|
|
2013: Nog een priester gezien? Artikel uit de Hoogstraatse Maand van januari 2007
|
|
|
Sinds het begin van dit jaar heeft de Hoogstraatse parochie geen pastoor meer en we weten allemaal dat er in de toekomst steeds meer parochies zullen komen zonder eigen herder. Anderzijds lazen we pas in de krant dat 57 procent van de Vlaamse priesters klaagt over te hoge werkdruk. De kerken mogen dan wel leeglopen, toch laten de meeste Vlamingen hun kinderen nog dopen en vormen, huwen voor de kerk en worden kerkelijk begraven. Kortom, meer werk voor steeds minder en ook oudere priesters.
Pastoor Fons Van Dijck heeft nu twee parochies onder zijn hoede: hij is de pastoor van Wortel en tevens de dienstdoende pastoor in Hoogstraten. Hoe kan hij deze twee functies combineren, hoe krijgt hij al dit werk gedaan? En hoe ziet hij, als 72-jarige, de toekomst van de kerk? Daarover laten we hem graag eens aan het woord.
Pastoor Van Dijck Om te beginnen wil ik toch eens duidelijk uitleggen hoe de parochies nu zijn samengesteld, wat ons werk inhoudt en wie het allemaal doet. Het vroegere decanaat Hoogstraten heet voortaan Federatie Hoogstraten-Rijkevorsel en omvat de 6 parochies uit Hoogstraten en 2 uit Rijkevorsel. Omdat, volgens het kerkelijk recht, elke parochie een priester moet hebben, zijn de drie overblijvende pastoors verdeeld over deze 8 parochies. Fons Soontjens is pastoor in Meer en Meerle en kerkrechterlijk ook in Minderhout waar diaken Walter Vandenbroeck de plaatselijke pastor is (een pastor is geen pastoor), hij is tevens federatie-coördinator (de vroegere deken). Niek Matthyssen is pastoor in Rijkevorsel, zowel in St.Willibrordus als in St.Jozef. Ik zelf tenslotte, ben pastoor in Wortel en dienstdoende in Hoogstraten.
Van herder naar manager Als pastoor heb je altijd de eindverantwoordelijkheid maar veel van het vroegere werk wordt a.h.w. uitbesteed aan leken die als eersten worden aangesproken door de parochianen. Wij kunnen enkel nog de hoofdtaken doen: de liturgie, de sacramenten, en het overleg en begeleiding van de mensen die veel van ons vroegere werk hebben overgenomen. Omdat de pastoor nu onmogelijk alle mensen uit zijn parochie kan kennen en nog minder met elk van hen contact hebben, moet hij zich, om zo te zeggen, omscholen van herder naar manager. Dat is zeker een verlies, dat kan ik niet ontkennen.
Het werk van de leek Vroeger deed de pastoor -soms nog met de onderpastoor- alles in de parochie. Hij moest altijd ter beschikking zijn, het secretariaatswerk doen, de financies, nu is dat het werk van het secretariaat. Het parochieteam moet zorgen voor pastorale begeleiding en omkadering bij Eerste communie, vormsel, huwelijk en uitvaart (momenteel wordt onderzocht of ook een uitvaart in de toekomst niet volledig door leken zou kunnen verzorgd worden; bij een begrafenis hoort niet noodzakelijk een misviering).
Dan is er de kerkfabriek die het kerkgebouw beheert en een VZW die zich bezig houdt met het patrimonium van de parochie: de parochiezaal, de jeugdlokalen, enz. De pastoor hoeft zich met dat alles in principe niet meer bezig te houden maar blijft wel.de eindverantwoordelijke, de manager dus. Elke zondag een mis in de eigen parochiekerk,dat zal in de toekomst misschien ook niet meer mogelijk zijn. Ik vind zelf de mis op zondag toch wel heel belangrijk: voor de kristenen is de zondag de dag des Heren; zoals voor de moslims de vrijdag en voor de joden de zaterdag, zo vind ik dat wij de zondag in ere moeten houden, het is onze heilige dag. Men zal zeker zo lang mogelijk de zondagsmis in de eigen parochiekerk laten doorgaan. Eén mis dus maar er kunnen wel Woord- en communiediensten gebeuren die door leken verzorgd worden.
Een nieuwe toekomst voor de kerk? Ik ben niet zo pessimistisch over de toekomst van de kerk. "Wel integendeel zou ik zeggen. De kerkgangers uit gewoonte, uit traditie, daarvan zullen er zeker veel wegvallen. Stampvolle kerken voor een gewone zondagsmis, dat zullen we misschien nooit meer meemaken, ik toch niet. Maar ik geloof dat deze "afgeslankte" kerk ook een nieuwe kans is. Je weet, er is nog maar pas geleden een enquête geweest over het geloof hier in ons land en daaruit blijkt dat het overgrote deel van de mensen gelovig is. Er zijn ook veel jonge mensen die op zoek zijn naar het hogere, naar het spirituele, naar een zin in hun leven. Daarop kunnen wij een antwoord geven. De "oude" kerk van onze kinderjaren was veel te moraliserend, veel te dogmatisch ook. Ze schreef voor wat de gelovige moest doen om in de hemel te komen, soms tot in de kleinste details, ook wat hij moest geloven en wat niet. Ik pleit voor een meer bescheiden rol van de kerk, een kerk die niet voorschrijft maar een die een boodschap brengt, een boodschap van hoop. Het evangelie naar de mensen brengen, dat is onze opdracht. Weet je, in mijn jonge jaren als priester moest de kerk vooral "bij de tijd" zijn, dat was toen de leuze. Ik voelde me toen eigenlijk een soort sociaal werker, ik moest altijd tussen en onder de mensen zijn, samen een pint pakken en zo. Nu ligt de klemtoon meer op het geloof, een antwoord geven aan mensen die op zoek zijn met hun levensvragen. Niet zo zeer "bij de tijd" als wel "van alle tijden", zou ik zeggen, dat is voor mij de kern van onze roeping. En ik vind dat deze "kleine" kerk wel minder gelovigen zal tellen wellicht maar meer bewuste kristenen kan verenigen. Ik denk dan aan al die leken die ons nu terzijde staan in het parochiewerk, zoals bvb. de ouders die nu zelf hun kind naar de eerste communie en het vormsel zullen begeleiden (weliswaar met de hulp van ervaren leken). Zij zullen daar wellicht meer bewuste kristenen van worden en dat misschien ook uitstralen naar hun omgeving. Jazeker, ik heb nog goeie hoop." (Jof)
|