboreerden. Weduwen, blinden, bezetenen, een prostitué. Ook Hij heeft het over een droom: niet voor enkele uitverkorenen maar voor alle mensen, zelfs voor de rijken van het auto salon. Mattheus die de boodschap van Jezus in zijn tijd wil hertalen houdt rekening met de nieuwe situatie. Hij leeft in een tijd van armen en rijken. Er waren ook rijke mensen die zich kwamen aanmelden als christen. Ze hadden geen honger en waren niet arm. Ook voor hen is er een plaats bij de vips van God. Vooral de gezindheid, de innerlijke gesteltenis is van belang. Vandaar dat Mattheus spreekt over de armen van geest; de zuiveren van hart. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Morele kwaliteiten. Hij legt de nadruk op het onontbeerlijk menselijk antwoord. De mens moet er wat voor doen. Van Godsdroom komt niets in huis als wij niet op een andere manier durven denken en doen. Wie in deze tijd durft kiezen voor deze levensstijl krijgt applaus van Godswege. Zoals toen zullen het ook vandaag vaak heel gewone mensen zijn die durven ingaan op die uitnodiging. Zo was het ook in Paulus tijd. Hij schrijft het in zijn brief aan de christenen van Corinthe. “Naar menselijke maatstaf waren er niet veel geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen. Wat niets is om teniet te doen wat iets is opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf. Mag ik dan niet naar ’t autosalon? Mag ik dan geen nieuwe auto kopen? Natuurlijk wel, maar verlies je ziel niet in het salon en verkoop je hart niet aan een auto.
|
|
|
|
|
Wie rondkijkt op zondag in onze kerken komt tot het besef dat we stilaan een minderheid geworden zijn: men spreekt dan tegenwoordig over “minderheidskerk” in een wereld die meer en meer onverschillig en onchristelijk is geworden. Dat wij als christenen “een minderheid” geworden zijn is geen comfortabele positie. Maar het hoeft helemaal niet het einde te zijn van de kerk. Jezus heeft zijn volgelingen nooit een comfortabele positie beloofd en nooit gezegd dat ze met velen zouden zijn. Integendeel: hij lijkt ons vandaag te zeggen dat we klein zijn, maar toch voor velen veel betekenen. Jezus gebruikt hiervoor vandaag drie beelden in het evangelie. Jullie zijn het zout der aarde, het licht van de wereld, de stad op de berg. Deze drie beelden die Jezus gebruikt, hoe verschillend ze ook zijn van elkaar hebben één zaak gemeenschappelijk: ze werken voor anderen door er eenvoudig te zijn. Ze bestaan voor anderen, niet voor zichzelf. Zout gebruikt men om de oven harder te doen branden. Er de fut in te houden. Zo moeten ook de leerlingen zijn: mensen die er de fut in houden: mensen die er gloed insteken, mensen die er het heilig vuur inhouden. Zout geeft smaak en behoed voor het bederf. Zo moeten christenen zijn in de wereld. Ze moeten de smaakgevers zijn in de maatschappij. Ze moeten er voor zorgen dat onze gemeenschap niet ten onder gaat aan oppervlakkigheid en waardeloze dingen. Zout gaat helemaal op in iets anders. Het zout in het zeewater ziet men niet, maar toch geeft het er smaak aan. Zo zijn ook de leerlingen van de Heer. Ze gaan ogenschijnlijk op in de wereld, in de alledaagse bezigheden. Maar vanuit het evangelie krijgt alles een diepere achtergrond en een andere toekomst. Christenen zijn geen mensen die andere dingen doen, maar die de dingen anders doen. Met de voeten op de grond, het hoofd in de lucht. Zodat ze verder kijken dan hun neus lang is. Stad op de berg. In het bergachtige Palestina waren de steden gebouwd tegen de flank van de berg. Witgekalkte muren. Je zag ze van ver. Ze waren een oriëntatiepunt zoals de St.Katharinatoren. Ze waren wegwijzers op de weg naar hun doel. Zo moeten de leerlingen van Jezus zijn, wegwijzers voor de wereld. Door onze manier van leven en denken zouden de mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. Gij zijt het licht van de wereld: een licht schijnt vanzelf: daar hoef je niets bij te doen; een licht dat niet schijnt bestaat niet. Uw licht moet schijnen voor het oog van de mensen, zodat zij uw goede werken zien en uw vader verheerlijken die in de hemel is. In de eerste lezing uit Jesaia wordt ons gezegd wat die goede werken zijn: -Deel uw brood met de hongerigen -Neem de dakloze zwervers op in uw huis -Kleed de naakten die ge ziet -Keer u niet af van uw medemens Dan zal uw licht stralen als de dageraad. Dan zal uw gerechtigheid voor u uitgaan. Dan zal de glorie van de Heer u op de voet volgen. Dan wordt uw nacht als een middag. Een christen heeft dus zijn talenten niet ontvangen om zichzelf te amuseren, maar anderen te dienen. Het behoort tot het wezen van de christen te werken als zout, te schijnen als licht. Dit heeft niets te maken met pretentie of aandacht zoeken. Want het licht dat wij uitstralen komt niet van onszelf. het is het licht van Jezus zelf dat in ons werkt. Wij leggen getuigenis af van dat licht. Deze woorden van Jezus zijn niet enkel tot ons gericht als persoon maar ook tot ons als gemeenschap: onze parochie. Ook als parochie: Zout der aarde Licht der wereld zijn Stad op de berg Het samenkomen op zondag voor de eucharistie is getuigenis geven van ons gelovig zijn. Maar er is meer. Hier gebeurt iets groots: De Heer maakt ons tot kerk, tot zijn levende gestalte. Zoals brood en wijn, geconsacreerd worden tot teken van de levende Heer, zo worden wij als gemeenschap omgevormd innerlijk geconsacreerd tot de gemeenschap van de Heer. Terecht zouden wij na elke eucharistie mogen zingen: Dat het licht in ons mag blijven branden. Maar christen zijn moet ook te zien zijn buiten de kerk. Ik ben altijd blij als ik zie dat mensen die naar de kerk gaan zich ook actief inzetten in onze gemeenschap: in de verenigingen, werkgroepen, actiegroepen of de gebuurtes. Als ik op huisbezoek ga hoor ik wel eens verhalen over mensen die in de buurt zijn komen wonen. Soms hoor ik wel eens zeggen: onze buren, beste mensen. Ze gaan wel niet naar de kerk maar je mag ze voor alles lastig vallen. Ze staan altijd klaar. En van een ander gezin: die mensen gaan wel naar de kerk, maar voor de rest heb je ‘d er ook niets aan. Over wie zou Jezus zeggen: gij zijt het zout der aarde, het licht der wereld. Christen zijn moet te zien en te voelen zijn in ons leven. Wij hebben op onze parochie vele en goede organisaties. De meesten dragen een C in hun naam. Het zijn vaak ontmoetingsplaatsen van sterk gelovige mensen en minder gelovige mensen, van kerkelijke mensen en randkerkelijke. Hierin ligt een grote kans maar ook een gevaar. Het gevaar om het christelijk aspect dat we in onze naam dragen niet meer aan bod te laten komen, omdat de meerderheid er niet schijnt naar te vragen. Een kans ook om juist door bewust rond dit christelijk aspect van de verenigingen te werken, getuigenis te geven aan hen die verder afstaan en hen zo uit te nodigen te groeien in eigen geloof. Laten wij in deze eucharistie bidden en de Heer ontmoeten opdat Hij ons zou omvormen tot zout der aarde, licht der wereld, stad op de berg. Amen
|
|
|
|
Vermoedelijke zelfmoord 2 tienermeisjes schokt Frankrijk: Bevriend in de dood” Dit alarmerend bericht kon je onlangs lezen in de Gazet van Antwerpen. Ook bij ons schiet jeugdige zelfdoding de hoogte in. Als oorzaken van dit verschijnsel werd genoemd: de alsmaar permissievere maatschappij en de alsmaar lossere gezinsverbanden. Als alles mag en moet kunnen dan wordt het voor jonge mensen moeilijk om kiezen. Softdrugs moeten kunnen, zeggen politiekers. Dus je mag je leven verknoeien! Euthanasie moet kunnen zeggen anderen. Niet alleen voor terminale patiënten. Waarom zouden jongeren dan ook niet het recht hebben om….. als ze het niet zien zitten.
Wat voor volwassenen mag zal ook wel heilzaam zijn voor de jongeren. Ik mag toch doen wat ik wil: absolute vrijheid. Het verhaal over het paradijs en de zondeval dat we hoorden in de eerste lezing heeft alles te maken met deze problematiek. “Midden in de tuin stond de boom van de kennis van goed en kwaad. De boom van het leven. “Van die boom moeten ze afblijven”. Wat wil dat zeggen? De mens krijgt een grote vrijheid: God heeft in de mens het verlangen gelegd en de mogelijkheid gegeven.
Om in de wereld te leven als in een mooie tuin. Een tuin die de mens mocht bewerken en beheren: een schepping vol schoonheid en vruchtbaarheid. Terzelfder tijd kon de mens ook de dieren nabij zijn. Zo nabij dat hij elk dier de juiste naam zou kunnen geven: hij had macht over de dieren. Ook als mens zou zijn medemens zo nabij zijn: dat zij in vreugde over elkaar zouden zeggen: eindelijk dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Ook God zou hij zo nabij zijn dat hij met hem wandelde in de tuin. Maar deze droomwereld is alleen maar mogelijk zolang de mens respect heeft voor die ene boom, van goed en kwaad. Zolang de mens respect heeft voor God, de bron van leven, de bron van kennis van goed en kwaad. Zolang de mens erkent dat heel zijn bestaan een geschenk is en zijn vrijheid een gekregen vrijheid is, geen absolute vrijheid.
Wanneer de mens zegt: Ik ben de baas, ik heb het laatste woord, mijn vrijheid is absoluut loopt het mis met de mens en de mensengeschiedenis. Ook dat wordt verteld in dit verhaal. In de mens leeft ook de neiging om zelf God te spelen! Het is het verlangen dat door de slang wordt ingefluisterd. Maar de slang zei tot de vrouw:” Gij zult helemaal niet sterven”. God weet dat uw ogen zullen open gaan en dat gij dan gelijk zult worden aan God door de kennis van goed en kwaad. Gij zult zelf bepalen wat goed en kwaad is. Wat mag en niet mag. En zegt het verhaal: de mens heeft zich laten misleiden: hij heeft “gegeten” van de boom. Hij heeft met andere woorden het kwaad helemaal in zich opgenomen. Het zit in zijn lijf.
De gevolgen zijn verschrikkelijk. De ogen van de mens gaan wel open maar wat hij ziet is, niets anders dan zijn schamelheid, zijn naaktheid. Hij staat letterlijk en figuurlijk in zijn blootje. De volgende stap is dat Kaïn zijn broer Abel vermoord. Godsmoord leidt tot broedermoord. Dit verhaal is niet een verhaal dat ooit eens gebeurd is in een verleden. Dit is ook geen verhaal dat alleen maar als sprookje bedoeld is. Dit verhaal is het verhaal over de harde werkelijkheid van de wereld tot op vandaag. Dit is ook het verhaal van elk van ons. In ieder van ons leeft het verlangen naar een paradijselijk geluk: maar in ieder van ons leeft ook de drang om heer en meester te zijn over de mens, de medemens en de schepping. Om zelf god te spelen. Voortdurend staat de mens voor die verscheurende keuze: Luister in naar God, of luister ik naar de slang. Hij heeft de vrijheid die keuze te maken: maar de gevolgen zijn geweldig; ofwel bouw ik mee aan een wereld die een beetje paradijs wordt ofwel maak ik van deze wereld een jungle waar het recht van de sterkste heerst. In het evangelie zagen we hoe de nieuwe Adam Jezus in zijn strijd met de verleider kiest voor Gods Woord, voor Gods gebod. In hem is dan ook een nieuwe toekomst begonnen. Wie hem durft volgen werkt mee aan een nieuwe wereld, toekomst voor de mens en de wereld.
Jonge mensen worden niet geholpen om de juiste keuze te doen door een wereld van volwassenen die vooral onverschillig leven en niets meer durven voorleven. Dit leidt tot uitzichtloosheid en zelfdoding. Alleen als jongeren geconfronteerd worden met duidelijke levensmodellen zullen zij zelf tot inzicht komen en goede keuzes maken.
|
|
|
Abraham
Onlangs zag ik een mooi beeld van Abraham door Toni Zent. Een man met een staf in de hand, de mantel om de schouder, vertrekkensklaar. Opvallend was het grote oor van Abraham dat hij als het ware gericht hield luisterend naar een stem.Daarmee wilde de kunstenaar iets belangrijks uitdrukken. Abraham is iemand die luistert, zo luistert dat hij het ongehoorde hoort….. dat hij in zijn leven Gods stem hoort die hem zegt: “ Trek weg uit uw land, uw stam, uw huis en ga naar het land dat ik u wijzen zal” Abraham wordt uitgenodigd te breken met zijn land, stam en familie maar ook met het geloof van zijn vaderen. Een rabbijns verhaal vertelt dat Terach, de vader van Abraham een beeldhouwer was. Hij maakte afgodsbeeldjes: een godje voor de vruchtbaarheid op het veld, een godje voor geluk in de liefde; een godje voor van alles. De jonge Abraham moest op het marktplein in het kraampje staan om de beeldjes aan de man te brengen. Zaken doen: de mensen verdrongen zich rond zijn kraam, maar hij deed geen moeite. “Allemaal rommel” denkt hij bij zichzelf. Het zijn geen goden! Mijn vader heeft ze zelf gemaakt. Ik ben op zoek naar de God die mijn vader maakte. Zo werd hij gevoelig voor de stem. Een andere god. Geen god die je moet omkopen met offers of geld. Maar een God die je vrijheid aanspreekt, een God die niet aan plaats en tijd gebonden is, maar die meetrekt door de tijd en door de wereld. Die toekomst en zegen belooft. Een God die vraagt om in vertrouwen veel los te laten en te durven volgen. Abraham hoort de stem en hij geeft er gehoor aan. Hij gaat opweg. Met Abraham begint iets nieuws. Na de mislukking van Gods avontuur met de mens, Adam, neemt God, de stem, opnieuw het initiatief. Hij begint heel klein en heel concreet. Op een bepaalde plaats met een concrete mens: Abraham. Hij forceert de mens nooit. Hij fluistert hem alleen in het oor. Hij vraagt een groot vertrouwen maar geeft ook een geweldige belofte: “ IK zal je maken tot een groot volk. Ik zal je zegenen en in jou zullen alle volkeren gezegend worden”. Abraham hoorde niet alleen de stem: Hij gaf gehoor aan de stem. Hij ging weg, hij ging opweg. Hij is geworden: de vader van alle gelovigen. Joden, christenen en moslims noemen Abraham hun stamvader. Ze zijn kinderen van Abraham. Ook zij moeten mensen zijn met het grote oor dat altijd weer hoort naar de stem en er gehoor aan geeft. Ontelbare hebben dat na Abraham gedaan. Pater Damiaan hoorde de stem en gaf gehoor. Hij ging naar de melaatsen. Ik ontving gisteren een brief van Soeur Thérése uit Congo. Ze was in Wortel op het missiefeest: met een foto te midden van acht kinderen. Ze luistert naar de stem die zegt dat ze iets moet doen voor haar volk. Zelf heeft ze de stem leren kennen langs zuster Jeanne Verheyen die vanuit Wortel naar Congo ging. Ook Jeanne had de stem gehoord en gehoor gegeven. Fons Huet stuurde een brief rond Nieuwjaar vanuit Guatemala Hij en zijn vrouw werken er temidden van de Indianen. Waarom zijn ze vertrokken? Ze hoorde een stem die zei: “Trek weg uit uw land”. Ze zullen de wereld niet veranderen in een handomdraai. Zo werkt God niet. Hij begint altijd klein en ergens heel concreet en Hij heeft tijd om zijn droom te verwezenlijken. Gods droom groeit in stilte. Wat groeit maakt geen lawaai. Niet iedereen kan en moet ruimtelijk weg trekken. StAugustinus zei:” Wie begint te beminnen, begint opweg te gaan”. we mogen in Wortel blijven maar we worden uitgenodigd te horen naar de stem en er gehoor aan te geven. Op de klokken van de toren staan 2 latijnse woorden: Vox Dei: Stem van God. Horen we nog Gods stem wanneer ze luiden? En geven we nog gehoor? De vastenkalender biedt ons elke dag een “Woord van Leven” Gods stem. Wie ernaar durft luisteren gaat opweg Voortdurend kunnen wij Gods stem horen, langs de telefoon, de tv, de radio. In mensen die ons nodig hebben, in situaties die om steun schreeuwen. Proberen we met het oor van Abraham te horen en in dat alles Gods stem te horen. Geloven begint met horen en gehoor geven. In onze multireligieuze wereld van Christenen, Moslims en Joden moeten wij weer leren luisteren zoals Abraham naar de stem. Dan zullen wij groeien in begrip en dialoog, dan zullen wij godsdienstoorlogen vermijden. De stap van Abraham was daarvan het begin. In het evangelie hoorden we reeds een voorsmaak van het einde van de tocht. We horen Petrus uitroepen: het is heerlijk hier te zijn! Laat om hier drie tenten opslaan: een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.Ze willen ons aansporen opweg te durven gaan.
|
|
|
Leven uit een Bron – Leven uit een put. Een groot verschil
Er zijn twee soorten mensen in onze wereld. Mensen die nooit genoeg hebben. Mensen die steeds teveel hebben
Mensen die alles kunnen gebruiken Mensen die steeds iets kunnen missen.
Mensen die nooit tijd hebben voor anderen Mensen die altijd tijd voor je maken
Mensen die zoeken naar opvallende dingen Mensen die belang hechten aan kleine dingen
Mensen die kritiek hebben op alles Mensen die waardering hebben voor alles
Mensen die wachten op de anderen Mensen die anderen tegemoet treden
De eersten leven uit een put. De tweeden leven uit een bron
Als je uit een put leeft, blijf je altijd dorst hebben, moet je altijd weer gaan putten. Je moet ook altijd dieper putten om je emmer vol te krijgen. En uiteindelijk raak je uitgeput…. de put is leeg…. je krachten zijn op.
De Samaritaanse vrouw is iemand die leeft vanuit de put. Ze heeft heel haar leven de liefde gezocht. Ze komt naar de put op de middag. De andere vrouwen zijn dan thuis bij het middageten. Het is haar uur. Ze heeft steeds de liefde willen bezitten. 5 mannen heeft ze uitgeperst en de zesde is haar man niet. En na al die avonturen zit ze vermoeid, levensmoe, met haar emmer bij de put. Wie zal haar volgend slachtoffer zijn? Want haar dorst is niet gelest… en de put is diep! Niet alleen de put van Jacob, maar de put van de eenzaamheid waarin ze leeft. Tegenover de vrouw staat Jezus: Hij spreekt haar aan. Hij doorbreekt het taboe. Hij zet de eerste stap. Hij maakt zich afhankelijk van haar door haar iets te vragen. Hij biedt de gave Gods aan. Hij biedt zichzelf aan. Hij is een mens die leeft uit een bron. Gods gave is een bron. Als je echt in God gelooft, leef je uit een bron.
Een bron droogt nooit op, een bron blijft
altijd fris, een bron maakt van je een ander mens. En inderdaad: wat zien we? Ze wordt zelf bron van nieuw leven. Ze laat haar Waterkruik in de steek. Ze laat haar bestaan van de put achter. Ze liep naar de stad terug! Ze zei tot de mensen. “ Kom eens kijken naar een man die mij alles verteld heeft wat ik gedaan heb”. nl. Hij heeft haar doen inzien dat ze geleefd had uit een put…. niet uit een bron. En vele Samaritanen uit die stad geloofden in Hem om het Woord van de vrouw die getuigde. Geloven in Jezus is uit de bron leven.
Van waaruit leef jij, lezer; uit een put of uit een bron. Het maakt een groot verschil.
Als je uit een put leeft: Dan zoek je de liefde, dan zoek je de erkenning, dan zoek je aandacht. Als je uit een bron leeft: Dan ga je zelf liefhebben, dan ga je het goed in anderen erkennen, dan leef je mee met anderen. Als je uit een put leeft: Dan zoek je het geluk buiten jezelf: in drank en vertier, in het toeval, de lotto, in succes zonder inzet. Als je uit een bron leeft: Dan ga je investeren in een goede relatie, in een werk, in een organisatie. Je neemt risico, je engageert je. Als je vanuit een put leeft: Leef je op het ritme van de dagelijkse nieuwsjes, de roddel, de sensatie, de tv feuilletons. Als je vanuit een bron leeft: Dan ga je de kleine dingen van het leven bewust leren ervaren, dan sta je stil bij levensbelangrijke dingen. Als je vanuit een put leeft: Dan tracht je mensen te overladen en te overtroeven met cadeaus, prestaties, materiële bezittingen. Als je vanuit een bron leeft: Dan schenk je aandacht aan de mens, ga je hem waarderen om wat hij is. Je leert tevreden zijn met wat je hebt.
Er wordt in onze wereld veel geleefd vanuit een put. Daarom zijn velen uitgeput. Jezus biedt zich aan als een bron van levend water. Wie in Hem durft geloven leeft uit een bron.
|
|
|
Kijken doe je met je ogen
Zien met je hart Graag zien met je hele persoon zegt B.Z.N. Vandaag nodigen de lezingen ons uit te leren zien, te leren zien zoals God en Jezus. De eerste lezing zei ons dat we moeten leren zien, zoals God ziet. Een mooi verhaal. De profeet Samuel wordt naar Isai gestuurd om een van zijn zeven zonen te zalven om later koning te worden. Zo gezegd zo gedaan. Samuel komt bij Isai die zijn zonen ouds voor ouds voorstelt aan de profeet. De oudste is Eliab, flink uit de kluiten gewassen, een ferme kerel. Samuel denkt: die moet het zeker zijn. Maar God fluistert hem in het oor: “Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte: hem wil ik niet. Want God ziet niet zoals de mens ziet. Een mens kijkt naar het uiterlijke, maar de Heer naar het hart”. Zeven keer mislukt de voorstelling. Isai wordt hopeloos. Hij valt zeker buiten de prijzen. Het heilig getal zeven brengt geen geluk. Boeken dicht, denkt vader Isai. Maar de profeet vraagt: “Zijn ze dat allemaal”? Isai zegt: “neen, er is er nog een: de kleinste, onze rossekop met sproeten. Hij is een beetje de zwarte piet van de familie. Hij is de schapen aan ’t hoeden”. Samuel zei: “Laat hem eens halen, we gaan niet aan tafel voordat hij hier is”. De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen. “Hem moet ge zalven”, zei de Heer. “Hij zal zijn volk verzorgen, zoals een herder zijn kudde verzorgt”. Leren zien zoals God ziet: God ziet niet naar het uiterlijk, maar naar het innerlijk. Bij God zijn de laatsten – die niet meetellen – de eersten. God keert de normen van de wereld om. Wie zich verheft zal vernederd worden; wie zich vernedert zal verheven worden. Ook het evangelie ging over het zien. De blinden zien en de zienden zijn blind. De blinde zit aan de kant, letterlijk en figuurlijk. In de ogen van veel mensen is zijn blindheid zijn eigen schuld. Dus uitgestoten. Hij zit er al jaren. Hier zat hij ook aan de kant. In ’t voorbijgaan, staat er. De meesten zijn al voorbij en hebben hem niet gezien. Maar Jezus heeft hem wel gezien. Hij ziet niet alleen de mensen op de weg; ook de mensen langs de weg. Hij ziet niet alleen de mensen die erbij horen: hij ziet ook de mensen die er niet bijhoren. Hij gaat er zelfs naartoe. Raakt hem zelfs aan. Hij stuurt hem naar de vijver van de gezondene! De gezondene stuurt hem naar het water van de Gezondene. Hij wordt genezen. De blinde uit het verhaal is de enige die ziende is. Hij ziet Hem niet enkel als wonderdoener Hij erkent Jezus als de profeet – de Gezondene. Hij gelooft in Hem als de mensenzoon.
Een Afrikaans spreekwoord zegt: “ Kachenche ( een heel klein vogeltje) wordt over het hoofd gezien door vreemden, thuis is hij echter heel belangrijk”. De Wasonge ( volk in Congo) gebruiken dit spreekwoord om aan te geven dat het belangrijk is alle mensen welkom te heten: niet het uiterlijke, maar de binnenkant is belangrijk. Dat zien we ook in de eerste lezing; niemand zag in de kleine David een koningskandidaat. God kijkt anders, meet met andere maten. De Wasonge gebruiken het spreekwoord tevens om aan te geven dat Jezus niet erkend werd als Zoon van God. De blindgeborene, door Jezus genezen, ziet in tegenstelling tot de Farizeeër wel wie Jezus is. Wat op het eerste gezicht niet geschikt lijkt, geen levenskansen heeft, blijkt, als we beter kijken, groeikans en potentieel te hebben. Afrika, Congo, wordt vaak afgeschreven, ten dode opgeschreven. Broederlijk delen moedigt ons aan beter te kijken en de groeikansen te zien, de nieuwe wegen die mensen gaan.
|
|
|
Het is wellicht opgevallen dat de evangelies in deze vastentijd zulke lange verhalen zijn. Dat heeft zijn reden. In de eerste eeuwen van het christendom was de vastentijd een tijd van voorbereiding van de volwassenen die met Pasen gedoopt werden. Het eerste deel van de eucharistie – waaraan zij reeds mochten deelnemen was een soort catechese – geloofsonderricht. Deze had vooral als doel hen te leren wie Jezus is. Wie is deze Jezus? die zij willen volgen. De kern van die verhalen is dan ook telkens samen te vatten in een korte zin van Jezus: Tot de Samaritaanse vrouw zegt Jezus: Ik ben het levende water. Jezus kan onze levensdorst lessen. Tot de blindgeborene zegt Jezus: Ik ben het licht. Wie mij volgt wandelt niet in duisternis. Tot de familie van Lazarus zegt Hij: Ik ben het eeuwige leven. Wie in mij gelooft zal eeuwig leven. Johannes noemt deze bijzondere gebeurtenissen “tekens” dwz. iets dat verwijst naar iets anders of beter nog naar iemand anders. Ook de opwekking van Lazarus is een teken – het verwijst naar Jezus. Wij worden uitgenodigd niet stil te staan bij de figuur van Lazarus maar bij Jezus die zich openbaart. Wij worden uitgenodigd om met Maria te zeggen: “Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt de zoon Gods die in de wereld komt. Dit verhaal over Lazarus wordt vaak gelezen in de uitvaartliturgie. Dat is natuurlijk goed en zinvol; toch lopen we het gevaar “eeuwig leven” waarover Jezus spreekt vooral te zien als iets dat begint op het einde van het aardse leven, bij de dood. Alsof wij eerst een aards leven zouden leiden en daarna het eeuwig leven. Zo verstaat Martha ook Jezus woorden “ uw broer zal verrijzen”. Zij zegt: “Ik weet Heer dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag”. Voor Johannes mag je geen scheiding maken tussen nu en later. Wie in Jezus gelooft heeft nu reeds het eeuwig leven. Heeft nu reeds een levenskiem die eeuwig en onvergankelijk is. In Jezus geloven is eeuwig leven. Wie in Hem gelooft heeft geen dood meer te vrezen. Voor die mens heeft de fysische dood slechts een relatieve waarde want hij is reeds van de dood naar het leven overgegaan. Hij sterft wel maar blijft niet in de dood: Hij zal leven. Bij de uitvaart van een gelovig mens, besprenkelt de priester het dode lichaam als herinnering aan het doopsel; want daardoor heeft de overledene reeds de kiem van onvergankelijk leven ontvangen. Deze kiem van onvergankelijk leven moeten wij laten tot bloei komen doorheen gans ons leven door meer en meer bewust te leven van de woorden van Jezus. Ons geestelijk leven verzorgen geeft kwaliteit aan ons leven op aarde, een kwaliteit die stand houdt over de dood heen. Jezus is er voor ons leven nu. Wie met Hem in geloof durft door het leven gaan zal hierin de vervulling vinden van zijn diepste verlangen. Tenslotte lezen wij het verhaal van Lazarus twee weken voor Pasen. Vroeger noemde men deze zondag Passiezondag omdat hij reeds verwees naar het nakende einde van Jezus zelf. De opwekking van Lazarus is voor Jezus tegenstanders de onmiddellijke aanleiding tot het besluit Jezus uit de weg te ruimen. Kaifas: “Het is beter voor u dat één mens voor het volk sterft, dan dat het hele volk ten gronde gaat”. Van die dag af waren de Hogepriesters en farizeeërs besloten Hem te doden. Zo verwijst de opwekking van Lazarus naar het laatste en grootste teken nl. de dood en verrijzenis van Jezus. Het teken bij uitstek. Zo brengt de Liturgie ons bij het Hoogtepunt van Jezus leven: dat vieren wij vanaf Palmzondag en de Goede Week.
|
|
|
Met Palmzondag ging mijn vader kuieren in de velden rond de boerderij en een palmtakje steken op de hoek van elk veld. In de namiddag moesten mijn twee broers met de fiets naar de verder afgelegen velden om hetzelfde te doen. Moeder palmde het huis. In de stallen waar de beesten stonden stak ook hier en daar achter een balk een palmtakje. Het palmen is een gebruik dar heel oud is en reeds zijn diepste wortels heeft in de Germaanse tijd. Zolang de mens weinig of geen mogelijkheid had om in te grijpen in de natuur, werden de gebeurtenissen van vruchtbaarheid, van droogte en regen, van mooi weer of storm, van gezondheid in het gezin en in de stallen toevertrouwd aan de “hogere machten”. De goden of de ene God waarvoor men het hoofd boog. Processies, bedevaarten en rituelen moesten de hulp uit den hoge doen neerdalen en vooral de mens in alle tegenslagen behoeden voor wanhoop en ondergang. Zo ging de “primitieve” mens om met onmacht en rampen die niemand gespaard worden. Na de “primitieve” mens, kwam de “moderne” mens en de moderniteit. De kennis en de wetenschap brachten nieuwe inzichten in het bestrijden van ziekten en kwalen. Een tand kon verzorgd worden; zelfs een kankergezwel kon met goed gevolg worden weggenomen. Ook de natuur kan de mens aan banden leggen. Een regeninstallatie verving het bidden om regen en zegen. De beheersing van de vruchtbaarheid bij mens en dier en in de natuur, behoorde tot de mogelijkheden van de mens. Hij voelde zich niet enkel de “koning” van de schepping: hij gedroeg zich vaak als de “heerser” over al wat bestaat. Er lijken geen grenzen aan zijn mogelijkheden en dus erkent hij ook geen grenzen meer. Al wat kan, mag! Voor de moderne mens lijkt God en de hogere werkelijkheid buitens spel te staan: een “onbruikbare” hypothese. De moderniteit is nog volop bezig en in de gedachte van de massa lijkt ze nog alle toekomst te hebben. De boer heeft het palmen stilletjes achterwege gelaten; wat zouden de mensen wel niet denken? Liever een hogere premie betalen bij A.B.B. En toch is het verhaal niet af. Na de moderniteit komt de postmoderniteit, zeggen de geleerden. Post betekent: voorbij – daarna. Inderdaad, meer en meer wordt de moderne mens zich bewust dat er veel misloopt in onze moderne wereld, omdat de mens denkt dat er geen grenzen zijn, dat alles mag en alles moet kunnen. De moderne mens die geen respect heeft voor zijn leefmilieu is bezig de wereld onbewoonbaar te maken en onleefbaar voor de mens. De M.K.Z. en de B.S.E. doen vragen rijzen rond de manier waarop met dieren – gezonde en zieke – wordt omgegaan. Men hoort spreken over dierenwelzijn, over ethisch omgaan met dieren. Het geld en het gouden kalf mag niet de enige God zijn waaraan alles opgeofferd wordt. Als dat gebeurt, staan we voor de ondergang van de menselijkheid in deze wereld en de ondergang van een leefbare wereld. De vrijheid van de mens heeft grenzen. De postmoderne mens komt tot bewustzijn dat de natuur zijn wetmatigheden heeft die de mens moet respecteren; dat de dieren ook rechten hebben die de mens moet erkennen en dat in de menselijke samenleving “mijn vrijheid” eindigt bij de vrijheid van mijn medemens. In deze postmoderne tijd is de mens weer op zoek naar symbolen en rituelen die tot dit respect oproepen. Het beeld van de “geiteboer uit Kruibeke” met het geitje op de arm was zo’n symbool: dieren zijn meer dan producten en gewin….. er moet een band blijven tussen mens en dier. Het “opstoken van strobalen in de nacht” was een stil protest van de ziel. Protest tegen de onherbergzame wereld waar gezonde dieren zomaar opgeruimd worden. Boeren in Noord en Zuid zijn bondgenoten. Dat bleek op een samenkomst van BB. Velt, KVLV, Proefbedrijf, Br. Delen en Wereldwijd. Zo was het ook toen na de zondvloed een duif met een groen twijgje, het einde van de ramp aankondigde en de mens weer deed hopen. Voortaan een symbool van Vrede. Het groene takje plaatsen we bij het kruis. Symbool dat wij durven kiezen voor de levensstijl en levenswaarden die door Hem worden gebracht. Zou het niet zinnig zijn dat wij in die geest Palmzondag gaan meevieren in de kerk. Er wordt niet alleen palm uitgedeeld maar met Palm in de hand luisteren we naar het lijdensverhaal van de Heer. Leven volgens de nieuwe levensstijl is niet eenvoudig maar vraagt het kruis van onbegrip te durven dragen.
Dus toch weer Palmen? Ja, niet enkel als smeekgebed voor regen of vrijwaring van ziekte maar veel meer als een “belijdenis”. Wij komen op voor de rechten van mens, dier en natuur. Wij willen zorgzaam omgaan met de ruimte waarin wij wonen. Wij willen opkomen voor een duurzame landbouw voor hier en ginder. Palmen om uit te drukken dat wij niet willen “inpalmen”.
|
|
|
Er is heel wat te doen over de kooi van Dutroux waarin Ann en Eefje gestorven zijn. Men wil de kooi van dichtbij zien: de juryleden, de ouders van de kinderen. Moesten wij hun verslag horen: het zou wellicht heel verschillend zijn. De juryleden zullen zien wat er te zien is. De ouders zullen veel meer zien. De jury kijkt met de ogen – de ouders met het hart, met de gekwetste liefde. De jury zal de kooi zien,- rommel,TV; luchtververser,- de ouders zullen hun kinderen zien – ook al zijn ze er niet meer. Voor hen zullen Ann en Eefje weer tot leven komen door het zien van de kooi waarin ze gestorven zijn. Wie ziet met de ogen ziet de buitenkant. Wie ziet met het hart ziet de kern, de diepte van de dingen.
Vandaag op Paasdag wordt ons ook een verhaal verteld over twee mensen die het rotsgraf gaan bezoeken waarin hun dierbare vriend begraven werd. Petrus en Johannes. Petrus, de oudste die hem verloochende en Johannes, de jongste die de meester volgde tot onder het kruis. De oudste en de jongste van de apostelen gaan samen kijken. Ze willen zelf zien wat hun door de vrouwen is verteld. “Ze liepen samen vlug voort, maar Johannes snelde Petrus vooruit en kwam eerst bij het graf aan…” Dat Johannes eerst bij het graf aankomt hoeft ons niet te verwonderen. Hij was de jongste, en had wellicht de snelste benen. Correct! Maar toch… Voor de evangelist is er meer aan de hand. Johannes komt het eerst bij het graf omdat het de liefde is die hem vleugels geeft.
Petrus zit nog met de verloochening in zijn
maag en in zijn benen. Toch zal Johannes niet als eerste het graf binnengaan. Hij wacht daarvoor op Petrus. Petrus krijgt de eer. Petrus is immers de eerste van de leerlingen. Hem komt de eer toe om officieel te constateren wat er te zien is. Eerst het “parket” laten komen , zouden wij zeggen. Pas als Petrus goed en wel binnen is, volgt ook Johannes. Wat zien ze? Petrus ziet wat er te zien valt. Het wordt gedetailleerd beschreven. Hij ziet de zwachtels waarmee Jezus in de dood werd bewaard.. De zweetdoek netjes opgerold. Geen wanorde – dus geen grafschending. Maar het graf is leeg. Dat alles ziet Petrus. En hij snapt er niets van. Hij, de ontrouwe leerling constateert alleen de nuchtere feiten. Petrus ziet wat er te zien is, meer niet. Johannes: Ook hij ziet wat er te zien valt: de zwachtels hier en de zweetdoek daar. Dat is niet veel anders dan bij Petrus. Toch zegt het evangelie: Hij zag en geloofde. Johannes ziet niet enkel met het blote oog. Hij ziet met het hart.Hij ziet op een diepere wijze. Hij ziet met de ogen van de liefde. “Alleen met de ogen van het hart kan je goed zien”. Saint Exupery. Geloven gaat over dit tweede zien. Petrus zag alleen.. Johannes zag en geloofde : Johannes weet het zeker: De Heer leeft! De Heer is verrezen. Plots begrijpt hij wat er over Jezus geschreven stond: Dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.
De juryleden hebben met hun eigen ogen de kooi van Dutroux gezien. Maar de ouders van Ann en Eefje hebben veel meer gezien. Voor hen zijn de kinderen levend geworden. Zij keken immers met het hart!. De juryleden kijken als Petrus: Ze constateren alleen. De ouders kijken als Johannes: de liefde wekt tot leven.
En wij? Waar staan wij op deze Paasmorgen? Wellicht erkennen wij ons het gemakkelijkst in Petrus. Eerst zien en dan geloven! Dat is niet zo moeilijk. Maar toch wil ik u uitnodigen naar Johannes te kijken, of beter te leren zien,zoals hij kijkt en ziet. Dan zullen we niet blijven stilstaan bij het zichtbare en uiterlijke alleen. Zien als Johannes is weten dat er meer is dan wat er te zien is. Geloof maakt ziende!!
Pasen is niet iets dat wij maken – het is iets dat op ons toekomt. verrijzenisgeloof is geen hersenspinsel, het is iets dat op mij toekomt, maar dat ik alleen met het oog van het hart kan zien. Alleen als ik mij er durf aan toevertrouwen, zie ik het echt. Stef Bos zingt het in een van zijn liederen met dit refrein: “Altijd als je denkt, dit is het einde, sta je aan de grens van wat begint”. Dat is wat Pasen ons zegt.
Moltmann: Verrijzenis betekent dat met Jezus Christus in de geschiedenis van de dood een onverwoestbare geschiedenis van het leven is binnengetreden. laten wij ons aan deze boodschap toevertrouwen.
|
|
|
Witte zondag Zo wordt deze tweede paaszondag genoemd.
Beloken komt van beluiken, een oud Nederlands woord voor sluiten. Gesloten Pasen, omdat het Paasoctaaf wordt afgesloten. Ontloken In de liturgie noemt men deze zondag: Dominina in Albis: Witte zondag. Eertijds droegen volwassen nieuwgedoopten vanaf Paasnacht acht dagen lang een wit kleed, teken van nieuw leven, symbool van de nieuwe geboorte door de doop. Op deze zondag legden ze dit witte kleed af en trokken ze weer hun gewone kleren aan. De witte bruidstijd is voorbij, nu begint het alledaagse leven. Het Paasfeest is voorbij, maar niet de Paasstemming. Het Alleluia klinkt nog voortdurend en de priester draagt nog het witte gewaad en het koor zingt de Paasmis. De Paastijd duurt voort, zeven weken lang,: elke zondag is een Paaszondag. 7X7 = 49 en dan is het Pinksteren. De 50tigste dag. Pentekoste. Als ergens iemand gestorven is duurt het voor de familie een hele tijd om met de nieuwe werkelijkheid te leren leven. Hij of zij is afwezig en toch voelen we soms alsof ze nog aanwezig zijn. “Ik droom er weleens van” zegt de een. “Ik zoek haar weleens in mijn slaap”. Afwezig en toch aanwezig. Aanwezig en toch afwezig. Vreugde en verdriet. Angst en durf. Deze realiteit hebben ook de leerlingen moeten meemaken. De verschijningsverhalen die we elke zondag horen brengen juist deze boodschap in beeld. De verrijzenis van Jezus is geen uitvinding van de leerlingen. Integendeel. Hun verwachtingen waren met Jezus dood en begrafenis voor goed begraven. Ze vluchten weg uit Jeruzalem en keren terug naar hun dorp zoals de Emmaüsgangers. Ze keren terug naar hun vroeger beroep zoals Petrus. “Ik ga vissen” zegt hij aan zijn vrienden. “Wij gaan met u mee”, is hun antwoord. Ook vandaag horen we een verhaal over ontredderde leerlingen. Zoals de kopstukken van Saddam Hoessein zitten ze op een geheime plaats met gebarricadeerde deuren vol schrik voor de joden op zoek naar de aanhangers van die Jezus. En ook Thomas , een van hen geeft een duidelijk beeld aan van het ongeloof waarin ze terecht zijn gekomen. Eerst zien en dan geloven! Hij maakt mij niets wijs. Pas als ik hem in levende lijve zie en kan voelen zal ik geloven dat Hij leeft. En Lucas vertelt in de handelingen dat pas 50 dagen na Pasen bij dat andere grote joodse feest: het wekenfeest de bom gebarsten is. Toen zijn leerlingen voor goed naar buiten getreden: Toen hebben ze hun angst afgelegd en zijn ze vrijmoedig gaan getuigen over Jezus opstanding. Pasen is het feest van Jezus opstanding. Pinksteren is het feest van de opstanding van de kerk, de eerste gemeenschap. Ook de opstanding van de kerk was niet tegen te houden. In de eerste lezing hoorden wij een mooie beschrijving over die jonge kerk. Lucas legt de klemtoon: op de eensgezindheid tussen de leerlingen op de vrijmoedigheid van hun getuigenis op de solidariteit onder hen. Dat is de nieuwe gemeenschap die Jezus brengt. Ook wij leven in een wereld vol vrees en onzekerheid. Deze week ging ik op bezoek bij een bejaarde man. Hij zat achter gesloten deuren. Uit vrees. Je hoort tegenwoordig wel meer over drama’s met verslaafde jongeren en bejaarde mensen. Op tv. zag ik een echtpaar uit St.Maartens Latem. Ze betaalden 250 euro per maand voor de beveiliging van hun villa en buurt. Ze hadden al een car-jacking meegemaakt. Opgesloten in hun huis uit vrees. “Is de achterdeur dicht” dat is de titel van een boek over de angst en de onveiligheid in onze samenleving. De laatste vraag voor men gaat slapen: “Is de achterdeur dicht?” En bij een komende verkiezing zal wel in alle toonaarde gesproken en gezongen worden over de veiligheid. En er zijn niet alleen gesloten deuren maar nog meer gesloten harten. Gesloten door ontgoocheling of verbittering; door verdeeldheid en onenigheid, gesloten om niet te moeten delen: uit vrees voor solidariteit., gesloten uit angst voor wat de omgeving denkt: vrees om te getuigen.
Ook in die wereld wil de Heer aanwezig zijn met
zijn boodschap van vrede en eenheid. Zeven weken lang komen we samen om daarvoor te bidden: elke week ontsteken we een kaars op de zevenarmige kandelaar voor één van de gaven van de Geest. Waar die gaven beleefd worden daar ontstaat een Pinksterkerk. Daar verrijst de nieuwe gemeenschap rond de Heer.
|
|
|
Dinsdag was ik met mijn maten aan ‘t wandelen in Brecht. Aan een Mariakapelleke zaten we op een bank onze picknick op te eten. Er kwam een vrouw uit de buurt aangewandeld. Ze kwam een kaars aansteken bij O.L.Vrouw voor haar schoonzuster die, zo zei ze, die dag geopereerd werd. Plots erkende ze mij: jij bent toch de pastoor van Wortel hé… en ze begon haar verhaal. Ze ging terug naar huis terwijl wij inpakten en terug op stap gingen richting Trappisten. Ze zag ons komen en treuzelde tot we bij haar huis elkaar inhaalden: Kom bij mij een tas koffie drinken, drong ze aan. Ze wilde blijkbaar haar verhaal verder vertellen. We gingen bij haar aan tafel. De koffie gezet, koekjes op tafel. En haar verhaal over de ziekte, de dood van haar man. Haar alleen zijn en de kinderen die haar goed opvingen. Het verhaal was helemaal niet af maar toen we samen nog een weesgegroet baden en verder gingen was er blijkbaar ook in haar hart een vlammetje gaan branden om verder op weg te gaan. Ik dacht aan dit gebeuren terug toen ik het evangelie van vandaag las. Een verhaal van twee ontgoochelde leerlingen van Jezus, op weg van Jeruzalem naar Emmaus, hun dorp… Ze kwamen moeizaam vooruit. Ze werden ingehaald door een vreemdeling die tijd voor hen maakte en luisterde naar hun verhaal. Het deed hun goed en ze drongen bij hem aan dat hij bij hen zou binnenkomen. Aan tafel gezeten bij wat brood herkenden zij de Heer en ging er weer een vuur branden. Ze maakten rechtsomkeer en snelden terug naar Jeruzalem. Daar gingen ze het nieuws vertellen dat ze hadden meegemaakt. Beste vrienden, de volgelingen, van Jezus werden in het begin genoemd: “De mensen van de weg”.. Mensen die onderweg zijn maar ook mensen die op weg gaan met andere mensen. Jezus zelf was ook altijd onder weg: Hij zat niet achter zijn bureau of achter zijn boeken…. We zien hem maar af en toe in de Tempel. “Een man op sandalen”, zo wordt Hij in een boek genoemd. Inderdaad: Jezus is altijd onderweg, naar mensen toe of met mensen. Hij brak het brood met hen onderweg of ergens in een of ander huis. “Mensen van de weg zijn”… zoals de vreemdeling uit het verhaal. Wat doet die man?… Hij maakt tijd om te luisteren: Hij begint niet met te preken. Hij gaat letterlijk en figuurlijk mee op weg met hun verhaal van ontgoocheling en ontmoediging. Christenen moeten tijd maken om te luisteren naar hun medemensen... mensen op verhaal laten komen. Hebben we nog tijd??? Kunnen we nog luisteren?, Ook na jaren willen mensen het soms nog eens vertellen. De vreemdeling vertelt ook iets over zijn eigen ervaring. Hij getuigt hoe hij kijkt naar de gebeurtenissen van Jeruzalem. Hij werpt een ander licht op wat gebeurd is en op de droefheid van de twee. Het weesgegroetje dat we samen baden om alles uit handen te geven en toe te vertrouwen aan Maria was een nieuw licht op al haar verdriet. Het samen iets willen delen met elkaar… ook dat is een teken van willen delen van het leven. Jezus had zo vaak in het leven brood gebroken en gedeeld dat het een sacrament, een heilig teken van zijn aanwezigheid is geworden. Telkens we samen komen voor de eucharistie doet hij dit ons voor… opdat wij het zouden doen voor elkaar. Zo worden we mensen van de weg... om op weg te gaan zoals de Heer.
|
|
|
Wanneer de bijbel spreekt over de deur van de schaapskooi dan verwijst dit naar het gebruik in het herdersleven. Elke avond ging de Herder wijdbeens in de ingang van de schaapskooi staan. De schapen moesten een voor een onder hem door passeren. Zo werden ze geteld. Zo zag hij of ze ziek of gezond waren. Zo drukte hij zijn zorg voor hen uit. Binnen in de schaapskooi waren ze veilig en beschut voor de nacht en de wilde dieren. Daar waren ze thuis. 1. In het evangelie zegt Jezus: Ik ben de deur… Hij geeft toegang tot de werkelijkheid van God. Vele mensen blijven voor de deur staan, de deur van de kerk, de deur van het geloof. Ze kijken er wel tegenaan; ze maken er wel allerhande bedenkingen over maar ze wagen het niet binnen te gaan. Jezus nodigt ons uit om binnen te gaan om te durven geloven in het geloven. 2. Jezus lijkt ook te zeggen, “Ik ben de enige deur”! Zoals Hij elders zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben de goede herder”. Hij noemt zichzelf de exclusieve deur. “ Wie niet door de deur maar langs een andere weg de schaapskooi binnen gaat is een dief en een rover”! Alleen langs de deur kom je veilig binnen. Is dit geen onverdraaglijke pretentie. “Ik ben deur van de schapen. Allen die voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers”. Ze stichtten onheil tussen de schapen. Zou Jezus dan de enige weg zijn om tot God te komen? Er zijn vele wegen naar God, zoals er vele wegen zijn naar Rome. Maar er is geen weg die zo direct tot God leidt dan de weg van Christus, omdat God zelf nergens de mens zo nabij is gekomen dan in de Heer Jezus. Jezus is niet alleen de deur die toegang geeft tot God, maar hij is ook de deur waar langs God het radicaalst is binnen getreden in de geschiedenis van de mens. In Jezus is God zichtbaar en tastbaar in deze wereld gekomen. In Jezus is Gods menslievendheid zichtbaar en tastbaar geworden. God is ons “rakelings nabij” zingen we. Daarom is Jezus de deur bij uitstek naar God toe en naar de mensen toe. Ook in de prediking die Petrus houdt op Pinksterdag staat Jezus centraal. Hij die door de mensen verworpen werd en door de overheden gekruisigd, heeft God verheven tot Heer en Christus. Wat moeten wij doen, vragen de toehoorders? “Bekeert u en laat u dopen in de naam van Jezus Christus”. Toetreden tot de nieuwe gemeenschap gebeurt door Bekering en door de doop. Wat betekent dit alles voor ons? De moderne mens probeert zijn heil te zoeken op allerlei wegen. Nooit verschenen er zoveel boeken rond zinvragen en heilswegen. De moderne mens heeft heel wat moeite om te durven geloven in het geloven. Zijn vertrouwen te durven geven aan de boodschap van Jezus. Hij gaat de deur van Jezus voorbij en probeert allerhande poortjes. Vaak tevergeefs. De moderne mens is meestal wel gedoopt maar niet bekeerd….. de “bekering” is achterwege gebleven. Hij leeft vaak even heidens als mensen die niet gedoopt zijn. Deze zondag wordt de wereldgebedsdag voor roepingen gehouden. Het thema is: Geroepen om naar het diepe te varen. Het verwijst naar de brief die Paus Johannes Paulus schreef bij het ingaan van het derde millennium. Duc in altum….. Vaar naar het diepe. Een oproep om als christenen niet aan de kant te blijven staan maar zich te durven riskeren op de volle zee; daar is wat te vangen. Ieder christen is daartoe geroepen. Velen aarzelen en blijven aan de kant. Ze kijken teveel naar zichzelf: hun eigen belangen, hun eigen beperktheden. Wie zijn wij om ons te wagen? Alleen als wij Christus, de Heer voor ogen houden en durven geloven dat Hij aan het roer staat….. dan zullen wij het wagen. Laten we daarom beginnen met binnen te gaan….. ons een stukje vertrouwd maken met zijn leven dan zullen we durven Hem te volgen naar het volle leven.
|
|
|
Zondagavond zijn de Kardinalen in conclaaf gegaan. De grote vraag is: Wie zal de volgende Paus zijn? Maar belangrijker is: Hoe moet de volgende Paus zijn? Wat moet zijn profiel zijn en vooral welke klemtonen moet zijn beleid kenmerken? Een veilige gids om hierop een antwoord te vinden is te luisteren naar de schrift. De vijfde paaszondag geeft ons enkele richtingwijzers. 1. De eerste lezing heeft het over de jonge kerk. Het is een kerk van mensen. Met zijn succes en zijn problemen. Blijkbaar was er in die jonge kerk een gezag, een Petrus die het evenwicht tussen Verkondiging van de Blijde boodschap en een moreel gedrag in het concrete leven wist te realiseren. Evenwicht tussen de actie en de contemplatie; tussen het eerste gebod en het tweede gebod. Opvallend is dat die jonge kerk zo creatief weet om te gaan met personeelstekort en vooral kijkt naar de kwaliteit van de mensen. Het moeten mensen zijn met een goede naam in de gemeenschap en vol van de geest en wijsheid. Mensen met een stuk enthousiasme en gezond verstand. De Paus zal iemand moeten zijn die vooral de verkondiging van de Christelijke boodschap wil brengen, de hoop die deze boodschap inhoudt voor alle mensen en voor ieder mens. Daarnaast zal hij ethische aansporingen moeten geven die de mens vooral oproepen en stimuleren tot het kiezen van het meest menselijke en algemeen menselijke goed. 2. De tweede lezing heeft het vooral over het fundament van de kerk: Christus is het fundament. Hij is de hoeksteen waarop de kerk gebouwd is. Niet de paus is degene die alles moet samen houden. Christus is de hoeksteen. In de mate dat de paus zich onder en achter het woord en leven van de Christusfiguur plaatst zal hij ook garant staan voor het fundament van de kerk. Hij moet een “bezielde bezieler” zijn, met het bewust zijn van Johannes de Doper: “Hij moet groter worden, ik kleiner”. 3. Het evangelie plaats de kerk in zijn wijdse omgeving. De kerk is die zichtbare menselijke gemeenschap, met als eigen fundament Christus, maar opgenomen in het rijke leven van God zelf. God is het volle leven. God is ook het eindpunt van alles: de voltooiing. In het huis van mijn Vader is plaats voor velen. Jezus laat duidelijk aanvoelen dat God het eindpunt van alles is, dat Hijzelf opweg is naar het eindpunt. God is de God van alle godsdiensten en van alle zoekende mensen, waar ook en in welke cultuur ook. De nieuwe paus zal vooral een echte Godsman moeten zijn. Iemand die zijn blik en zijn hart wijd openstelt voor alle godgelovende mensen, alle godzoekende mensen, ja zelfs voor alle mensen die zoekend zijn naar de zin en het meer in het leven. Het zou goed zijn dat de nieuwe paus een gezagvol iemand zou zijn in de Katholieke ruimte, in de religieuze ruimte en in de internationale ruimte van onze wereld. Voor deze bezinning heb ik mijn licht opgestoken in de lezingen van de 5de paaszondag en in het boek “Habemus Papam” uitgave Davidsfonds.
|
|
|
De reportage ploeg die verslag geeft over de activiteiten van de jonge Pinksterkerk is vandaag naar Samaria gekomen. Daar deed de jonge diaken Filippus opzienbarende dingen. Een jonge gemeenschap van volgelingen van de Weg schoot uit de grond. Mensen werden bevrijd en genezen en kwade geesten werden verdreven. Er heerste grote vreugde in de stad. Vandaag verwachten ze groot bezoek, ja het hoogste bezoek: Petrus en Johannes, de pijlers van de jonge kerk komen op bezoek. Ze hebben een bijzondere opdracht: Ze zijn door de kerk van Jeruzalem naar Samaria gestuurd om hen toe te rusten met het doopsel van de geest. Ze waren nog alleen maar met het water gedoopt. Ze spraken een gebed over hen uit, legden hun handen op opdat ze de H.Geest zouden ontvangen. Dit gebeuren zal in de geschiedenis van de kerk een belangrijke rol spelen. Men heeft in dit gebeuren het ontstaan gezien van het vormsel. Door het doopsel zijn ze weggetrokken uit de heidense wereld en ingetrokken in de wereld van de ware god. Door de toerusting met de H.Geest worden ze bekwaam gemaakt te leven en te getuigen van de Heer Jezus. Lid zijn van de kerk en deelnemen aan de eucharistie vindt zijn voltooiing in de zalving met de kracht van de geest: Doopsel – Eucharistie – Vormsel. Vormsel werden dan ook de initiatiesacramenten genoemd en in de jonge kerk samen toegediend aan volwassen geloofskandidaten. Juist in deze tijd tussen Pasen en Pinksteren wordt tot op vandaag het vormsel toegediend. Zo groeit ook de jonge kerk tot op vandaag. Het evangelie spreekt over de Geest. Jezus belooft aan zijn leerlingen “ de Geest”. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere helper geven, om voor altijd bij u te blijven: de geest van de waarheid. Laten we deze woorden van wat dichter bij bekijken. De geest wordt genoemd: “ De helper”. In het Grieks staat er Paraklitos, in ’t Latijn Advocatus, daarvan komt ons woord : advocaat. Een advocaat is iemand die je bijstaat in moeilijke situaties: een helper. Een advocaat is ook een soort “ vertaler, tolk” hij geeft je uitleg en stem over allerhande wetten en termen. Hij maakt het voor jou begrijpelijk. Een advocaat is ook wel een bemiddelaar, woordvoerder. Hij neemt het voor jou op. Hij zegt je wat je ter verdediging moet zeggen. Al die betekenissen steken eigenlijk in het woordje “Geest”. De Geest is een helper, een steun; hij doet ons alles beter begrijpen; hij neemt het voor je op. Bovendien zegt Jezus van die helper: Hij zal altijd bij u blijven. Jezus gaat heen: maar hij wil zijn vrienden niet verweest achterlaten. Hij zal de Geest zenden en die zal bij hen blijven. “Bij iemand blijven” wat dat betekent weten we best wanneer we zwaar ziek zijn geweest, en een geliefde bleef bij ons. Of wanneer je naast een stervende zit en alleen zijn hand kan vasthouden. De H.Geest is de blijvende aanwezigheid van de Verrezen Heer. Tenslotte noemt Jezus de helper: De geest der waarheid. Waarheid betekent bij St.Jan niet alleen iets van het verstand, maar iets dat wat moet gedaan worden. De geest der waarheid wil ons juist helpen de waarheid niet enkel te kennen maar vooral te doen. Voor het altaar staat de zevenarmige kandelaar. Zes witte kaarsen en in ’t midden, een rode kaars. Elke zondag ontsteken we een kaars en bidden we voor een van de zeven gaven van de geest. Vrede en vreugde voor het hart Wijsheid en Verstand voor onze geest Moed en sterkte voor onze wil Eerbied voor Gods naam. Zo is de hele mens doordrongen van de Heilige Geest. en worden we van Paaskerk tot Pinksterkerk. Tot de geest kunnen we elke morgen bidden: Kom H.Geest Leg Uw woord in mijn mond Uw kracht in mijn daden Uw liefde in mijn hart.
|
|
|
Een bekend frans spreekwoord zegt; “Partir c’est mourir un peu”…. Dat betekent: vertrekken is een beetje doodgaan. En inderdaad, het valt ons mensen, moeilijk iets waarmee je vertrouwd geworden bent, of iets dat je hebt opgebouwd, achter te laten of op te geven. Met pensioen gaan en dus je baan vaarwel zeggen. De mensen waarmee je al die jaren hebt samengewerkt, je vertrouwde werkomgeving laten voor wat ze is, is voor veel mensen een hele opgave. Nog erger is, als je gedwongen wordt voortaan niets meer te doen. Sommige mensen gaan echt een beetje dood en moeten opnieuw leren leven. Mensen die ooit met stervenden zijn omgegaan, weten hoe moeilijk het voor hen vaak is afscheid te nemen. “Hoe moet het verder wanneer ik er niet meer zal zijn? Zullen mijn vrouw en kinderen het kunnen redden zonder mij? Hoe moet het nu verder met de zaak?” Je ziet die zorg ook bij ouders wanneer hun kinderen zelfstandig gaan wonen of gaan trouwen. “Kunnen ze het wel aan? Zijn ze er oud en wijs genoeg voor? Kunnen ze het financieel aan?” Het is moeilijk voor mensen te geloven in de toekomst van hen die na hen komen en die zonder hen verder moeten. Nogal wat zaken lopen fout of gingen failliet, niet omdat pa er te vroeg, maar omdat hij er te laat uitstapte; te weinig vertrouwen in zijn opvolgers had. Uit de evangelieverhalen van Hemelvaart wordt duidelijk dat Jezus in ieder geval alle vertrouwen had in degenen die na hem kwamen. Hij zegt meer dan eens tegen zijn vrienden: “Het is goed voor U dat ik heenga”. Nergens zegt Hij hoe ze het moeten doen. Hij zegt alleen wat ze moeten doen. En dat is getuigen van zijn leven, zijn lijden, sterven en verrijzen. Bovendien belooft Hij hun de hulp van boven, een helper, de heilige Geest. Wat velen van ons maar moeilijk lukt, vertrouwen hebben in degenen na ons, en geloven dat anderen, jongeren bijvoorbeeld, het ook kunnen, dat doet Jezus ons uitdrukkelijk voor: Hij vertrouwt de toekomst toe aan heel gewone mensen, en in plaats van aan hen te twijfelen spreekt Hij hun moed in. Maar wanneer het eenmaal zo ver is, en Jezus is ten hemel opgevaren, dat wil zeggen: weg gaan uit hun kring, en thuis komen bij de Vader, staren zij naar de hemel, staren zij zich nog te lang blind op het verleden. Maar de kerk, is haar geschiedenis pas begonnen toen de mensen ophielden naar de hemel te staren, toen ze ophielden achterom te kijken, en oog kregen voor elkaar; toen begon het pas goed. Toegepast op vandaag : voor wie te dikwijls denken dat het vroeger allemaal veel beter was in kerk en samenleving, en te veel blijven staren naar wat voorbij is, is het feest van ’s Heren Hemelvaart een oproep vertrouwen te hebben in de toekomst die we samen kunnen en moeten maken. Hij die ons achterliet, spreekt vandaag ook in ons alle vertrouwen uit. We kunnen het te meer omdat we er niet alleen voor staan: zijn Geest is onze helper. Wim Coppieters Koningshooikt.
|
|
|
Heb je ooit al vanuit een vliegtuig of luchtballon neergekeken op de aarde? Opvallend is dat alles verbonden is met elkaar. Een dieptezicht op de wereld zegt dat alles met alles te maken heeft: mens, natuur, de dingen: er is verbondenheid. De evangelist Johannes wordt weleens een hoogvlieger genoemd en het beeld dat de evangelist voorstelt is de Adelaar. Hij vliegt hoog in de lucht naar de zon. Johannes geeft in zijn evangelie als het ware een dieptezicht op het leven van Jezus en zijn leerlingen. In het evangelie van deze zondag maakt Jezus zijn diepste wezen kenbaar. Jezus is aan het bidden: echt bidden is spreken vanuit ons diepste zijn. Uit de diepte van ellende roep ik, Heer, bidt de psalmist. Mijn ziel prijst hoog de Heer, bidt Maria. Ook in het bidden van Jezus horen wij het diepste van Hemzelf klinken. Het is een gebed op ’t einde van zijn leven… bewust dat het afscheid nabij is. Het zijn momenten dat wij “vanuit de eeuwigheid” naar het hier en nu kijken. Als ik dan luister naar dit gebed van Jezus dan heb ik de indruk dat het wezen van Jezus vooral op 2 pijlers steunde. 1. Ten eerste: Jezus ziet zijn leven als een gave van God. Zijn leven is niet iets toevalligs, maar een door iemand geschonken opdracht om er iets mee te doen. Gij hebt hem immers macht gegeven om eeuwig leven te schenken. Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij mij hebt opgedragen Want de boodschap die Gij mij hebt meegedeeld, heb ik hen meegedeeld. Zij geloven dat Gij mij gezonden hebt. Ik denk dat dit een grote kracht geeft aan het leven van een mens: bewust zijn: God geeft mij deze opdracht. Ik denk dat dit een diepe rust aan een mens kan geven als hij zijn nakend einde kan zien als het in Gods handen leggen van zijn opdracht. Leven is weven en sterven is aan God zijn stuk afgeven. Vader het uur is gekomen! Mijnen tijd is gekomen. Verheerlijk uw zoon opdat uw zoon u verheerlijke. Aanvaarden dat zijn dood verheerlijking betekent. 2. De tweede kentrek van Jezus diepste wezen lijkt mij te zijn: dat Jezus zich bewust is dat de mensen hem ook gegeven zijn. Zij behoren U toe: Mij hebt Gij ze gegeven. Aan allen die gij hem gegeven hebt. Ik bid voor hen omdat ze U toebehoren. Het bewustzijn dat de mensen hem “gegeven” zijn: niet zijn bezit. Dit bewustzijn is wellicht de bron van zijn diepe eerbied voor de mensen, de bron ook van zijn groot geduld met de mensen: niet wat ze nog maar waren en nog niet waren. tarwe en onkruid mogen nog samen zijn in een mensenleven. Vanuit zijn diepste houvast kon Jezus mensen loslaten en uit handen geven. Ook voor ons houdt dit een belangrijke opdracht in. Wij kunnen nooit over mensen spreken in termen van bezit, en nog minder handelen vanuit een bezitsgedachte. Mijn man, mijn vrouw, onze kinderen, mijn parochianen. Wij spreken er gemakkelijk over alsof ze ons bezit zijn. - Ouders van grotere kinderen beseffen hoe moeilijk het is de eigen verwachtingen over de kinderen in evenwicht te houden met de mogelijkheden en verwachtingen van de jongeren. Dat onkruid en tarwe onontwarbaar zitten in het leven en je toch moet blijven geloven dat er een goede oogst zal zijn is niet eenvoudig. - Als priester ben je soms ook zo tegenover de mensen. Je voelt je soms ongelukkig omdat ze niet beantwoorden aan je verwachtingen. Als je ’s zondags samenkomt hoop je echt een gemeenschap te kunnen vormen waar de mensen echt meedoen en meeleven. En als dat dan niet zo is dan bekruipt je weleens de ontmoediging en de pijn. Laatst zei mij iemand:” Misschien moeten wij ook het ritme van de parochianen respecteren. Ze hebben ook het recht om te groeien als gelovige volgens hun eigen ritme”. Het is niet zo eenvoudig dit te aanvaarden. Jezus kon dat blijkbaar: Zijn leven zien als een gave en opgave. De mensen zien niet als een bezit. “U behoren ze toe” zegt Hij. “Ik bid voor hen omdat ze u toebehoren”. Cardijn: Als leiders kloegen hoe moeilijk het was om bepaalde jongeren te overtuigen vroeg hij: “ Wat heb je al gedaan? Heb je ook al voor hen gebeden? Ze zijn op de eerste plaats kind van God”. Ze zijn je gegeven. Hier vinden we de zin van het bidden voor elkaar: ouders voor kinderen, kinderen voor ouders, pastoor voor zijn parochianen en omgekeerd Om elkaar te leren en blijven zien als door God “gegeven”. Ze worden ons toevertrouwd, maar U God behoren ze toe. Laten we vandaag zo bidden voor mekaar dat Jezus diepe levenshouding ook in ons moge groeien. Leven is een geschenk, gave en opgave. Medemensen worden ons toevertrouwd. Zo zal Jezus levenshouding ook de onze worden.
|
|
|
Tot de 1500 misdienaars in Scherpenheuvel zei de Kardinaal: ”Misdienen heeft een buitenkant en een binnenkant”. Wit kleedje aandoen en je klaarmaken is buitenkant. Even denken: ben ik mooi van binnen, zit alles netjes in de plooi in mijn hart. Dat is de binnenkant Met een brandende kaars bij het evangelieboek staan is de buitenkant. Dan moet je eventjes denken: brandt er in mij ook een vlammetje voor Jezus en voor zijn woord: dat is de binnenkant. Brood en wijn aanbieden aan de priester bij de offerande dat is de buitenkant. Geef ik ook iets van mezelf aan Jezus: wil ik “Hem dienen” dat is de binnenkant. Misdienen heeft een buitenkant en een binnenkant. Wellicht is de binnenkant de belangrijkste: de binnenkant zorgt er voor dat de buitenkant echt is en authentiek overkomt. Zou dat alleen voor misdienaars gelden en niet evenzeer voor elke christen en voor elke kerkganger? Ook aan ons worden uiterlijke dingen gevraagd in de liturgie: opstaan, een kruisteken maken, de hand reiken, naar voren komen en de handen uitsteken, eten, bidden en zingen. Zou het ook voor ons niet belangrijk zijn dat we dit niet alleen uiterlijk verzorgen, maar dat het ook innerlijk bezield zouden doen. Anders dreigt het vlug oppervlakkig en onverschillig te worden. Vandaag wordt ons verteld hoe de Paaskerk een Pinksterkerk werd. De leerlingen zitten bang bij elkaar. De deuren van de zaal goed gesloten uit vrees voor de joden. Meer dan de deur van de verblijfplaats is ook de deur van hun hart gesloten. Jezus staat plots in hun midden en blaast hen als het ware nieuw leven in. En Lucas vertelt dat de geest was als een frisse wind, als de wind van achteren: een wind die hen naar buiten sleurde. Dat de geest een vuur was die hen vurig maakte en hen met vuur deed spreken. Dat de geest als het ware een talenwonder tot stand bracht tussen alle aanwezigen zodat ze elkaar verstonden. Vanaf die dag treden ze voor goed naar buiten. De tijd van de jonge kerk is aangebroken. Pinksteren is juist het feest van de innerlijke kracht. De Geest is de bron van de innerlijke kracht De Vader is God boven ons De Zoon is God naast ons De Geest is God in ons. Tot de H.Geest bidden we: Kom Heilige Geest. vervul de harten van uw gelovigen. Ontsteek in hen het vuur van uw liefde Zend uw kracht en zij zullen herschapen worden en Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
|
|
|
Drievuldigheidszondag
Bij de doop werden we met water begoten in de naam van de Vader, de Zoon en de H.Geest. Het eerste wat moeder ons leerde over onze godsdienst was het kruisteken maken. Het laatste dat de priester zal doen bij het graf is een kruisteken maken over ons lichaam. Het leven van een christen staat helemaal in het teken van de H.Drievuldigheid. Vader, Zoon en H.Geest. In het beeld van de H.Drievuldigheid wordt ons heel de rijkdom van God meegedeeld: heel Zijn volheid. God Vader zegt ons dat God boven ons is, als wet en gezag en Hij verwacht van ons een houding van gehoorzaamheid. God Zoon zegt ons dat God in Jezus de God naast ons is, Hij roept ons op tot navolging. God H.Geest zegt ons dat God in ons is, als levensadem en bron van onze creativiteit. God boven ons, God naast ons, God in ons. Zo is heel ons leven overspannen door God zowel in de tijd als in de ruimte. We zouden het feest van de H.Drievuldigheid ook kunnen noemen het familiefeest van God. God is geen eenzame God, hoog op zijn troon, neen, God is een gemeenschap. God is relatie en verbondenheid. Onze wereld heeft het moeilijk met relatie en verbondenheid. In vele huwelijken lopen relaties stuk en verbondenheid tussen mensen ligt moeilijk in onze tijd. “ Iemand zijn” betekent op onze dagen… baas zijn, zelfstandig zijn, van niemand afhangen, niemand nodig hebben. En ons praktische gedrag ligt ook dikwijls in die lijn. Hebben is hebben zegt men. Eerst oompje en dan oompjes kinderen. Ieder voor zich. De ene zijn dood is de ander zijn brood. Zo is het vaak tussen mensen. “Iemand zijn” betekent voor velen niet gebonden zijn. Er zijn voor de andere; mededeelzaamheid is de grondtrek van Gods familie. Elk is zichzelf en toch is elk verbonden met de ander. Er is “eenheid zonder versmelting” en er is “ verscheidenheid zonder afstand”. “ Eén God in drie personen”. In het Onze Vader bidden we telkens: Uw wil geschiede op aarde als in de hemel. Op aarde moet het worden zoals in de hemel. Tussen mensen moet het worden zoals het is bij God: Persoon en gemeenschap, op zich en verbondenheid. Ieder mens heeft zijn eigenheid. Ieder mens moet zichzelf kunnen zijn. Elk kind heeft zijn eigen levensroeping. ieder zijn vrijheid. Maar tegelijk moet ik zo verbonden zijn met de ander dat ook hij zichzelf kan zijn; mijn vrijheid eindigt bij de vrijheid van mijn medemens. Dit is moeilijk in onze wereld. Al de problemen rond de multiculturele samenleving tonen aan hoe moeilijk het is het opkomen voor zichzelf in harmonie te brengen met verbondenheid en respect voor de medemens. Meer en meer dreigt het individualisme tot egoïsme te verglijden: “ Ik vooraan”, zelfs ten koste van de andere. De andere moet wijken voor mijn belang. De abortuswet lijkt zulk een houding goed te keuren: het ongewenste kind moet wijken voor mijn plezier, voor mijn geluk. De euthanasiewet of de snel-dood-wet bedreigt zelfs het leven van de zwakke en zieke mens. De zieke of zwakke mens die een last wordt voor de familie en omgeving, die teveel geld kost aan zorgen voor de maatschappij, is niet meer beschermd door de Heilige Wet van “ respect voor het leven” en het Heilig verbod: Gij zult niet doden.
De snel Belg wet moet na enkele maanden al bijgestuurd worden omdat ze de
deur van het land openzet voor terroristen en mensensmokkelaars. Wat zal er
gebeuren als blijkt dat de snel-dood-wet de deur openzet voor materialisten
die voor geld tot alles bereid zijn. Maar hij voorspelt: In een wereld zonder Vader figuur is het plots ontzaggelijk kil en koud geworden. Als de vader weg is hebben de kinderen het koud, ze missen de veiligheid en geborgenheid van de vader. ( Was ons vader maar thuis!) Er is veel te doen over veiligheid en onveiligheid in onze wereld. Gaat het alleen maar over criminaliteit op straat of in de huizen. Is de diepste wortel van de onveiligheid niet het gebrek aan respect. Waar geen respect is voor het leven, voor de mens, voor de natuur voor de bezittingen van iemand daar groeit de onveiligheid zienderogen. respect – respicere – betekent “ opkijken naar iemand” opkijken naar je ouders, je opvoeders, de gezagdragers, God als hoogste gezag. Dat zullen we moeten ontdekken en leren, willen we een veilige wereld.
Het feest van de H.Drievuldigheid roept ons op te blijven geloven: Dat God – Vader nodig is “als wet en gezag voor ons leven” Dat God – Zoon ons leert hoe wij tot universele broederschap groeien. Dat God – H.Geest de innerlijke kracht moet zijn om tot diepe verbondenheid te komen.
|
|
|
Sacramentsdag H.Bloed
Met H.Bloed kijken we naar het verleden We vertellen een stukje geschiedenis aan elkaar ( zie grabbelton) Wij kijken op naar het H.Bloeddoek, kostbaar symbool dat verwijst naar Jezus aanwezigheid tussen de menen. We zingen een lied om onze vreugde en hulde uit te drukken O Kostbaar bloed Gevloeid aan ’t kruis voor mij Onschatbare prijs Die kocht de zielen vrij. En wij komen naar voren om het reliek van het H.Bloed te vereren. Zo gedenken wij het verleden en de tekens die God gaf aan zijn volk. De eerste lezing riep ons op het verleden te blijven gedenken. Onze God is immers een God die doorheen de tijden op weg gaat met zijn volk. Wie voorbij gaat aan de wijze waarop hij toen met zijn volk op weg ging loopt het gevaar ook na de sporen van zijn aanwezigheid niet te ontdekken. Voor het Joodse volk was het grote teken van zijn aanwezigheid het manna dat bijzondere voedsel dat God schonk. Meer dan voedsel voor het lichaam wilde God zijn volk doen, beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. De tekenen die God geeft nodigen het volk uit tot geloof en vertrouwen in hun God. Ook het teken van H.Bloed wil ons uitnodigen tot geloof en vertrouwen in Gods nabijheid in het leven.
Het H.Bloeddoek werd plechtig binnen gebracht in onze gemeenschap. Vergezeld door de vertegenwoordigers van de gebuurtes. Ze droegen het licht mee voor de Heer. Zelf willen ze in de schaduw staan maar het licht moet stralen rond de Heer. Zo droegen eens de leiders van de twaalf stammen van Israel onder grote vreugde van het volk de Ark des verbonds de tempel binnen. Ook de gemeenschap liet zich niet onbetuigd: Ze stonden uit eerbied recht en begroette zingend de Heer zelf. Heilig, Heilig, Heilig Zij Uw bloed geprezen Jezus, hoor ons smeken aan Laat ons rein door ’t leven gaan.
H.Bloed is een gemeenschapsgebeuren. Er moeten veel mensen bij betrokken zijn. Veel volk in de processie en veel volk langs de processie: dan pas is het echt H.Bloed Zo wijst H.Bloed op een kentrek van ons geloven zelf: geloven doe je niet op je eentje, dat beleef je in gemeenschap. Als het geloof los komt te staan van de gemeenschap verkwijnt het en sterft het af. Geloof moet zich dan ook uiten in een grotere gemeenschapszin. In de tweede lezing zegt Paulus ons: Omdat het brood één is vormen wij allen te samen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene lichaam. Samen zijn rond dit teken van de Heer nodigt uit tot groter samenzijn in onze gemeenschap. H.Bloed, gedragen door de gemeenschap.De gemeenschap gedragen en gevormd door het H.Bloed.
Het evangelie brengt ons tot de derde stap van heel het H.Bloed gebeuren. Leven in eeuwigheid betekent: Volheid van leven, zinvol leven. Jezus geeft aan ons leven diepte, inhoud. Hij wil het ontrukken van de leegheid, de oppervlakkigheid, uiteindelijke zinloosheid. Maar dit vraagt geloof: geloof dat Jezus zelf levenwekkend is. Dat zijn boodschap levend brood is. Reeds toen raakten de mensen in discussie over deze woorden. Ze zijn niet zo gemakkelijk te aanvaarden. Toen niet en nu niet. Hoor je nu niet mensen zeggen: Je kan toch een goed mens zijn zonder te geloven. Je kan toch ook goed leven zonder God of kerk. Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? Vroegen de Joden. Op het niveau van Christus kan je maar leven als je Hem maakt tot voedsel van je leven.
Daarom vindt de viering van H.Bloed zijn voltooiing in de eucharistie. Daar komt hij aanwezig, om aanwezig te zijn in ons. De consecratie van brood en wijn moet leiden tot de consecratie van ons leven. Bij de communie zeggen we: Amen! Het is beamen dat de Heer aanwezig is. Het is vooral de Heer toelaten en je bereid verklaren dat hij in je eigen bestaan aanwezig mag zijn. Laten wij vandaag met meer geloof de Heer ontvangen zodat H.Bloed het feest mag zijn van zijn tegenwoordigheid onder ons.
|
|
Feest van het H.Hart
Vrijdag was het feest van het H.Hart. De H.Hart devotie is voor jongeren een totaal onbekende en voor vele ouderen alleen nog herinnering. Herinnering aan de jaarlijkse bloemenhulde op de vele dorpspleinen, aan de eerste vrijdagvieringen, de maandelijkse bondsmis van de bonden van het H.Hart en de acte van ereboete die plechtig gebeden werd. In vele woningen werd het H.Hartbeeld geintroniseerd. Er is veel veranderd. Devoties mogen veranderen. Verschillende tijden hebben andere smaken, leggen andere accenten. Toch blijft de kern van het H.Hartfeest belangrijk voor elke tijd en elke generatie. Het gaat namelijk over de liefde van God voor ons. God heeft hart voor ons. In de bijbel hebben we meerdere voorstellingen van die liefde van God voor de mens. - Denken we maar aan het beeld van de Goede Herder: God die het opneemt voor zijn kudde. God die op zoek gaat naar het schaap dat verloren is. God is een herder. - Denken we maar aan de parabel van de Verloren zoon: de parabel van de barmhartige vader. Jezus is gekomen om te redden wat verloren was. Ik ben de Goede Herder. De H.Hartdevotie gaat terug naar het bijbelverhaal van de soldaat die Jezus zijde doorboorde en hem een hartsteek toebracht. Terstond kwam er water en bloed uit! Symbool van het doopsel en de eucharistie, zegden de kerkvaders. Het hart is de zetel van de liefde: het levenscentrum. Zo is de liefde het hart van het christen zijn. En Jezus doorstoken hart is het beeld van Gods grenzeloze liefde voor de mens: maar meteen een uitnodiging tot liefde voor de mens. Met de ene hand wijst Jezus naar zijn hart: Aanschouw mijn liefde, met de andere wijst hij naar de mens: beleef mijn liefde door je liefde voor elkaar. Liefde tot God en vanuit God tot de mens. In de eerste lezing zegt St.Jan: de liefde komt van God. Wij kunnen maar liefhebben omdat God ons het eerst bemind heeft. Jezus heeft ons niet alleen Gods liefde getoond maar Hij heeft ons die liefde meegedeeld. Hij maakt ons liefde bekwaam. Iemand die in de gevangenis werkt zei me eens: “Vele gevangenen hebben nooit in het leven ervaren dat ze bemind werden en daardoor werden ze zelf onbekwaam om liefde te geven”. “ Het grootste geluk in het leven is de zekerheid bemind te worden”. En toen ik aan een gevangenis aalmoezenier vroeg: “ Hoe praat je nu met gevangenen over God”? zei hij:” Ook als je emmer leeg is en je geen verdiensten kunt voorleggen is God er nog die van je houdt”. Bij God mag je met een lege emmer aankomen.
Het feest van het H.Hart leert ons die blijde boodschap: Er is altijd iemand voor wie je mag bestaan; voor wie je de moeite bent. Je daaraan vasthouden kan het begin zijn om opnieuw op weg te gaan in het leven. God is altijd de eerste in de liefde.
In het evangelie zegt Jezus: “Neemt mijn juk op uw schouders”. Als ik het woordje “ juk” hoorde deed het mij altijd denken aan iets dat het leven bezwaard, moeilijk maakt. Van het juk moet je je bevrijden. Tot ik onlangs de afbeelding zag van het “ Zeeuws meisje”. In typische Zeeuwsenkledij heeft ze een juk op haar schouders en aan beide zijden grote bollen Hollandse kaas. Dank zij het juk kan ze de zware lasten zonder moeite dragen. Een juk verlicht het werk, verhoogt je draagkracht. Toen begreep ik het woord van Jezus: Neemt mijn juk op uw schouders. Jezus bezwaart niet ons leven, maakt het niet lastig. Neen, Hij verlicht onze lasten die we te dragen hebben. Jezus verhoogt onze draagkracht. Terecht zegt Hij tot ons: “ Komt allen tot mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, ik zal u rust en verlichting schenken”. Het hart is symbool van Gods trouwe liefde. Het juk symbool van Gods draagkracht in ons leven. Laten we met die twee beelden voor ogen vreugdevol het feest van het H.Hart vieren.
|
|
|
In zijn boek “ Heeft God de kerk nodig?” houdt de Duitse theoloog Gerhard Lohfink een pleidooi voor en positieve houding tegenover de kerk. Een tegendraads pleidooi zouden we kunnen zeggen want heel wat mensen en heel wat christenen hebben vooral moeite met de kerk. Heeft Jezus de kerk gesticht? Uit alle evangelies blijkt duidelijk dat Jezus rond zich een gemeenschap heeft verzameld en wel een gemeenschap met een zekere structuur. Vandaag horen wij dat Jezus de “twaalf apostelen” roept. Jezus riep er twaalf. Het getal 12 doet denken aan de twaalf stammen van Israël. De gemeenschap die Jezus rond zich verzamelt onder de leiding van de twaalf apostelen is dus de voortzetting van het Volk van God uit het Oude Testament. De kerk is dus de voortzetting van het volk van God uit het Oude Verbond. De twaalf apostelen worden met name genoemd, zoals de twaalf stammen van Israël de namen droegen van de zonen van Jacob. Binnen de groep van de twaalf was er een groep van drie die nauwer betrokken waren met Jezus. Petrus, Jacobus en Johannes. We zouden ze het kernkabinet van de Heer kunnen noemen. Ze waren aanwezig op de belangrijke momenten in Jezus leven. Op topmomenten zoals bij de gedaanteverandering op de Taborgberg, maar ook op dalmomenten zoals tijdens Jezus doodstrijd in de hof van Olijven.
En binnen deze drie was Johannes de lieveling leerling van Jezus. Hij wordt meermaals genoemd “ De leerling die Jezus liefhad”. Naast de twaalf is er ook sprake van “leerlingen”. Het is een groep die door Jezus geroepen wordt en gezonden wordt. Zo zijn er de groep van 70 leerlingen die twee aan twee gezonden worden. Sommigen worden met naam genoemd: bv. Matthias, Jozef van Arimatea, Kleofas, Nathanael, Maria Magdalena. Naast de leerlingen is er ook regelmatig sprake van het volk. Dat zijn de mensen die Jezus boodschap positief opnemen. Aan de leerlingen zegt Jezus: Kom en volg mij. Tot het volk zegt Jezus: Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap Apostel, leerling en volk: deze structuur loopt door heel de evangelies. Deze structuur is wezenlijk voor het nieuwe volk van God zoals Jezus het ziet. Deze structuur mag de kerk niet opgeven. Op de vraag heeft Jezus de kerk gesticht moeten we dus zeggen: neen en ja.
Neen, omdat het volk Gods gestructureerd en gebouwd op de twaalf stammen ouder is dan Jezus en reeds in het oude testament aanwezig is.
Ja, in die zin dat Jezus zich een gestructureerde gemeenschap heeft verzameld, gebouwd op de twaalf apostelen die een duidelijke band legt met het oude testament. De kerk is geen Fremdkoerper, dat uit de hemel is komen vallen of door de mensen is bedacht. Zij is het open bloeien van wat reeds in het oude testament was gezaaid. Het hele volk wordt uitgenodigd zich te bekeren en te geloven in de blijde boodschap . Binnen dit gelovige volk roept de Heer leerlingen om hem te volgen en dat alles gebeurt onder leiding van de twaalf en hun opvolgers.
Het evangelie eindigt met de woorden: Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven. Als Jezus zijn apostelen roept, maakt Hij hen direct duidelijk, dat zij gratis moeten verder geven, wat zij gratis zullen ontvangen. Graag gedaan, voor niets! Is dat wereldvreemd, irreëel? Toch niet, zo zijn er altijd mensen. Ik denk aan de zusters in ziekenhuizen, die niet bang zijn voor overuren en die tijd maken voor een persoonlijk contact met de mensen. Ik denk aan zovele priesters die zich toch elke dag belangloos inzetten voor de zieken en bejaarden. Graag gedaan, ik heb er plezier aan beleefd. Ik denk aan die moeder die catechese geeft, zij moet zich haasten met haar werk, dan is haar kind nog ziek en toch.. geeft ze elke week haar onderricht, vergast de kinderen op een oliebollennamiddag, zo maar… Graag gedaan. Ik denk aan die man, die zich elke week inzet als koster en dan van de mensen nog moet horen: “Dat zal hij ook wel niet voor niets doen, hij zal er wel goed voor betaald worden”. Niemand denkt aan de telefoons op zijn rekening of aan de benzine die hij voor een goed doel verrijdt. Maar wie weet dat Gods rijk nabij is, wie wil meewerken aan de opbouw van Gods Rijk, die verwacht geen vergoeding van de onkosten, geen terugbetaling van overuren, die denkt alleen aan de zieken, die geholpen moeten worden, aan de bedroefden die men wil troosten, aan de boze geesten die uitgedreven moeten worden, zulk werk wordt niet betaald met goud of zilver, met eretekens of premies. Hier telt alleen de liefde tot de medemens.
|
|
|
Op de Camino
Zaterdagavond 4 juni gingen Jan en ik om 20u. naar de mis in de prachtige kerk van Carion de las Condez. Ik mocht mee concelebreren met de pastoor. Op ’t einde van de mis vroeg de pastoor dat de pelgrims in de kerk allemaal naar voren zouden komen voor een speciale zending en zegen. Een 40 tal pelgrims kwamen voor het altaar staan. De pastoor zei twee dingen tot de pelgrims: 1. Je moet niet ongerust en bezorgd zijn: de Camino leert aan de pelgrims dat God zorg draagt voor de mensen en dat wij niet te veel mogen meenemen op onze Camino. Draag zorg voor elkaar en je gaat ontdekken dat er ook voor u zorg gedragen wordt. Jezus en St.Jacob wijzen ons de weg van onbezorgdheid voor onszelf en van heilige zorgzaamheid voor elkaar. 2. Als christenen op de Camino hebben jullie een bijzondere opdracht. Je zal op de weg mensen ontmoeten die God of Jezus niet of nauwelijks kennen, je bent misschien zelf zoekende in het leven: durf vanuit je hart spreken met elkaar. Alleen dan ben je een rijkdom voor elkaar. Daarna mocht ik samen met de pastoor de zegen geven. Tijdens onze verdere tocht zouden we dit meermaals ervaren. 1. Op een dag ontmoetten we Jean-Francois uit Compiegne. Hij was 65 en pas op pensioen. Hij had zijn tocht moeten onderbreken voor de begrafenis van zijn broer priester die onverwacht gestorven was. Nu ging hij zijn tocht verder zetten. Op de Camino leer je dat je het leven niet in handen hebt, maar dat je het voortdurend ontvangt uit Gods hand. Het is belangrijk dat we durven leven met een zekere onbezorgdheid voor onszelf maar tegelijk een heilige zorg voor de medemens. Jezus heeft ons geleerd te bidden voor het dagelijks brood: “Le pain de ce jour” zei hij. Niet dat voor volgende week of volgend jaar. Ook de mensen in de woestijn mochten geen voorraad opslaan van het Manna dat God hen te eten gaf. Enkel voor vandaag. Zo moesten ze zich bewust zijn dat God zorg draagt voor hen. Hij zei het zo: Le pain d’ hier est rassis. Le pain de demain n’ est pas cuit. Cul compte le pain d’ aujourdhui. Jezus spreekt vandaag over de mussen: mijn vriend Jan was voortdurend getroffen dat er zoveel mussen waren onderweg. Als je ergens aan ’t picknicken was waren ze onmiddellijk in de buurt. Op sommigen plaatsen kwamen ze bijna uit je hand eten…… je kan het dan ook niet nalaten ze wat toe te werpen. Als God zorg draagt voor de mussen dan moeten wij dat ook een beetje doen. 2. Onderweg leerde ik ook Francis kennen. Hij kwam uit Parijs, woonde in Zwitserland, was getrouwd met een Duitse, en had 4 kinderen. De jongste 15 jaar. Hij vertelde dat er heel wat overleg nodig was geweest met zijn vrouw om op z’n eentje de Camino te mogen doen. De laatste honderd km doen ze samen. Zo kregen we een hele babbel over de Camino. “Voor mij, zei Francis, zijn de ontmoetingen het belangrijkst”. “Les rencontres sont le relief de la vie». De echte ontmoetingen geven het reliëf aan het leven. Ik schreef het op in mijn notaboekje. Inderdaad, zonder echte ontmoetingen wordt het leven saai en oppervlakkig en in het gewone leven wordt er veel gekletst en geroddeld maar ontmoetingen zijn zeldzaam. Je kan maar iemand ontmoeten als je vanuit je innerlijk durft spreken. Jezus zegt het in het evangelie vandaag: “Wat ik u zeg in het duister, spreek dat uit in het licht en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondig dat van de daken”. Zou Jezus hier niet bedoelen dat we moeten durven spreken met elkaar vanuit ons innerlijk: vanuit onzen buik zouden we kunnen zeggen en niet alleen vanuit je verstand en je theorieën. Les rencontres sont le reliëf de la vie: ontmoetingen geven het reliëf aan het leven. ’s Anderendaags zitten Jan en ik op een boomstam een banaan te eten. Wie komt daaraan: Francis. Blij weerzien na gisteren. Plots vraagt hij mij: “Mr pastoor wilt ge mij het weesgegroet eens leren… ik zie mensen met een rozenkrans in de hand bidden, ik zou willen bidden. Ik heb dat als kind geleerd maar helemaal vergeten”. We baden het weesgegroet in ’t Frans. hij probeerde na te bidden. “Wil ik het opschrijven” vroeg ik. “Nee, nog een maal samen bidden. Je vous salue Marie... Francis was weg. Wij waren er een beetje stil van… Inderdaad: echte ontmoetingen geven reliëf aan het leven. Beste vrienden, wij hier in West Europa met onze welvaart en luxe denken vaak dat kerk en geloven van den ouwen tijd is en we durven er niet over spreken... Op de Camino ontdek je hoe belangrijk geloven is en dat het een weldaad is voor jezelf en je medemensen dat je kan geloven. Geloven maakt zorgeloos en leert mensen elkaar te ontmoeten.
|
|
|
Volgen en opnemen
Feit: in de opdracht om de wereld menselijker te maken staan wij in deze tijd niet alleen. Gelovige en niet gelovige mensen werken samen aan dezelfde opdracht. Maar in de opdracht om het kruis te aanvaarden, staan wij wel alleen. De prediking van een gekruisigde Christus was reeds in Paulus tijd een ergernis voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen. Voor Paulus Gods kracht en Gods wijsheid. Niets kenmerkt het christendom zo wezenlijk als de prediking van het kruis. Onmacht en kracht, zwakheid en vrijheid, kruis en verrijzenis horen onafscheidelijk bij elkaar en de navolging van Christus dwingt ons tot het prijsgeven van ons eigen leven voor anderen. De eerste christenen hebben die oproep van Jezus in de engste zin van het woord verstaan. Voor hen betekende het de oproep om bereid te zijn tot het martelaarschap. Zij wisten dat de navolging kon gaan tot gelijkheid met Jezus in een gewelddadige dood. Nu is dit uitzonderlijk. Voor Jezus zelf was het kruis het logisch gevolg van heel zijn levenshouding. Hij zag steeds duidelijker in, dat als Hij trouw wilde zijn aan zijn zending en opkwam voor barmhartigheid en gerechtigheid, Hij niet kon ontkomen aan de onverzoenlijke vijandigheid en de dodelijke haat van anderen. Ook wij christenen moeten zich tegenover elk gezag en in alle omstandigheden evangelisch opstellen. Als wij de weg van Jezus gaan, zullen wij ook elke dag de risico’s en de offers op ons moeten nemen. Ook op ons wacht het dagelijks kruis ter wille van de navolging van Jezus. Intreden in een klooster betekende een totale verandering van leven. Je kreeg een andere naam, andere kleding, vaak een ander soort kapsel en een apart schoeisel. Bovendien heerste in zo’n klooster een ander soort dagorde en een eigen rangorde. Je ging niet meer naar huis. Je had je vader en moeder verlaten en gekozen voor een heel nieuw leven, helemaal voor de Heer. Missionarissen deden het door hun leven en vaak hun gezondheid op het spel te zetten voor de verkondiging van het evangelie. Er is heel wat veranderd in de kerk, in de kloosters en bij de missionarissen. Een ding blijft altijd overeind: Jezus zet ons voortdurend op een kruispunt. Je kan meerdere kanten uit, maar je moet kiezen en elke keuze betekent het loslaten van een deel mogelijkheden. Jezus zet ons niet alleen op het kruispunt. Hij zet zichzelf op het kruispunt. Hij nodigt ons uit onszelf los te laten, nieuwe wegen te durven gaan. “Omwille van Mij”. Jezus volgen betekent “de andere” opnemen. De “andere” dat kan een profeet zijn, maar ook een kind of een kleine onaanzienlijke mens. Zo zien we dat eerste en tweede gebod onafscheidelijk verbonden zijn. Jezus volgen, Jezus in je leven opnemen vraagt tegelijk dat men de medemens opneemt in zijn hart, in zijn leven, soms zelfs in zijn huis. Hiervan hoorden we een mooi voorbeeld in de eerste lezing. De profeet Elisa wordt gastvrij opgenomen door de welgestelde vrouw van Sunem De profeet is er niet alleen gast aan huis, hij krijgt zelfs een eigen ruimte in hun huis en in hun hart. Er wordt verbouwd, gemetseld en getimmerd en de lamp brandt. God zal haar gastvrijheid lonen met een nieuw levensperspectief door een kind als Gods geschenk Het kind zal heten” God heeft geholpen”.
|
|
|
“Ben ik dan mijn broeders hoeder”, vroeg Kain aan Jahweh toen deze hem rekenschap vroeg over de dood van zijn broer Abel. Het is ook een vraag van alle tijden. Ben ik verantwoordelijk voor mijn medemens? - Neen zeggen velen op onze dagen: Uit bescheidenheid Wie ben ik dan wel dat ik mij zou inmengen in het leven van mijn medemensen. De ander moet het zelf maar weten: hij is oud genoeg. De andere kant opkijken is veel verstandiger. Vanuit het hedendaags denken We komen uit een tijd van sterke bemoeizucht, ook de kerk moeide zich in ’t verleden erg met het persoonlijk leven van de mensen. Gelukkig heeft de hedendaagse mens dat juk afgeworpen en is er een proces van liberalisering, vrijheid in de plaats gekomen. De eigen verantwoordelijkheid werd weer erkend en de mens kon weer vrij ademen. We gaan de klok niet terugdraaien. - Ja, zeggen de lezingen van vandaag. Als jij de boosdoener niet waarschuwt voor zijn gedrag, zal hij sterven omwille van zijn slecht gedrag; maar Jahweh zal u rekenschap vragen omdat gij niets ondernomen hebt om hem tot inkeer te brengen zegt de profeet. En Jezus zegt dat wij iemand die verkeerd doet moeten terechtwijzen. Wel behoedzaam en met tact en bewust van eigen zwakheid. In echte broederschap is er plaats voor onderlinge kritiek en terechtwijzing. Een vriend, een broeder is hij die mij de waarheid zegt. Wat moeten wij met zo’n boodschap beginnen. Ieder van ons ontmoet regelmatig mensen die het niet zo nauw nemen met allerhande voorschriften of die in situaties leven die niet helemaal overeenkomen met wat wet of kerk voorschrijft. 1. Het evangelie lijkt mij te zeggen; durf met de betrokkene spreken. Durf het bespreekbaar maken Het treft mij hoe gemakkelijk wij over iemand spreken, maar hoe weinig met de betrokkene gesproken wordt. Er wordt lustig over hem geroddeld, maar angstvallig met hem gezwegen. Dat is fout zegt Jezus. Durf het bespreken. 2. Maak het bespreekbaar met tact. Onder vier ogen, met een paar mensen, pas uiteindelijk bij de verantwoordelijken van de gemeenschap. Smijt het zomaar niet in volle vergadering in iemands gezicht zodat hij geen verweer heeft of geen kans om zich te verantwoorden. De eerste kerk was een liefdesgemeenschap. En vanuit die liefde groeide een echte bezorgdheid voor elkaar en vanuit die bezorgdheid dierf men iemand terecht wijzen die de verkeerde weg op ging. Vaak horen we mensen zeggen: Dat moest er van komen! Iedereen kon het zien aankomen! Hoe weinigen beletten dat het zou gebeuren. Wellicht is het omdat we nog te weinig van mekaar houden dat we daartoe niet in staat zijn. 3. Soms komen wij door onze openhartigheid in conflict met iemand of ontstaat er een situatie waarmee we ons niet kunnen verzoenen. Wat kunnen we dan nog doen? Bisschop Ernst schrijft: In tijden van conflict of gepolariseerde situaties zijn 2 dingen mogelijk: Diepere lagen van geloof en leven aanboren dan die waarop de scheiding der meningen zich voltrekt. bv. het samen blijven bidden, bidden voor, wanneer twee van u eensgezind iets vragen zullen zij het verkrijgen. Het onderhouden van verbindingen, ook al hebben die alleen maar een uiterlijk karakter. Dus, het contact met die ander niet definitief afbreken, maar proberen het uit te houden met het onbevredigende of zelfs de leegte van dit contact. Een huismoeder die in conflict lag met haar grotere dochter: “Hou de deur open; al is’ t maar om de was te brengen”. Laten wij vandaag bidden om te mogen groeien in die geest van openheid en broederlijkheid, waartoe Gods woord ons uitnodigt.
|
|
|
Vergeven is Ver-geven.
Ver gaan in het geven. Inderdaad wie vergeving schenkt, schenkt niet iets aan zijn medemens, maar biedt zichzelf aan om terug vrede-mens te worden. Wie vergeving ontvangt, ontvangt niet iets, maar iemand in zijn leven. Vergeven is dus een heel persoonlijk gebeuren. Als het over vergeven gaat in de kerk voelen velen zich ongemakkelijk. Ze stoten op de eigen onmacht om vergeving te schenken of ze stoten op de onwil van de ander om tot vergeving te komen. Het is daarom goed dat we met deze onmacht en deze pijn tot bij God mogen komen en ons zo aan hem toevertrouwen. Hij zal ons aanvaarden – zoals we zijn – want zijn barmhartigheid is grenzeloos. Dat neemt niet weg dat wij ons blijven openstellen voor zijn boodschap over vergeving. De lezingen van vandaag nodigen ons daartoe uit. De eerste stap om tot vergeving bereid te zijn is het besef van onze eigen zonde en zondigheid. In ieder van ons zit stof voor een misdadiger en stof voor een heilige zei Don Bosco. De omstandigheden waarin wij leven en de eigen daden bepalen vaak de levensloop van mensen. Zo de eerste lezing. Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens, om vergeving bidden voor zijn eigen zonden? Als iemand die zelf maar een mens is volhardt in zijn wrok, wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden. Als wij ons niet meer bewust zijn van eigen zwakheden en fouten, worden wij vlug hard en onverbiddelijk voor onze medemensen. De moderne mens zet zich gemakkelijk op eigen gelijk; daarom is vergeving zo moeilijk. Leef in het besef dat God zich voortdurend barmhartig en vergevingsgezind tegenover ons opstelt. “ Denk aan het verbond van de Allerhoogste” zegt de eerste lezing. Dan zul je je uitgenodigd voelen om op uw beurt barmhartig en vergevingsgezind te zijn. Het evangelie wijst in dezelfde richting. Tot 7 x 70 maal vergeven betekent “Altijd”. Dit is Gods maatstaf – die wij moeten proberen te hanteren. Dit is typisch christelijk. De parabel die Jezus vertelt wil ons juist leren dat wij bij God dik in het krijt staan. Een onnoemelijk grote schuld was het voor de eerste dienaar. Maar God vergeeft het zonder tegenprestatie. Wat de anderen tegenover ons tekort geschoten zijn is maar een peulschil, vergeleken met onze schuld bij God. Schuld betekent niet alleen “iets verkeerd doen”, maar misschien nog meer iets nalaten bv. nalaten dankbaar te zijn voor wat we ontvingen. We kregen gezondheid, talenten, werk, mensen die voor ons zorgen enz. Is onze grote schuld niet dat we niet meer beseffen dat we dat alles gekregen hebben en dat het ons geschonken is als een kapitaal om er iets mee te doen. God is de Heer uit de parabel. Hij zet de eerste stap nog voor de mens een stap gezet heeft. Wij moeten vooral naar God kijken en naar hem luisteren opdat wij zouden kunnen vergeven volgens zijn maat. Ondertussen bidden we Hem: Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
|
|
|
Loon naar werken is een gulden regel
Iemand die grotere inspanningen levert, heeft recht op een betere beloning. Zwaar of gevaarlijk werk moet beter betaald worden. We vinden het normaal dat iemand die lang gestudeerd heeft en een hoog diploma heeft, recht heeft om zeer veel te verdienen. Dit zegt ons rechtvaardigheidsgevoel. We hebben dan ook moeite met de man uit het evangelie. Die lijkt de klok helemaal achteruit te stellen. Stel je voor: iemand die minder gedaan heeft, krijgt evenveel. Iemand die één uur gewerkt heeft, krijgt evenveel als iemand die de hitte van de ganse dag gedragen heeft. Dat strookt toch niet met ons rechtvaardigheidsgevoel en met onze levensfilosofie. Voor wat – hoort wat. Inderdaad het klopt niet als we god maken naar onze mensenmaat. Maar daar is het Mattheus verhaal juist om te doen. God mag je niet maken naar je beeld en gelijkenis. God ontsnapt altijd: Hij is groter dan ons hart. Of om het met woorden uit de eerste lezing te zeggen: Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten: mijn wegen niet uw wegen. Zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten. In het Rijk Gods wordt niet enkel gehandeld volgens de normen van de rechtvaardigheid, gebaseerd op prestatie. In het Rijk Gods gaat het om gerechtigheid dit wil zeggen: ieder mens moet tot zijn recht laten komen. Tot een volwaardige menselijke ontplooiing. Daar is het “goedheid” die de grondslag vormt. Wij leven in een samenleving waar vaak alleen de sterken, de handigen, de bekwamen aan hun trekken komen. Een samenleving waar het steeds dezelfden zijn die niemand gehuurd heeft. Die altijd de laatsten zijn. Die nooit aan de bak komen. Die er altijd buiten vallen. Die wereld die beheerst wordt door de wet van de prestatie wil Jezus doorbreken met de wet van de liefde. De liefde moet gelijk maken wat door de natuur ongelijk geschapen is. Wij worden nooit als gelijken geboren. De een heeft een goede gezondheid of een knap verstand mee gekregen, de ander niet. De ene heeft het geluk om geboren te worden in het rijke Noorden, met vele sociale voorzieningen en onderwijskansen, de ander niet. Velen moeten zeggen: Niemand heeft ons gehuurd! Men spreekt op onze dagen over: “De overtollige generatie”. Ook zij hebben recht op levenskansen en al wat nodig is voor een menswaardige ontplooiing. Een denarie was het loon nodig om een gezin te onderhouden. Waarom zijt gij boos, omdat ik goed ben! God meet niet naar prestaties: Hij handelt vanuit een ongekende goedheid. Zo is God, zegt Jezus…. en zo moeten wij mensen worden. Soms zijn wij “ mensen” een beetje als die God uit het evangelie. Neem bv. een ouder: Waarom houdt hij van zijn kind. - Omdat het goed presteert: zeker -Omdat het zijn best doet: wellicht dan ook nog Maar zelfs als het slecht presteert en zijn best niet doet blijft een ouder ervan houden: want het is zijn kind. Zo is God, zegt Jezus; Hij houdt van de mensen omdat zij zijn kinderen zijn. Waar zouden zieken, bejaarden of gehandicapten staan als men hen alleen zou behandelen naar hun prestaties: Toch nergens. Gelukkig zijn ze omringd door mensen die voor hen zorgen en blijven zorgen ook al kunnen ze niets terug doen, ook al zijn ze ten laste. Mensen die handelen als de god uit het verhaal. In een parochie is heel veel vrijwilligerswerk. Werk dat zomaar gebeurt, zonder vergoeding, zonder betaling. Het is goed dat wij dit blijven stimuleren in de buurt, in bewegingen en groeperingen. Misschien is de kerk daarin een goed tegenwicht tegen een maatschappij waar alles betaald moet worden. Vrijwilligers hebben iets van de goedheid van de man uit het evangelie. Iets doen voor anderen, zomaar, uit goedheid.
|
|
|
Ja zeggen en ja doen!
Over woorden en daden, over ja zeggen en ja doen gaat het evangelie van deze zondag. Jezus vertelt een parabel: de parabel van de twee zonen. Hij vertelt het voor de hogepriesters en oudsten van het volk: het gezag van zijn land. Een vader had twee zonen: de eerste is een beleefde ja zegger – ja vader – maar hij gaat niet werken zoals gevraagd. De andere zegt vlakaf: nee! maar hij komt tot bezinning en geeft uiteindelijk gehoor aan zijn vader en doet wat van hem verwacht wordt. Een kontrast tussen de zeggers en de doeners. Of beter nog: een tegenstelling tussen een mens die het bij goede woorden houdt en een andere die zich bedenkt, zich herpakt, tot inkeer komt en dan de wil van de vader ten uitvoer brengt. Jezus richt deze parabel tot de geestelijke leiders van het volk. De hogepriesters en de oudsten van het volk, degenen die de wetten heel goed kennen en die regelmatig komen luisteren in de tempel, naar Gods woord. Zij gedragen zich als de eerste zoon: ze zeggen ja, maar doen neen. Over hun hoofden heen richt Jezus zich ook vandaag tot ons. Wij die hier regelmatig samenkomen; wij die ja zeggen op de uitnodiging van God. Pas op, zegt Jezus, dat je niet lijkt op de eerste zoon die ook ja zei maar neen deed. Ook wij lopen het gevaar weleens te zeggen: groot gelijk, meneer pastoor, maar het rustig bij het oude laten. Of: de pastoor heeft het goed gezegd: dat had mijn gebuur moeten horen. Er is ook een tweede zoon in het parabeltje Hij zegt: “boutweg” neen” op de vraag van zijn vader. Hij weigert te doen wat hem gevraagd wordt. Maar achteraf komt hij tot inkeer en doet wat de vader hem gevraagd heeft. Jezus bedoelt ook hier heel bepaalde mensen: nl. de tollenaars en de ontuchtige vrouwen. Mensen die niet vies zijn van de mannen. Deze laatsten, zegt Jezus, lijken op de tweede zoon. Ze zeggen en doen neen in het leven, maar als ze het woord van God persoonlijk horen bekeren ze zich en worden ze totaal andere mensen. Zo heeft Joannes de Doper het ondervonden. Zo ervaart Jezus het zelf. Daarom neemt hij het duidelijk op voor de misprezen, geklasseerde mensen omdat hij het meemaakte hoe ze veranderden, betere mensen werden als zij met sympathie en goedheid benaderd werden. Over de hoofden heen van zijn toehoorders wil Jezus ook ons waarschuwen niet te laatdunkend of misprijzend neer te kijken op hen die het niet zo nauw nemen met gods geboden: ze zijn vaak beter dan wij denken. Misschien hebben ze nood om met een beetje goedheid benaderd te worden om zich te bekeren. Misschien is de drempel van onze kerk letterlijk en figuurlijk voor sommige mensen te hoog en moeten wij enkele trapjes afdalen om hen te kunnen ontmoeten. Eigenlijk is er nog een derde zoon: nl. Jezus zelf. Hij is de ware zoon van de Vader. Hij zegt ja en doet ja. Hij is een met de Vader in woord en daad. Paulus bezingt hen in de tweede lezing: Hij klampt zich niet vast aan titels of aanzien. Hij heeft zich klein gemaakt. Slaaf met de slaven. Aan mensen gelijk geworden, lijdend en stervend voor de nieuwe wereld. Hij is door God verheven tot zijn ware Zoon: Jezus Christus is de Heer. Goede vrienden, het evangelie is “goed nieuws” en niet op de eerste plaats een moraliserende les. Een uitnodiging om eerst naar God en Jezus te kijken – dankzeggend – en daarna naar onszelf. Bij God zijn woord en daad één: Gods woord is scheppend”God sprak en het werd” Het worde licht en het werd licht God sprak en zo geschiedde Gods woord is levenwekkend zegt de profeet Het keert niet vruchteloos tot God terug.
Het is als de regen die neervalt, de aarde doordrenkt en vruchtbaar maakt. God is liefde en niets anders dan liefde: Hij laat zijn zon opgaan over goeden en kwaden. Jezus wordt genoemd: Gods Woord. “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond”. In Jezus zien we deze eenheid tussen woord en daad in menselijke gestalte. Daarom is Hij ook beeld van de Vader, zijn Zoon. Laten we vooral opkijken naar God en Jezus en bidden: Uw wil geschiede op aarde als in de Hemel. Dit moeten wij waarmaken in ons leven en in de wereld van vandaag. In de wereld is het vaak: Words, words, woorden in de wind Bij de voetbal geldt de kreet “Geen woorden maar daden”. Voor een kristen geldt: “Woorden en daden. Getuigen in woord en daad”.
|
|
|
De wijngaard en de wijnbouwers
Het is u wellicht ook opgevallen dat er in de lezingen sprake was van de wijngaard. De wijnstok was in het oosten een sprekend beeld van welvaart en rijkdom. Het wingergblad gold als een symbool van leven. En wanneer de spionnen terugkwamen van hun verkenningstocht in het beloofde land brachten ze als bewijs hoe goed en vruchtbaar het daar was een wijnrank mee waaraan één druiventros hing: zo groot en zwaar dat ze hem met twee man aan een stok moesten dragen. We vinden dit beeld terug in de H.Bloedprocessie. De wijngaard staat dus eigenlijk voor datgene wat het kostbaarste is in het leven; datgene waarvoor een mens alles over heeft, waaraan hij dan ook zijn eigen levensgeluk meet. Getroffen worden in zijn wijngaard is getroffen worden in het duurbaarste van het leven.
1.Ieder mens heeft zo zijn wijngaard. Ieder mens heeft in zijn leven iets waarvoor hij heel veel over heeft en waarvoor hij het beste van zichzelf overheeft. Mensen hebben hun wijngaard: maar mensen kunnen soms ook zwaar getroffen worden in hun wijngaard: in het kostbaarste van hun bezit. “Als ik zie wat we allemaal meemaken met onze grotere kinderen dan denk je soms: Was het niet beter dat je geen kinderen had. Wat blijft er over van alles wat je ervoor gedaan hebt”. “Alles ging hier goed. We bouwden op enkele jaren een bloeiende zaak op. We hebben gezonde kinderen….. en nu: mijn vrouw heeft me verlaten. Waarom nog werken?” “En een priester zegt: Ik voel me vaak het verzamelpunt van al wat niet goed gaat in de parochie. Wat doe ik hier eigenlijk”? Mensen worden getroffen in hun wijngaard. Eigenlijk horen we in hun woorden de weerklank uit het lied over de wijngaard “ Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard en heb ik voor hen niet gedaan? Ik had op druiven gehoopt. Waarom geeft hij mij dan wilde vruchten
2- Wij zijn de wijngaard van de Heer Ook God heeft een wijngaard aangelegd en die wijngaard dat zijn wij. Zoals eens het Joodse volk uitgekozen werd, temidden van de ander volkeren zo zijn wij christenen in deze wereld de “wijngaard”, de uitverkoren plaats waarlangs God zijn heil wil schenken aan de hele wereld. Zo eindigde het lied van de wijngaard: De wijngaard van de Heer der hemelse machten is het huis van Israël. Wij zijn de wijnbouwers uit het evangelie: degenen die moeten zorgen dat wat God ons toevertrouwt, vruchten draagt voor de hele wereld. Hier kunnen wij ons twee vragen stellen. Voelen wij ons christen-zijn nog aan als een uitverkiezing. Zijn we nog blij om ons christen zijn. In India zeggen christenen bij een kennismaking met een vreemdeling uit Europa niet enkel hun naam, ze voegen erbij: Ik ben christen. Zien we ons christen zijn nog als een roeping die ons is toevertrouwd of hebben wij er een soort bezit van gemaakt voor eigen belang. De tweede vraag is: Wij zijn Gods wijngaard. Hoe staat het met de vruchten die God wil vinden.?. Wij zijn van kleinsaf groot geworden in een christelijke omgeving. We hebben gestudeerd en geleefd in een christelijk sfeer. Wij zijn die wijngaard waarvoor God zoveel aandacht heeft. Mgr. Desmedt noemt Europa de bakermat van het christendom. Niemand kan de geschiedenis van Europa schrijven zonder rekening te houden met het christendom. En waar zijn de vruchten?
Dit christelijk Europa lijkt het geloof in zichzelf en zijn traditie verloren te hebben. Het dreigt te vervallen in materialisme en individualisme en vlucht voor zijn verantwoordelijkheid. 3. God blijft trouw aan zijn wijngaard. Wat doen mensen als ze getroffen worden in hun wijngaard: ontmoediging, bitter worden, breken met mensen en God. Als God getroffen wordt in zijn wijngaard, als God stoot op de onwil van zijn volk dan geeft Hij de droom van zijn liefde niet op. Hij zal zijn volk straffen, maar niet verloochenen. De ontrouw van de mensen kan Gods trouw niet breken. Waar mensen Gods plannen dwarsbomen, wordt Gods plan op een onverwachte wijze gerealiseerd. De steen die de bouwlieden hebben verworpen, is juist hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dit gebeurd. Het is wonderbaar in onze ogen. Jezus zal zichzelf de wijnstok noemen- de mensen de ranken. In hem komt Gods liefde oog in oog te staan met de mens. In hem worden wij dan ook heel persoonlijk toegesproken en tot verantwoordelijkheid geroepen. In deze eucharistieviering worden wij nog dieper geënt op de wijnstok opdat wij nog meer vrucht zouden dragen en zo de wijngaard van de Heer zijn.
|
|
|
Onwillige bruiloftsgasten
Onlangs noemde iemand het evangelie de grote liefdesbrief van God aan de mensen. Een brief waarin God zijn liefde voor de mensen niet enkel uitdrukt in woorden, maar waarin hij zijn zoon aanbiedt als huwelijkspartner aan de mensen. Moet het ons dan verwonderen dat er in de bijbel zoveel sprake is van bruiloftsfeesten. God wil ook de mensen trouwen, zegt Jezus. God wil zo sterk in het leven van de mensen betrokken zijn, als bruid en bruidegom. Het eerste teken dat Jezus stelt gebeurt op de bruiloft van Kana waar Jezus openbaart dat er nog een veel groter bruiloftsfeest zal komen waar overvloed is van vreugde en geluk. En wanneer God op het einde der tijden zal weerkomen dan zullen de mensen die gewacht hebben met de brandende lampen op de komst van de bruidegom binnen mogen om met hem bruiloft te vieren. En ook in het evangelie van vandaag zegt Jezus: Het rijk der hemelen lijkt op een bruiloftsfeest dat een koning gaf voor zijn Zoon. Het rijk der hemelen betekent hier niet de hemel, maar de wereld zoals God hem droomt; Gods droom over mens en wereld, gods bezig zijn met mens en wereld. Deze droom begint reeds op deze wereld om zijn bekroning en voltooiing te vinden in het hiernamaals. Wanneer mensen met elkaar trouwen wordt er feest gevierd. De mensen komen op hun zondags samen rond de feestdis. Samen eten en drinken, drukt de verbondenheid uit tussen de genodigden. Dit beeld van het feestmaal vinden we dan ook in de bijbel terug als het gaat over de trouw van God met de mensen. In de eerste lezing hoorden we het visioen van de profeet Jesaia, die een hoopvolle toekomst voorspelt. Jahweh van de legerscharen richt op deze berg voor alle volkeren een feestmaal aan met uitgelezen gerechten een feestmaal met belegen wijnen verrukkelijk, uitgelezen gerechten belegen, gelouterde wijnen. Het zal een feest zijn voor alle mensen, zonder onderscheid De sluier van onbegrip en verdeeldheid die over de volken ligt zal hij verscheuren Alle smaad en smart zullen verdwenen zijn. Misschien denk je bij jezelf: er is van dat bruiloftsfeest toch maar weinig te zien. Als je zo in de wereld kijkt is er niet veel feestelijks te beleven en is er tussen volkeren nog niet veel van dat grote feestmaal der verzoening te bespeuren. Als we in ons eigen leven kijken, voelen de meesten onder ons zich wellicht maar weinig getrouwd met God. Hoe komt het dat het allemaal zo traag verloopt. Hierover spreekt Jezus ons vandaag: Tegenover die grootse droom van God en zijn wereldruime uitnodiging staat de onwil van de mensen en zijn gehechtheid aan zijn eigen klein leventje waaraan hij zich vastzuigt. De mensen willen niet komen, zegt Jezus. God stuit op een muur van onwil. Sommigen interesseren zich niet om de uitnodiging, maar gaan naar hun akkers of naar hun zaken. Anderen reageren vijandig: zij mishandelen de dienaars en doden hen. Dit is de tragische realiteit van Gods liefde voor de mensen. Gods uitnodiging en de menselijke afwijzing. God die ons kansen geeft, wij die ons opsluiten in onze eigen verwachtingen. God lijkt hopeloos vast te rijden met zijn liefdesverklaring aan de mensen. Toch niet zegt de bijbel. Het feest zal doorgaan! Ook de menselijke onwil kan dit niet beletten. De Messiaanse heilstijd, de wereld zoals God hem droomt en zoals hij in Jezus optreden op beginnende wijze gestalte heeft gekregen zal eens werkelijkheid worden en is reeds werkelijkheid. De koning stuurt zijn dienaars naar de drukke verkeerswegen die toegang geven tot de stad. Daar zullen zij de mensen aantreffen, goeden en slechten en de bruiloftszaal zal vol lopen. Ja, Gods bruiloftsfeest gaat door ondanks alles. Deze eucharistie is ook het vieren van Gods bruiloftsfeest. In het hart van deze viering horen we de woorden: Dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond. Mijn bloed dat vergoten wordt. In het hart van deze viering wil God zijn trouw met elk van ons verdiepen en vernieuwen. Laten we ons niet sluiten voor deze uitnodiging, maar met open harte en open hand onze verbondenheid met de Heer beleven.
|
|
|
Geef de keizer wat de keizer toekomt, Geef aan Gods wat God toekomt Deze woorden zijn wellicht blijven hangen in ons hoofd, de vele malen dat we dit verhaal hoorden. Is het alleen maar een handigheidje waarmee Jezus de strikvragen van zijn ondervragers weet te ontlopen, dan kan dit evangelie alleen maar dienstig zijn voor politiekers die binnenkort weer onder vuur gaan genomen worden door reporters en debatleiders. Ik geloof dat er heel wat meer insteekt: Toen ze dit hoorden, waren ze “ verwonderd”. “Verwonderd” zijn we als we plots voor iets nieuws staan, als er plots een nieuwe werkelijkheid voor ons opengaat. Jezus schijnt dus een nieuwe versie te verwoorden over de verhouding tussen God en de keizer, Godsdienst en wereldlijk gezag , politiek. Deze werden in Jezus tijd nogal eens door elkaar gehaald en misbruikt. Jezus zet ze hier duidelijk naast elkaar. Aan de ene kant de keizer, het gezag, de overheid, de staat. Jezus zegt duidelijk, het gezag, de staat heeft bepaalde rechten. Wij zijn verplicht aan de staat te geven wat haar toekomt. Wat komt haar toe? Datgene wat nodig is om rechtvaardigheid te doen heersen in dit land. Datgene wat nodig is opdat elke mens in dit land tot zijn recht zou kunnen komen. Meteen zitten we midden in de actualiteit. Heel de crisis draait hierrond: De mensen die het beleid voeren klagen dat ze niet de mogelijkheden krijgen om de lasten van de staat te dragen en de burgers betogen dat het geld dat zij geven aan de staat niet op een eerlijke manier verdeeld wordt. Misschien moeten wij ons de vraag stellen: Geven wij aan de staat wat de staat toekomt? Hebben wij niet dringend nood aan politiekers die “niet belangengroepen “verdedigen maar wat rechtvaardig is”? Iemand zei deze week: de grootste kwaal van onze tijd is de gulzigheid, de gretigheid. Een gulzigaard is iemand die altijd meer wil hebben en niets kan missen. Maar erger is: gulzigheid is een hinderpaal om echt te genieten van de dingen. De fijnproever is iemand die de tijd neemt en de goede maat neemt om de goede dingen in zich op te nemen en de goede dingen met heel zijn wezen te doordringen. Misschien moeten wij meer fijnproevers worden in deze crisistijd dan zullen we met minder meer en beter leren genieten. De tweede pool in dit verhaal is “ God” “ Je moet God geven wat hem toekomt”. God en de keizer moet je niet door elkaar halen. God mag niet misbruikt worden door de wereldse machten. De tijd van “ Gott mit uns” is voor goed voorbij. De tijd van Godsd. fundamentalisten” die in naam van God “mensen vermoorden” moet voorbij zijn. Gebeurtenissen in Irak en Egypte tonen aan dat dit nog niet waar is tot op onze dagen. Politieke partijen mogen “God niet misbruiken voor eigen doeleinden. Wie in naam van God spreekt moet ook niet willen bepalen hoe de staat er moet uitzien. Hij moet zich niet vereenzelvigen met groepen, acties of betogingen, maar elkeen moet hij oproepen “God te geven wat hem toekomt”. God erkennen betekent juist de mens erkennen in zijn onvervreemdbare eigen waarde, zijn diepste wezen, God geven wat hem toekomt: - Hem erkennen in al wat leeft - Hem dienen in de medemens Misschien mogen wij zo dit verhaal verder vertellen in onze tijd. Tot slot nog dit: Het treft mij dat mensen Jezus willen vangen. Maar het lukt niet. Jezus is niet te vangen, meer nog Jezus is niet te vatten. Elke poging om dat te doen mislukt. Ook zijn woorden zijn niet te vatten. Ook onze poging van vandaag is slechts een poging om ze te benaderen en even aan te raken. Het enige dat wij kunnen doen is erop ingaan. Ons laten vatten door Zijn woord en Zijn wezen. Ook de mensen uit het evangelie kregen die kans: Ze stonden verwonderd; maar spijtig: Ze lieten hem met rust, en gingen heen. Wij worden uitgenodigd, de verwondering te laten opengaan en Hem te volgen.
|
|
|
God eerst!
In het evangelie spreekt Jezus over het eerste gebod en het tweede gebod. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het eerste en het voornaamste gebod. Het tweede daarmee gelijkwaardig: Ge zult uw naaste beminnen als uzelf. Het treft mij dat Jezus de liefde tot God vooropstelt. God eerst lijkt hij te zeggen. Komt God nog op de eerste plaats in ons leven? Voor de moderne mens klinkt dat raar. In het moderne leven komt God vaak op de laatste plaats. Waarom komt Jezus zo sterk op voor de rechten van God? Waarom moet de liefde tot God voorrang krijgen op al de rest? Het antwoord is eenvoudig: Omdat God ons het eerst heeft lief gehad. God is de dragende grond van heel de wereld en de geschiedenis; God is een mensenvriend. Heel de bijbel staat er vol van. Hij heeft zijn volk bevrijd uit de slavernij van Egypte. Hij heeft zelfs zijn zoon gezonden om zijn volk te bevrijden uit de zonde. Alles hebben wij aan God te danken: ons leven en onze verlossing. Daarom moet God eerst komen. Het tweede luidt: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Ook dit tweede gebod is in onze wereld nietmeer vanzelfsprekend. Iets voor je medemens doen: gratis en voor niks. Het is niet meer van deze tijd, zeggen velen. Dienen is uit. Verdienen is in! Dat is het eerste en enige gebod dat telt. Zorgdragen voor mensen en zorgzaam omgaan met mensen het is een uitdaging in deze tijd. je moet tegen de tijdsgeest durven ingaan. Merkwaardig is, dat Jezus van dit tweede gebod zegt dat het gelijkwaardig is met het eerste. De liefde tot God – die op de eerste plaats moet komen, gaat niet ten koste van de naastenliefde. Integendeel, wie in de stroom van Gods liefde gaat staan wordt een mens die zich innerlijk bewogen voelt om anderen in die liefde te laten delen. Gods geest zal hem stuwen om de anderen graag te zien. Gods geest zal ons helpen zo graag als God te zien. De naaste liefhebben vanuit God is meer dan medemenselijkheid. Het gaat erom naar de medemens te leren kijken en van hem te houden zoals God naar hem kijkt en van hem houdt. In deze mens God zien, zegt Jezus: in deze zieke, deze eenzame, deze vreemdeling. Ja zelfs deze vijand. De eerste lezing sprak over de aandacht voor de vreemdeling, de weduwe de wees. De meest kwetsbare mensen uit de samenleving. Wat gij voor deze minste hebt gedaan, heb je voor mij gedaan, zegt Jezus. Vandaag is het missiezondag Zijn onze missionarissen niet een voorbeeld van dit samenhouden van het eerste en tweede gebod. Zij zijn naar de missies vertrokken om te spreken over God en mensen te leren houden van God. Maar hand in hand met de geloofsverkondiging hebben zij zich altijd ingezet voor het heil en geluk van de mensen. Zij roepen ons op hetzelfde te doen in Europa dat missiegebied aan het worden is. Meer dan ooit moeten christenen ook hier durven getuigen van hun geloof, zeggen de bisschoppen. Wij zijn met onze christelijke levensovertuiging stilaan in een minderheidspositie beland. Des te meer is het nodig in deze pluralistische wereld te durven getuigen van de hoop die in ons leeft. En we moeten dit doen! Moedig, Deemoedig, vrijmoedig, blijmoedig.
|
|
|
De gezagsdragers staan op onze dagen nogal in de wind. Zelfs de hoogste gezagdragers die de rechtvaardigheid moeten doen heersen in dit land worden publiek afgekeurd of in vraag gesteld. Als we de bezinning van vandaag beluisteren dan lijkt dit van alle tijden te zijn. De profeet Maliachi richt een strenge vermaning tot de priesters; zij moeten zorg dragen voor mensen en hen niet door het slechte voorbeeld doen struikelen. Omdat ze dat niet doen, zegt de profeet: Gij zult door het hele volk vergruisd en versmaad worden. En in het evangelie hekelt Jezus de godsdienstige leiders van zijn tijd: Doet en onderhoudt alles wat zij u zeggen, maar handel niet naar hun daden. Ze doen zich voor als een uitverkoren kaste die willen opvallen bij het volk en vergeten dat alle gezag hun gegeven is en zij zichzelf onder het hoogste gezag van God moeten plaatsen. Noch de profeet, noch Jezus zijn tegen het gezag of gezagdragers maar ieder die gezag draagt over anderen moet zich bewust blijven dat hij het gezag niet in pacht heeft en niet eigenmachtig kan gebruiken maar dat het gezag hem geschonken is als een dienst aan de gemeenschap. “Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn. Dienend gezag moet er zijn in iedere gemeenschap: in de kerk, in de maatschappij, in het gezin. Het moet steeds bekommerd zijn om het welzijn van degenen over wie gezag wordt uitgeoefend. Wanneer ik een taak op mij neem moet dat eerst en vooral omwille van de anderen zijn. Je kan er natuurlijk wel deugd aan beleven maar de bedoeling mag niet zijn zelfontplooiing zijn of in het licht staan. Wie in de kerk een verantwoordelijkheid op zich neemt zal dit tevens ook doen vanuit een verbondenheid met God. Bewust van Jezus woord: “Los van mij kunt ge niets”. Gezag uitoefenen gebeurt ook vaak meer in nabijzijn en luisteren dan in acties en uitsloverij. De wortel van het kwaad bij de gezaguitoefening is de onwaarachtigheid. De priesters in het O.T. waren functionarissen geworden: ze namen het niet zo nauw met Gods woord: ze praatten de mensen naar de mond. Ze hadden hun eigen gezicht verloren. Ze dierven de mensen niets meer vragen en voorhouden wat onaangenaam was.Ze luisterden te veel naar de mensen om bij hen in de smaak te vallen. Ze waren meer bezorgd voor eigen populariteit dan om het woord van God en het echte heil van de mensen. Dat is een eerste vorm van onwaarachtigheid. De tweede pool van onwaarachtigheid vinden we in het evangelie. Jezus verwijt de leiders dat ze te weinig luisteren naar het volk; dat ze zich torenhoog boven de mensen plaatsen en ongenaakbaar zijn voor de mensen. Het is niet moeilijk om terwijl ik dit zeg bij jezelf te denken: dat de pastoors daar maar eens goed over nadenken of dat Jef, Piet of Marie uit de buurt nu maar eens goed luistert. Waarachtiger is het wellicht stil te staan bij ons eigen leven. Durven ouders vandaag nog hun eigen gezicht en overtuiging laten zien op godsdienstig gebied of doen ze maar zoals de buren en de grote hoop. Doen wat de buren doen en toegeven wat de buren toegeven. Jonge mensen hebben het vaak moeilijk om tot een eigen overtuiging te groeien omdat ze zo weinig volwassenen zien die waarachtig zijn in woord en daad. Ouders zijn soms ongenaakbaar voor hun kinderen Ouders klagen dat de kinderen niet luisteren en jongeren klagen dat ze niet gehoord worden; ze kunnen thuis niet luisteren Ook in de opvoeding op school kan men zich ongenaakbaar opstellen. Even ongenaakbaar zijn jongeren als zij hun ouders als “ouderwets” klasseren. Erger is het als wij dingen verbieden, die we als volwassenen zelf doen. Een jongere krijgt er van langs omdat hij in het grootwarenhuis gepikt heeft. Maar hij ziet zijn vader regelmatig thuis komen met materiaal van den baas. Dramatisch wordt het wanneer mensen meer bekommerd zijn om aanzien en goede naam dan het welzijn van kinderen. Kinderen dwingen tot abortus om de schande en de goede naam te vrijwaren. Echte dienstbaarheid moet gedragen zijn door waarachtigheid, alleen dan zal ze goed zijn voor onze onderdanen.
|
|
|
Onlangs kreeg ik een foldertje in de bus met volgende vraag: Zal zo de film van uw leven zijn? Met tekeningen wordt het leven van de mens uitgebeeld: vooral zijn leven met God. Bij de baby staat: veel te jong om aan God te denken Bij de kinderen: veel te speels om aan God te denken Bij de 15 jarige: veel te overmoedig om aan God te denken Bij het verliefde koppel: veel te verliefd om aan God te denken Bij de zakenman: veel te druk om aan God te denken Bij de bejaarde: veel te oud om aan God te denken Bij het graf: Te laat om aan God te denken Misschien is het een hedendaagse manier om de moderne mens wakker te schudden en hem tot levensernst uit te nodigen. Dat doet ook de liturgie op deze laatste zondagen van het kerkelijk jaar. Doorheen de lezing loopt vandaag de rode draad om toekomst gericht te leven. Niet in te dommelen in onverschilligheid en verstrooidheid, maar vooruitziend te zijn in het leven. De eerste lezing heeft het over de wijsheid en nodigt ons uit in de leer te gaan bij de wijsheid. De bijbelse mens gaat op zoek naar de wijsheid. Wijsheid is veel meer dan wetenschap. Wetenschap is kennis die alleen door het verstand is gegaan. Wijsheid is kennis die door het hart en het leven is gegaan. Ze is als een jong meisje die je wil ontmoeten. Je ligt er wakker van, je staat er vroeg voor op, je denkt er voortdurend aan. Zo nodigt de bijbel ons uit uit te zien naar de wijsheid. Wat je verliest aan verstand win je aan wijsheid. Het evangelie heeft het over het Rendez vous met God. De grote ontmoeting. Het gaat over de grote ontmoeting met de Heer aan de grens van de tijd. Nergens wordt ons gezegd wanneer die zal plaats hebben m.a.w. hij kan ieder ogenblik komen: dus moeten we altijd klaar staan. Doorheen de geschiedenis komen steeds weer mensen met nieuwe en precieze voorspellingen over Christus terugkeer. Deze profeten willen de mensen waarschuwen door te zeggen wanneer Hij precies zal komen. Dat is zeker Jezus methode niet. Integendeel: Jezus wil ons waarschuwen om klaar altijd te staan, precies door niet te zeggen wanneer Hij komt. Aan deze algemene ontmoeting met Jezus Christus op het einde der tijden gaat een persoonlijke ontmoeting met Hem vooraf, juist op de grens van ons aards bestaan. Ook die dag en dat uur kennen we niet. Laten we dus waakzaam zijn. De parabel van de domme en verstandige meisjes lijkt ons te zeggen dat we niet alleen waakzaam moeten zijn, maar dat we voorzieningen moeten treffen om het lange wachten uit te houden. Jezus looft de vijf meisjes die vooruitziend waren en die olie meenamen. Hij berispt de dommen die wel lampen meenamen maar geen reservevulling voorzagen. De dommen hebben niet voorzien dat de bruidegom kon uitblijven. Ze hadden maar één lampvulling meegenomen. Er is nog een derde ontmoetingsplaats van de Heer. Jezus is niet alleen toekomst. Hij is ook heden en hier. Ieder moment van de dag kan een moment worden van eeuwigheid, een kans om medemensen te dienen en hen te beminnen met de liefde die God ons toereikt. In het leven van alle-dag, in de dagelijkse ontmoetingen ligt ook het komen van de Heer verborgen. Het vraagt een waakzaam oog en een attent oor om de stem van de bruidegom te horen en zijn toekomst te ontdekken. Daarom is waakzaamheid een voortdurende levenshouding van de christen. Het leven is één grote verwachting. De vijf dwaze maagden hadden de oneindige hartstocht der verwachting verloren. Toen gingen de lampen uit zegt Kierkegaard.
|
|
|
1.-Het rijk der hemelen wordt aan zijn dienaars toevertrouwd. Het geestelijk nalatenschap van Jezus wordt aan ons zijn dienaars toevertrouwd. God heeft een geweldig vertrouwen in de mens: zijn droom legt hij in de mensenhanden. Het betekent ook een geweldige verantwoordelijkheid voor de mens. Gods droom wordt niet verwezenlijkt zonder de mens.
2. Ieder dienaar krijgt een stukje verantwoordelijkheid. Elke dienaar krijgt “talenten” volgens zijn bekwaamheid. In het rijk Gods zijn geen werklozen: niemand is ontslagen om zijn deeltje te doen. Het Rijk Gods is niet: -Niet de zaak van de pastoor -Niet de zaak van geleerde mensen -Ieder volgens zijn bekwaamheid. Ieder gedoopte draagt een stukje verantwoordelijkheid voor het rijk Gods. 95% van de mensen in onze parochie zijn gedoopt. 90% van de gehuwden hebben een kerkelijk huwelijk gesloten 80% van de kinderen worden nog gevormd 10% van de mensen pratikeert regelmatig in onze kerk. Zowel aan die 10% als aan die 95% wordt vandaag gezegd: Een man riep zijn dienaars bij zich om hen zijn bezit toe te vertrouwen. Aan ieder gaf hij talenten ieder naar zijn bekwaamheid.
3. Een derde bedenking: Een huis dat leeg staat vervalt. Een akker die niet bebouwd wordt schiet onder het onkruid. Geestelijke rijkdom groeit naarmate men ermee werkt. Geloof dreigt af te sterven als er niet mee gewerkt wordt. Degene die vijf talenten ontvangen had, ging heen, dreef er handel mee en won nog er nog 5 bij, zegt Jezus. Geloof en geloofsovertuiging groeit maar als er geleefd en gewerkt wordt met dat geloof.
Mgr. Danneels schreef onlangs: “Geloof heeft weerstand nodig opdat het innerlijk geestelijke weerstanden zou opbouwen. Daardoor komt het wellicht dat het geloof in landen waar de godsdienst vervolgd wordt veel meer innerlijke weerstand heeft dan in onze landen. De ene dienaar die zijn bezit begraaft, verliest uiteindelijk wat hij gekregen heeft. Christenen die niets uitrichten met hun godsdienstige gaven, verliezen mettertijd hun geloof, hun godsdienstzin. Zien we dit niet duidelijk gebeuren in onze tijd waar het algemene leefklimaat en de overheersende leefwijze ontkerstend zijn. “Ik was bang om het te verliezen” daardoor zal hij het verliezen. Dit woord verwijst naar dat ander Jezus woord: Wie zich aan het leven hecht zal het verliezen, wie het durft verliezen zal het winnen.
|
|
|
Christus koning vandaag, wat stellen wij ons daarbij nog voor ? Eigenlijk zo goed als niks. De titel roept het beeld op van een triomferende Christus, hoog op een troon, pracht en praal, de koningsstaf in de hand, de schepping aan zijn voeten. De absolute heerser, de machthebber over leven en dood. Zo’n beeld hoort duidelijk thuis in een voorgoed verleden tijd. De tijd van een strijdende kerk die niet terugdeinst voor kruisvaarten en veroveringstochten en die oorlogen soms verantwoord vindt. Een kerk die Christus – zoals het een koning betaamt – heeft durven uitroepen tot opperbevelhebber van haar troepen. Maar welke betekenis kan het feest van Christus ‘koning van het heelal’ zoals het officieel heet, in onze kerk vandaag dan nog hebben ? We moeten terugkeren naar de oorsprong, de tekst van het evangelie… De eerste leerlingen hebben moeten leren inzien dat God op een heel andere manier over zijn volk en de wereld regeert. Niet door macht en geld, maar door de liefde tot het uiterste: het gebaar waarmee de stervende Jezus de goede moordenaar opneemt in zijn begrijpende en barmhartige liefde is openbaring van Gods grootheid. De uitgestrekte armen op het kruis zijn tevens de wijd-opengespreide armen van Gods liefde, Jezus koningsschap is niet van deze wereld – het is gegrondvest op de liefde . Jezus is geen politieke macht, maar de aanwezigheid van Gods goedheid die alle mensen tot zich wil trekken. Meer dan voorheen is de voorbije jaren tot de kerk en haar gemeenschap doorgedrongen: God dienen doe je op de eerste plaats door je handen uit de mouwen te steken voor wie in nood zit. Daarbij denken we terecht, het eerst aan landen in de derde wereld waar volop armoe is, honger en dorst wordt geleden en dus allerlei, vaak onnodige ziekten zijn. Maar we kunnen ook zo ( wat dichter bij ons bed ) naar het evangelie luisteren: Ik was hongerig, niet naar voedsel – de koelkast was redelijk vol en de supermarkt om de hoek – ik was hongerig naar meeleven, een hartelijk woord, een schouderklop, maar jij ging eraan voorbij. Ik was dorstig; niet naar drank; de kraan was dichtbij en de kratten frisdrank stonden in de kelder. Maar ik hunkerde naar wat herkenning, een uurtje gezelschap, maar je had het te druk met eigen zaken. Ik was een vreemdeling; geen buitenlander, maar ik was anders dan jij, we verschillen van mening en levensopvatting en toen dat duidelijk was, bleek ik afgeschreven en niet langer welkom. Ik was naakt; niet dat ik geen kleren had. Ik zat goed in mijn pak. Maar toen anderen door hun geroddel me in mijn hemd zetten, heb je me niet verdedigd. Ik was gevangen; niet achter tralies. Maar ik was gevangen door mijn ouderdom. Ik zat door mijn handicap vast in mijn eigen huis, maar je hebt me nooit eens bevrijd… Ik heb je niet gehoord of gezien. Bij het laatste oordeel zal ons gevraagd worden… of we één van de minsten hebben bijgestaan. Of we de gewone en alledaags dingen hebben onder ogen gezien en een helpende hand hebben aangereikt aan hen die dat nodig hadden. Waar zulke zaken gebeuren, groeit zijn rijk van vrede en rechtvaardigheid. Van zulke wereld wil Hij koning zijn. Bidden we samen dat wij Christus Koning eren… Door oog en oor te hebben voor wie vreemd en onbegrepen is. Door warmte te geven en een goed woord te hebben voor allen die in de kou staan. Dat is onze opdracht en daar gaan we voor.
Wim coppieters – Chr. Koning / 22 nov. 2005
|